Posts tonen met het label assertief. Alle posts tonen
Posts tonen met het label assertief. Alle posts tonen

zaterdag 2 mei 2020

Ik ben er weer/nog

Vlak na mijn laatste blogje brak de coronacrisis uit. 


Nooit eerder werd zo duidelijk hoe ik op dit soort dingen reageer: ik klap dicht. Ik vet binnen. Ik praat er liever niet over, terwijl het nergens anders over ging. Ik sloot me op en af en keerde me naar binnen. En prompt blogde ik ook niet meer. Want erover schrijven - afgezien van dat ik dat niet wilde, wat zou het toevoegen aan alles wat iedereen er al zei? Bovendien werd ik er nauwelijks persoonlijk door getroffen.

En over andere dingen schrijven leek veel te triviaal.


De quarantaine vind ik niet zo erg. Als introvert ben ik al graag thuis en alleen, en zo ziet mijn leven er de laatste 20 jaar al zo ongeveer uit. Maar nu zelfs de laatste sociale verplichtingen zijn opgeheven red ik mij vooralsnog prima. 


Ik zie zelfs meer mensen dan normaalgesproken, zij het dan steeds dezelfde twee. Ik geloof eerlijk gezegd dat ik dat nog het lastigst aan de hele situatie vind: ik ben geen seconde meer alleen thuis. Ik heb ze enorm lief, die twee, maar ik heb het nodig om me af en toe een paar uur onbespied, ongehoord en onopgemerkt te wanen. 


Maar ik kom de tijd goed door, ook omdat ik het hartstikke druk heb. Er liggen maar liefst vooralsnog elf kinderboeken te wachten om door mij geïllustreerd te worden dit jaar, naast de terugkerende opdrachten. Eigenlijk te veel, maar ik kon met goed fatsoen geen nee zeggen (want leuk, want serie, want al maanden in de planning, want nieuwe opdrachtgever) en ik wil nog niet de minste schijn opwekken van klagen, als zoveel mensen hun baan kwijt zijn of slapeloze nachten hebben over de toekomst van hun bedrijf. 


Dus meer dan genoeg reden om elke dag uit bed te komen en aan de slag te gaan. Ik hou ervan. In zekere zin komt het juist goed uit dat al het andere nu weggevallen is. 

Helaas betekent het wel dat ik mijn tweede thriller tijdelijk op een zijspoor heb gezet, want hoewel daar geen deadline op zit geeft het me ruimte en rust om dat even niet ook nog van mezelf te moeten. Ik was al heel ver, en heb enorm veel zin om er straks mee verder te gaan. In mijn nieuwe werkkamer, want ohja, we kochten ook nog een huis. 


Al jaren maakte Funda deel uit van ons rondje internetten en vaak zagen we een tof huis, dat bij nadere beschouwing toch niet helemaal het onze bleek te zijn, of waar we niet allebei voor warm liepen.


Bij dit huis was dat anders. In de binnenstad, een oude stadsboerderij. Vrijstaand. We keken elkaar aan. We liepen er een paar keer langs (toen we het konden vinden, want het ligt nogal verscholen). We timeden: één minuut lopen vanaf onze zo geliefde IJssel. We boden, we onderhandelden, het lukte. 

Daarna brak de coronacrisis pas goed los en ik heb een paar slechte nachten gehad over de verkoop van ons huis. Onnodig. Het was binnen een week verkocht. 


Nu: opruimen, uitzoeken, weggooien. 


Ik ga door al mijn spullen om te zien wat ik mee wil nemen. Oh, de luxe van genoeg tijd om elk briefje, elk papiertje en elke tekening door mijn handen te laten gaan. 


Al dat verleden dat ik tegenkom gaat me niet in mijn koude kleren zitten. 

Ik droom heel intens deze tijd. Kaartjes van heel vroeger, agenda’s uit de jaren 80, briefjes in mijn vaders handschrift, kaartjes van mijn oma, kaartjes van jongens (Ik probeer je te vergeten - lukt niet X Bart*) (Werkelijk geen idee meer wie Bart is). Een hele doos vol deurbriefjes uit mijn studententijd (Tim* heeft gebeld!) en heel veel briefjes van mijn vriendinnen. Whatsapp uit de vorige eeuw. Veel schrijfsels van mijn 20-25 jarige ik. Dit bewaar ik natuurlijk allemaal. 


