donderdag 20 juni 2019

Haarissues

Veel aandacht besteed ik niet aan mijn haar. Gelukkig ben ik gezegend met gekruld haar dat meestal vanzelf goed zit. Ik moet mezelf eraan herinneren naar de kapper te gaan, voor het een onontwarbare pluizebos wordt.
Toen ik een paar weken geleden langs een kapper liep dacht ik: als er plek is, laat ik het knippen. Twee minuten later zat ik onder een cape en vroeg de kapster hoe ik het hebben wilde. Ik had een overmoedige bui en zei meteen: “Ik wil het laten verven!”
Die door mijzelf geblondeerde plukken zaten me al langer dwars, mijn eigen haarkleur wordt donkerder en saaier en ik ontwaarde steeds meer grijze haren. Tijd voor een opfrisbeurt. Ik wilde het iets donkerder, maar dan zó subtiel, dat niemand van twee straten verder zou denken: die heeft d’r haar geverfd. De kapster wees een kleur aan in een boek. Ik vond het wat donker, maar ik liet me geruststellen.
Ze verfde mijn haar.
Het werd veel te donker, nog net geen zwart, terwijl mijn eigen kleur donkerblond is. Ik schrok me rot. En durfde er niets van te zeggen. Meteen bij thuiskomst waste ik het grondig. Het spoelwater was bruin dus ik had goede hoop. Maar het hielp niks.
Mijn huisgenoten reageerden gematigd positief, waarschijnlijk vooral om mij me niet al te stom te laten voelen. Wat niet lukte. Ik wist niet dat mijn haar toch zo belangrijk voor me was. Ik wilde niet iemand zijn die zo overduidelijk haar haar had geverfd en dan ook nog zo donker, wat mijn gezicht hard en oud maakte.
Maar het meeste dwars zat me dat ik niet naar mezelf luisterde toen de kleur uitgekozen werd. Ik schraapte al mijn assertiviteit bij elkaar en ging terug naar de kapper.
Tja, ik had de kleur zelf gekozen, zeiden ze. En gratis opnieuw verven deden ze niet zomaar. Maar dat wilde ik helemaal niet horen. Hun eerste reactie had moeten zijn: “Wat ontzettend vervelend voor je, en wat goed dat je langskomt!”
Toen duidelijk werd dat ik niks gratis wilde, maar er ook niets aan te doen was, kreeg ik wat adviezen. Op internet vond ik er nog meer. De dagen erna zat ik uren met mijn haar in olijfolie, waste het vaak met head&shoulders. Zelfs met groene zeep en waspoeder. Ik vertoonde me zo weinig mogelijk buiten, maar als ik toch boodschappen deed, riepen die mensen van twee straten ver: “Hé, jij hebt je haar geverfd!”
En ik zorgde natuurlijk dat ik nergens op een foto kwam. Na een week of twee werd het lichter, en intussen is het zo ongeveer zoals ik het hebben wilde. Ik heb er vrede mee. En ik laat mijn haar nooit meer verven.
Deze foto maakte ik vlak voor het gebeurde. Er bestaat géén na-foto.

zaterdag 15 juni 2019

Vrijwillig

Sinds een jaar of vijf werk ik als vrijwilliger bij het Repair Café, dat eens in de twee maanden plaatsvindt in de Kringloopwinkel. Het kan soms behoorlijk druk zijn. Vier of vijf mannen zitten achter hun tafel en repareren cd-spelers, koffiezetapparaten, föhns, heggenscharen en wat er verder nog maar voorbij komt. Met stip op één staan Senseo’s.


