Ik ben 'light' gelovig opgevoed. Mijn
ouders waren niet streng.
Ik ging mee naar de kerk (gereformeerd
synodaal voor wie dat wat zegt) en heb daar goede herinneringen aan.
De kindernevendienst, club, catechisatie (kattebak).
Ik mocht soms de omslag van de liturgie
tekenen, heb eens iets voorgelezen. Ik voelde me gezien.
Toen ik rond mijn 12, 13e geen zin meer
had om mee te gaan naar de kerk, deden mijn ouders daar niet moeilijk
over.
Naar kattebak bleef ik wel gaan, want
dat was met mensen van school en we voerden intellectuele discussies
(vonden we zelf). En ook daar was ruimte voor alle opvattingen, zo
rond mijn 17e was ik een zelfbenoemde atheïst geworden en ik
herinner me geen enkele vorm van afkeuring of prekerij. Best
bijzonder.
Na een aantal levenservaringen ben ik
op een andere manier gelovig geworden. Ik geloof dat er een soort
alomvattende energie om ons heen is, waar wij ook van gemaakt zijn en
alles wat leeft, en dat je met die energie eenvoudig kunt
communiceren (door stil te zijn).
Kort gezegd: vervang het woord God door
Liefde.
Maar zo makkelijk gaat dat niet,
blijkt. Steeds loop ik tegen een hardnekkige kwaal van mezelf aan: ik
doe het nooit goed genoeg.
Altijd is er een stem die zegt: Het (en
daar kun je alles voor invullen: werk, leven, koken, opvoeden,
liefhebben, en vooral mens zijn) kan altijd beter. Je moet je best
doen, het sober houden (hoezo veel geld voor jezelf uitgeven?), je
nuttig maken (lezen terwijl je ook kunt werken?), verplicht je
talenten uitbouwen, die heb je niet zomaar gekregen (denk aan de gelijkenis van de talenten), en luiwammesen is des duivels oorkussen.
Enzovoort.
Herkent u de calvinist? Ik was een paar
jaar geleden nog niet zover.
Op een mooie dag in de zomer ontdekte
ik toen in een zeer goed gesprek met iemand waar die stem vandaan
komt: van God. En wel de God die ik in mijn kinderjaren heb leren
kennen.
Ja, die man op die wolk die alles
ziet wat je doet en nooit tevreden is.
Dat was quite shocking, want ten eerste
dacht ik dat ik volwassen was, en ik meende ook die God intussen
vervangen te hebben door eentje van Liefde.
Niet dus. Hij was er nog, en hoe.
Die moet er op de basisschool
ingeslopen zijn. Nee, geen strenge school, helemaal niet, maar wel
een met bijbelverhalen en liedjes.
![]() |
Ik was als jonkie zo ontvankelijk als
een droge spons. En uiteraard niet in staat om het figuurlijke van
het letterlijke te onderscheiden.
Ik herinner me dat de Meester en Juf
(in die tijd toch een onaantastbare autoriteit) ons vertelden dat
kinderen zondig geboren worden. Blij zijn met jezelf is dan ook
hoogmoed.
Ik geloof dat ik dat het ergste vind:
ik mag me niet tevreden voelen. Nooit. Voel ik iets van tevredenheid
over mezelf? Alarmfase één. Hoogmoed op komst.
Je tevreden voelen over je eigen
zondige zelf is een zonde op zich.
En God ziet alles, ook je kleinste
gedachten. Alleen maar denken aan het pikken van een dropje is al een
zonde. Laat staan van jezelf vinden dat je iets goed hebt gedaan.
Geen beginnen aan dus.
Ik weet niet waarom die bozige stem zich bij mij zo verinnerlijkt heeft en bij anderen uit die tijd volgens mij niet of minder.
Ik weet niet waarom die bozige stem zich bij mij zo verinnerlijkt heeft en bij anderen uit die tijd volgens mij niet of minder.
Maar nu ik weet waar de stem vandaan komt,
herken ik hem sneller. Hij is nog niet uitgesproken, dat niet. En
soms twijfel ik nog wel eens: stel dat die stem toch de ware is?
En in plaats van: wat vindt God dat ik moet doen, vraag ik: wat vindt Liefde dat ik moet doen?
Ik ben aan het trainen mezelf lief te
hebben, gewoon blij te zijn met wie ik ben en hoe ik het doe. Het is
even wennen, maar ik doe mijn best.
Heel Erg mijn Best. Zoals het hoort.
