Uit al die dozen wasemde een sterk besef op: ik was toen ook iemand. 

Ik was jonger, anders, maar ik was iemand en ik zal altijd iemand zijn. Het sterkte me om het allemaal terug te zien, een kracht die zich ook naar de toekomst werpt. Ik weet nog heel goed hoe ik me toen voelde, en er zit iets in mij dat onveranderd is. Noem het mijn ziel.


Veel gaat natuurlijk ook weg. Schetsen voor tekeningen, (waarom heb ik die bewaard?) een stapel academiewerk, administratie (bankafschriften uit 1997, kassabonnen van jaren en jaren). Stapels tijdschriften uit begin deze eeuw, waarin een enkele illustratie van mij staat. Ik bewaar er een van elk. En ook bijna alle babykleertjes gaan weg, die ik in de hoop op een tweede had bewaard. Weg ermee. Naast een sluimerend gevoel van droefheid en verlies lucht het ook enorm op om zoveel naar de Kringloop te brengen. En van dingen waarvan ik de herinnering wel, maar de fysieke verschijning niet hoef te bewaren maak ik een foto. 

Ik word er alles bij elkaar nogal sentimenteel van. In dit huis heeft onze dochter leren lopen, we hebben er 14 jaar gewoond. De tijd gaat altijd voorbij, maar een ander huis markeert zo duidelijk een nieuwe periode. In ons volgende huis hopen we samen stokoud te worden. Dochter zal vanuit daar ons huis verlaten om op zichzelf te gaan wonen. Zelfs ons pensioen, of in elk geval dat van hem, zullen we daar hopelijk beleven (ik ben zelf van plan om door te gaan tot mijn 90e of zolang ik gezond blijf). 


Veel voer voor blogjes, dacht ik, en ergens toen kwam de wens om weer te bloggen terug. 


Tussen al het werk vond ik een stapeltje knipgedichten, die ik zo’n tien jaar geleden gemaakt heb. Ik was ze vergeten, maar vind ze zo leuk dat ik ze op instagram plaats. De reacties zijn zo aanmoedigend, dat ik besloot om er weer af en toe eentje te maken. 


Er is weer ruimte om te schrijven.


*de namen zijn gefingeerd:-)



vrijdag 10 januari 2020

Wijnen! Wijnen!


Ik begon pas relatief laat met drinken. Ik vond het niet lekker en had er geen interesse in. 

Pas toen ik in het ruige studentenleven van Kampen terechtkwam, ging ik helemaal los. Drank was een manier om in een andere, nachtelijke wereld terecht te komen, gemakkelijk contact te maken, interessante gesprekken te voeren en tot diepe inzichten te komen. Die ik overigens allemaal vergeten ben. 

Nadat ik gesetteld raakte werden de extreme uitspattingen wel minder, maar de drank bleef. 

Het werd een gewoonte om elke avond een glas wijn te drinken en soms nog eentje. Ik had het nodig om ontspannen te raken en om goed te slapen. 

Slecht slapen werd een issue vanaf dat ik moeder werd. Wijn was mijn geheime wapen daartegen, hoewel het niet eens altijd hielp. Zonder wijn zou ik nóg slechter slapen, dacht ik. 

Tot ik na verloop van tijd merkte dat ik wel erg duf wakker werd ‘s ochtends. En dat ik soms hoofdpijn had die pas in de middag wegtrok. Het duurde lang voor ik aan mezelf durfde toe te geven dat het toch verdacht veel leek op een kater. Want hoe kon je na maar één glas wijn of minder een kater voelen? Toch was het zo. 
Maar ik durfde niet te stoppen. Te bang voor horrornachten waarin ik  woedend wakker lag. 

Tot dat ene moment. Ik mocht mee met de klas van mijn dochter op schoolreisje. Het was groep vijf, dus dat is ongeveer zes of zeven jaar geleden. Het was een leuke en bijzondere dag, die ik met een indringende hoofdpijn en branderige ogen doorbracht. Van dat ene borreltje van de avond ervoor. 
Ik besloot: ik stop ermee. Het is het niet waard. 


De eerste avond was onwennig. Een kop thee voor ik ging slapen. En ik sliep. Ik werd prima wakker. Dat ging zo door. 
In het weekeind kon ik best een wijntje drinken, dacht ik. Maar ik merkte meteen hoeveel suffer ik wakker werd. Ik stop er écht mee, dacht ik. 