Mijn collega-gastvrouw en ik zorgen dat er niemand voordringt en dat iedereen koffie krijgt. Je raakt makkelijk aan de praat met de wachtenden en dat is meestal erg gezellig. Bovendien geeft het een goed gevoel om iets te doen tegen de enorme afvalberg. En vooral tegen fabrikanten die hun spullen van slechte kwaliteit maken en als het even kan onmogelijk te repareren. Gemiddeld lukt tweederde van de reparaties.
Tijdens een van die ochtenden kwam er een jongetje van een jaar of tien met wondermooie, doordringende ogen bij mijn tafel staan. Zijn moeder stond verderop tussen de kledingrekken te snuffelen. Ze waren zo te zien niet gekomen om iets te laten repareren, maar om in de winkel te struinen.
‘Wat is dat?’ vroeg het jongetje en wees naar een groene bus.
‘Dat is een collectebus,’ zei ik. ‘Mensen mogen er vrijwillig geld in doen als ze goed geholpen zijn bij het Repair Café.’ Ik wees naar de tafel en legde uit wat dat was.
‘Vrijwillig?’
‘Dat betekent dat je het zelf mag weten,’ legde ik uit.
De jongen liet het tot zich doordringen. Een tijdlang staarde hij voor zich uit.
‘Nee,’ zei hij na een tijdje. ‘Ik geef niets.’
Zijn ogen waren van het helderste en ernstigste blauw dat ik ooit had gezien.
‘Dat is prima.’ Ik glimlachte. ‘Dat hoeft ook niet. Het is eigenlijk alleen voor als je iets laat repareren.’
De jongen liep de winkel in en ik hield me bezig met een klant met een stofzuiger die gerepareerd moest worden. Ik was de jongen al weer bijna vergeten toen hij weer bij me kwam staan.
‘Ik heb een besluit genomen,’ zei hij. ‘Ik geef toch wat.’ Hij stak zijn hand in zijn broekzak, haalde er een muntje van vijftig cent uit en gooide die in de collectebus.
Voor ik iets kon zeggen was hij alweer verdwenen.

vrijdag 14 juni 2019

#weggeefboek

Als het schrijven of illustreren gedaan is, krijg ik altijd een paar auteursexemplaren van de boeken die ik maak. Soms wordt de titel na een tijd uit de verkoop gehaald en dan kan ik tegen een gereduceerde prijs mijn eigen boeken kopen. En dat doe ik ook, ik kan de gedachte niet verdragen dat ze in de versnipperaar verdwijnen.
Zo heb ik heel wat van mijn eigen boeken in huis. In dozen. In kasten.
En daar liggen ze maar te liggen. Een tijd geleden besloot ik ze weg te geven in de trein en op andere openbare plekken. Alles beter dan in die doos in die kast te verstoffen.
Op 10 exemplaren van Zwaartekracht plakte ik een sticker en schreef daarop: #weggeefboek! Neem mij mee!
Op een van mijn treinreizen nam ik een boek mee. Ik wilde graag de lol van de vinder meemaken, die zomaar gratis en onverwacht een prachtig boek zou vinden en mee zou mogen nemen.
Ik zou dat zelf geweldig vinden. De komende tijd zou ik twitter en instagram in de gaten houden of iemand een bericht plaatste met #weggeefboek. En natuurlijk was ik benieuwd wat de vinder ervan zou vinden. Het zou wellicht mijn doorbraak kunnen betekenen. Je weet nooit hoe een balletje rolt!
Ik legde het boek op de bank aan de andere kant van het gangpad en wachtte af.
Na een tijd stapte er een jonge vrouw in. Ze pakte het boek op, las de achterkant en legde het op haar schoot. Daarbovenop legde ze het boek dat ze kennelijk aan het lezen was.
Raak! dacht ik. Een lezer!
Op het volgende station stond ze op en legde mijn boek terug op de bank.
Bij het station daarna moest ik er zelf uit en uiteraard liet ik het boek liggen. Het zou vanzelf bij de passende vinder terechtkomen.
Net toen ik wilde uitstappen tikte er iemand op mijn schouder. Een vrouw.
‘Was dit van jou?’ vroeg ze. Ze gaf me mijn eigen boek.
‘Dank je wel,’ zei ik.
Nét voor het uitstappen wist ik het boek nog met succes op een raamtafeltje in de trein achter te laten. Aan de overkant wachtte ik op mijn aansluiting. Mijn vorige trein stond er nog steeds en ik ving een flard van een gesprek op tussen een reiziger en een conducteur uit die trein.
‘Gevonden,’ zei de reiziger. Ik keek om. Een man gaf mijn boek aan de conducteur, die op de sticker tuurde. ‘Weggeefboek,’ zei de conducteur, ‘nooit van gehoord. Maar je mag het houden, blijkbaar.’
De man keek wat besluiteloos naar het boek. Ik zag hoe hij terugliep de coupé in en het boek bovenin het bagagerek legde, waar het onzichtbaar was en waarschijnlijk pas door de schoonmakers zou worden gevonden. Hopelijk zat daar dan een lezer tussen.