En dat deed ik. Sinds die ene dag drink ik zo goed als niets meer. Soms een glas witte wijn tijdens een etentje. Wit gaat beter dan rood, ontdekte ik.  
Een paar jaar geleden dronk ik een glas rode wijn tijdens een etentje. Ik deed er de hele avond over en dronk er een glas water naast. Toch voelde ik de hele volgende dag diezelfde hoofdpijn. Mijn lijf wil het gewoon niet meer. En ik mis het helemaal niet, het zit niet meer in mijn systeem. 

Slapen gaat nog steeds niet altijd goed, maar wijn helpt niet, weet ik intussen. 

Als ik er geen last van had, zou ik nog gewoon wijntjes drinken. Want dat heerlijke gevoel van ontspanning bij een glas wijn, alsof je schouders als gespannen elastiekjes losschieten, dat mis ik soms wel. 

En ik moet me soms verdedigen: ‘Ah joh, eentje, doe niet zo ongezellig.’ Ik heb dat vroeger zelf ongetwijfeld ook gezegd. Sorry, voor al degenen die de wijsheid al eerder in pacht hadden dan ik. 

donderdag 19 december 2019

De man van drieduizend boeken

Ik was op een verjaardag. Geen kringverjaardag dit keer, maar eentje waarbij iedereen vrij rond liep. Bij de tafel met hapjes kwam een man naar me toe.
‘Ik heb je boek!’ zei hij.
‘Echt?’ Ik straalde.
‘Nou en of. Ik kreeg een stickje van iemand met drieduizend boeken.’ Hij zette zijn tanden in een toastje met schimmelkaas.
‘Drieduizend?’ stamelde ik.
‘Ja. Haha. Mijn ereader in een keer vol.’
Ik wist even niet hoe ik moest reageren. ‘Welk boek?’ vroeg ik na een tijdje.
Hij keek me niet begrijpend aan.
‘Welk boek heb je van mij?’ verduidelijkte ik.
‘O, dat weet ik niet eens. Ik zag je naam ertussen staan en ik dacht: hé, die ken ik. Vind je dat nou niet leuk? Misschien sta je wel op honderden ereaders.’
Wat moest ik zeggen?
‘Dan krijg ik nog een euro van je,’ zei ik zo gekscherend mogelijk en vond mezelf stom. Waarom moest ik er nou weer een grapje van maken? Deze man heeft gewoon drieduizend boeken gestolen en is er nog trots op ook.
‘Een euro?’ zei hij. ‘Hoezo?’
‘Dat is het bedrag dat ik nu misloop omdat je het niet gekocht hebt.’ Ik lachte erbij want ik wilde hem niet boos maken, maar ik wilde ook mijn punt maken.
‘Kost dat boek van jou maar een euro?’ Hij smeerde nog een toastje met kaas en bood me dat aan. Ik sloeg het af.
‘Nee. Dat is wat ik krijg van een verkocht boek.’
Hij schoot in de lach. ‘Wat een vak.’ Het toastje at hij zelf op.
Dit was het moment waarop ik moest opkomen voor mijn hele achterban. Alle verhitte discussies op Facebook mochten niet voor niks zijn geweest.
‘Een ebook kost geld,’ zei ik. ‘Het is mijn werk. En je hebt er niet voor betaald.’
‘Nou, ik zie het eerder als lenen,’ zei hij. ‘Ik heb niks. Ja, een bestandje. Een mens mag een boek toch  gewoon uitlenen? Daar hoef je niet voor te betalen.’
‘Een ebook kun je niet uitlenen. Want je houdt zelf altijd een kopie.’
‘Naamsbekendheid!’ zei hij. ‘Je wilt niet weten aan hoeveel mensen ik het stickje al doorgegeven heb.’
Hij wachtte tot ik blij keek.
‘Ik snap je wel hoor,’ zei hij ten slotte. Hij haalde iets uit zijn zak en gaf het me, voor hij zich naar de andere kant van de kamer begaf. Ik keek in mijn  hand.
Een euro.

maandag 18 november 2019

De vierde in de rij

(Uit de bundel: moeilijk denken)