maandag 18 januari 2016

Op en af

Acht jaar lang liep ik rond in de Van Heutskazerne aan de Oudestraat in Kampen. 
Twee studies. 
En al die dagen  heb ik door dit trappenhuis gelopen. Naar boven voor de lessen, naar beneden voor het winkeltje, de werkplaatsen of de uitgang, naar links voor de koppen koffie (in eigen mok), soep en broodjes kroket.

Een kwart miljoen gradaties aan emoties doorleefd op deze trappen. Schroom, frustratie, trots, woede, groeiend en afbrokkelend zelfvertrouwen, extatische verliefdheden en diep liefdesverdriet, verbijstering door het plotseling overlijden van mijn vader. 

Het is een zeefdruk. Ik kreeg het voor mijn verjaardag van Huib en het is gemaakt door Jet.  


maandag 23 november 2015

Jezelf als cadeau

Mijn Lief was jarig.

Nu vind ik cadeautjes bedenken voor hem altijd best lastig, maar nu helemaal. Want hij was niet zomaar jarig, hij werd 50.
Op de open dag van Quintus zag ik mijn 3-D print collega Gert-Jan Boom die naast allerlei technische en leuke dingetjes ook zijn gezin geprint had. En ik wist meteen: dat is het! Hij krijgt ons van ons!

Op een vrijdagmiddag togen we in onze mooiste kleding naar het bedrijf, waar we in een soort cabine om de beurt twee minuten stil moesten staan. Het werkte nogal op onze lachspieren en natuurlijk lukte het niet om voor mijn Lief geheim te houden waarvoor we kwamen, maar dat maakte niet uit.








Na een kleine week kon ik de geprinte mini-mensjes ophalen. De extra min-mini versie kregen we er als verrassing bij!


Afgelopen vrijdag was hij dan eindelijk jarig en konden we ze op de schoorsteenmantel zetten. Wat zijn we goed gelukt! Het is niet in kunststof geprint, zoals ik eerst dacht, maar in kalkzandsteen.



Ik stel me voor dat het ook zo gegaan is met de eerste foto. Toen moest je ook speciaal ergens naar toe in je mooiste kleding, twee minuten stilstaan en al het bezoek vergaapte zich vervolgens aan deze noviteit.

Over een jaar of 10 kun je vast op elk station even snel een 3-D selfie maken.



dinsdag 25 augustus 2015

raadgedicht



Soms komt er iets bijzonders op je pad.   

Door Rian Visser werd ik gevraagd of ik een gedicht ter beschikking wilde stellen voor haar project Raadgedicht. Dat had ik, maar het leek me ook een goede gelegenheid om nieuwe gedichten te verzinnen.

Een raadgedicht is een gedicht waarvan een woord afgeplakt is. Kinderen moeten proberen te raden welk woord er zou kunnen staan, en hoewel de dichter het woord natuurlijk kent, is een ander antwoord niet per se fout! Het is een erg leuke manier om met woorden bezig te zijn.

Gedichten schrijven is anders dan verhalen. In een verhaal gaat het om de gebeurtenis en in gedichten meer om een waarneming, een herinnering of een associatie. Het zijn kleinere momenten die je beschrijft in zo weinig mogelijk woorden. Nog sterker dan bij verhalen gaat het om de taal en de woorden, en niet alleen de betekenis maar ook de vorm en de klank ervan.

Ik begon meteen anders te denken toen ik op zoek was naar gedichten. Ik zag opeens hoe de stoep eigenlijk een gigantisch hinkelpad is en het web dat ik ‘s morgens aan mijn fiets vond inspireerde me ook tot een gedicht. Die het niet hebben gehaald, trouwens ;-)

En het mooie is, dat ik overal gedichten blijf zien. Er is iets in gang gezet. Nu helemaal nooit meer zonder notitieboek de deur uit!


Mijn gedicht is in de week van 19 oktober aan de beurt.

En zelf ben ik vooral onder de indruk van het feit dat mijn naam zomaar tussen al die poëziegrootheden genoemd staat. Iris Boter, Annie van Gansewinkel, Diet Groothuis, Hans Hagen, Marco Kunst, Ted van Lieshout, Koos Meinderts, Corien Oranje, Jaap Robben, Edward van de Vendel en Rian Visser

Ben of ken je een docent in de bovenbouw van het basisonderwijs of onderbouw middelbare? Doe mee! Het kost niets. Uit betrouwbare bron weet ik dat groep 8b van de Dirk van Dijkschool in Kampen in elk geval meedoet :-)

www.raadgedicht.nl

donderdag 9 juli 2015

Met mijn meisje naar een heel oud meisje

Ik wilde mijn meisje graag het meisje van Yde laten zien. Bijna twee jaar geleden waagden we al eens een poging, maar net toen we in het museum van Assen waren viel de stroom uit en moesten we het museum verlaten. Gisteren deden we een tweede poging, die wel slaagde.


Ik mocht natuurlijk niet flitsen, daarom zo donker. Er zijn op internet betere foto's van haar te vinden.
Toen ik het meisje van Yde jaren geleden voor het eerst zag was ik verbijsterd en enorm onder de indruk. Iemand van bijna tweeduizend jaar geleden in het (weliswaar gekrompen, vervormde en verkleurde) gezicht kijken, onvoorstelbaar! Haar voeten, zelfs haar nagels zijn nog zichtbaar.



Ik vind dat zo fascinerend, dit contact met een andere tijd die voor ons onvoorstelbaar is. Ik zie allerlei beelden voor me van duistere moerassen, van eindeloze uitgestrekte, onaangeharkte natuur waar nu Hema’s en Mediamarkten staan. En ik zie mensen voor me die zo ongelooflijk anders in het leven staan. En het is misschien gek om te zeggen, maar ik heb op zulk soort momenten echt het gevoel dat ik ze zou kunnen begrijpen, en ik zou zo graag even in die tijd bestaan. En als ik me helemaal laat gaan ben ik er ook nog van overtuigd dat ik in mijn hoofd, in dat rare brein van mij, me echt kan voorstellen hoe het was om toen te leven en dat ik kan communiceren met die mensen en met dit meisje, dat ik kan horen wat ze te zeggen hebben. (Klinkt dit erg raar? Ja he?)

En ik wil daar dan iets mee dóen, met dat overweldigende gevoel. Een boek schrijven!

Ik weet dat er al veel over het meisje van Yde geschreven is, en ook een boek, maar het idee laat me niet los. In de museumwinkel vond ik niets over haar, wat ik een gemiste kans vond.

Mijn eigen meisje vond het ook allemaal interessant, en vooral leuk-griezelig.

Dit vond ik ook bijzonder grappig. Ik zag meteen voor me hoe de vinder en de veldwachter het lijk verdeelden en hoe de veldwachter met de voeten en een arm naar huis gaat. Zoiets verzin je toch niet?

Dit is die losse arm.



Daarna gingen we natuurlijk nog even Assen in. In de ontzettend leuke kinderboekenwinkel Rapunsel (waar we per ongeluk fluisterden omdat het zo stil was) zag ik mijn boek pontificaal in de kast staan! En ik kon het niet laten om dit boek te kopen van mijn collega-schrijfster Suzanne Wouda die ook gegrepen is door het historie-virus. Leesvoer voor in de vakantie, voor zowel mij als mijn meisje.  


woensdag 17 juni 2015

Stil verwateren

Ik zag op Facebook een illustratie uit het boek Stil Verwateren.

Het sprak me meteen aan. Soms heb je dat. Je weet meteen: dit heeft kwaliteit. En dat niet alleen, het komt ook uit dezelfde bron waar ik uit put. Ik had het niet kunnen,  maar wel willen maken.


En ik kocht het. Ik moest er even over denken, want het was niet goedkoop. Maar ik dacht: een boek waarvan een enkele illustratie al zo tot me doordringt, is het geld waard. 


En dat is het ook. 

Er staan duizend haiku’s in van Geert de Kockere en 71 illustraties gemaakt door Nelleke Verhoeff. 


Het ligt bij ons op de kast en ik blader erin, lees er af en toe een aan iemand voor. 


De haiku’s zijn mooi. Er staan prachtige, kleine observaties in en veel zijn erg herkenbaar. Heel knap hoe iemand in 5-7-5 lettergrepen een hele wereld op kan roepen. 


En de illustraties zijn dromerig en poëtisch. Dit is nu een prachtig en klassiek voorbeeld van hoe een illustratie echt iets toevoegt aan een tekst. Nelleke geeft er een eigen draai aan. Ik ben verliefd op haar manier van verbeelden, onverwacht en soms absurd. Nelleke Verhoeff is een échte illustrator. 


Het leuke is dat de eenvoud van een haiku inspireert. We gingen er alledrie spontaan van dichten. 


Die van mijn Lief wil ik u niet onthouden:

De koeien staan weer
in de wei, ik loop door het
hoge gras. Hai koe! 




maandag 20 april 2015

Lichtgroen

Voorzichtig groen licht voor Mislukt
Nog wel werk aan de winkel. 
Maar bij lichtgroen (zon)licht is dat geen straf.
Het is finetuning 2.0.


dinsdag 7 april 2015

Een ander

‘Er komt weer een nieuw boek van me uit! Hero, de Superheldenhulphond!’
‘Leuk. Maak je zelf de illustraties?’
‘Nee. De uitgever heeft Mark Janssen gevraagd en hij zei ja!’
‘Oh... Vind je het niet gek of vervelend dat een ander het doet?’
‘Nee, juist niet.’




Het is niet de eerste keer dat ik mijn verhaal niet zelf illustreer. Ik was erg benieuwd.

Toen ik de tekeningen in mijn mailbox ontving, was ik erg verrast. Niet alleen omdat het ontzettend goede tekeningen waren, maar vooral omdat ze zo anders waren dan ik het zelf zou doen.

En dat is goed.

Als ik mijn verhaal zelf zou hebben geïllustreerd, tap ik uit hetzelfde vaatje als waar mijn verhaal ook uit komt. Eén en één is dan gewoon twee. Niks mis mee, maar ook misschien wel veel van hetzelfde. Ik kan zelf niets extra’s toevoegen aan mijn verhaal. Een andere illustrator kan dat wel. Dan is één en één drie.

Door de illustraties van Mark werd mijn verhaal een ander verhaal. Niet 180 graden anders, maar wel anders. Hij voegt er een dimensie aan toe die ik niet in huis heb, omdat hij nu eenmaal een ander mens is.

De eerste keer dat ik me dat realiseerde was met De Gestolen Munt, dat geïllustreerd werd door Jan Lieffering. Na al 15 jaar zelf illustrator te zijn geweest, besefte ik toen pas voor het eerst wat een illustrator met een verhaal doet: hij maakt er een ander verhaal van. En dat is een hele verantwoordelijkheid.

Ik ben ontzettend blij en trots met het eindresultaat!

Edit: nu ik het boek in handen heb, bedenk ik me ook dat je bij je eigen illustraties altijd ziet wat er nog beter had gekund. Daardoor ben ik niet snel echt tevreden. En nu wel, want ik zie nu alleen maar hoe mooi ze zijn!