Vanmiddag deed ik boodschappen bij de Jumbo. Appels, bloem en eieren voor een appeltaart en een zakje nootjes voor vanavond. Toen ik in de rij aansloot zei de vrouw voor me enthousiast: ‘Je bent de vierde in de rij!’
O, nee. Ik keek om me heen. Was het waar?
‘Ah, laat maar,’ zei ik. Ik keek snel of er een andere, kortere rij was. 
‘Ja, je bent de vierde wachtende!’ zei de vrouw weer terwijl ze doorging met haar boodschappen op de band leggen. 
Wat moest ik doen? ‘Ik ga niet schreeuwen hoor,’ zei ik. ‘Het maakt niet uit.’
De vrouw keek niet-begrijpend. Hoe kon ik zoiets laten gaan?
‘Ik wil wel ruilen, hoor,’ zei ik aardig. ‘Dan bent u de vierde.’
‘Mevrouw,’ riep de vrouw tegen de caissière. ‘Zij is de vierde wachtende! Tenminste, net.’
De man die geholpen werd toen ik in de rij aansloot, was klaar en vertrok. 
Ik maakte een achteloos gebaar. ‘Laat maar,’ zei ik. Ik begon te zweten. 
De caissière riep er een andere caissière bij. De vrouw die voor me stond begon uit te leggen hoe de situatie was toen ik in de rij aansloot. 
‘Nee, nee,’ zei de tweede caissière een tikje streng tegen mij. ‘Zo werkt het niet. We beginnen pas te tellen bij de eerstwáchtende, degene die aan de beurt is telt niet mee.’
Ik verschrompelde onder haar kille blik. 
‘Ik begrijp het,’ zei ik. ‘Duidelijk. Prima. Maakt niet uit.’
‘Je was de vierde,’ zei de vrouw voor me verongelijkt. 'Toen die man er nog was.' 
Ik knikte. ‘Bedankt  in elk geval.’ 
Ik zweeg tot ik aan de beurt was. Voortaan alleen nog naar de Appie.

dinsdag 22 oktober 2019

Grrrratis


(Uit de bundel: moeilijk denken)

Ik ging naar de Kruidvat om een zak snoep te kopen. Een flinke, van 500 gram. Dat hadden we bedacht als cadeau voor iemand die ons geholpen had. Ik had ook deodorant nodig.
In de winkel stond een bordje bij de deodorantafdeling: 500 gram snoep cadeau bij aankoop van een deodorant. Precies die ik van plan was te kopen.
Wat een toeval, dacht ik. Eerst was ik blij. Maar toen dacht ik: wat moet ik dan kopen?
‘Nou, niks anders,’ zei ik tegen mezelf. ‘Dit is toch gewoon een grappig toeval?’
‘Maar het voelt zo goedkoop. Iets als cadeau weggeven wat je zelf hebt gekregen.’
‘Hoezo, je wist het toch niet? Je was het al van plan en nu krijg je het per ongeluk. Bovendien weet zij toch niet dat je er niks voor betaald hebt?’
‘Ja, maar ik weet het wel. Het voelt niet goed.’
‘Het zou anders zijn als je pas besloten had om die zak snoep cadeau te geven toen je ontdekte dat het gratis was. Maar je was bereid om ervoor te betalen.’
‘Maar is die intentie genoeg om het een cadeau te laten zijn? Een cadeau moet toch iets kosten, moeite, of geld, maar wat is het waard als het… nou ja, als het niks waard is?’
‘Wees toch niet zo zwart-wit. Het gaat toch om het idee?’
Enzovoort.
Kon ik er maar alsnog voor betalen, dacht ik. Dan was ik van het hele gedoe af.
Toen kreeg ik een idee. Ik kon de deodorant niet kopen en voor het snoep betalen, waarna ik het cadeau kon geven.
‘Maar ik heb die deo echt nodig,’ zei ik tegen mezelf.
‘Kun je die niet later kopen dan?’
‘Jawel, maar het is toch zonde om zo’n zak snoep te laten liggen? Het is gratis.’
Zo stond ik daar een tijdje met mezelf te discussiëren.
Uiteindelijk nam ik de deo en de twee zakken snoep mee naar de kassa en hield zorgvuldig in de gaten welke gratis was en voor welke ik betaalde. Die laatste gaf ik cadeau.









donderdag 1 augustus 2019

Duister geheim

Een workshop geven is erg leuk omdat de deelnemers meestal heel - dit is het beste woord ervoor: gretig zijn. Ze schrijven alles op en ze willen alles horen wat ik zeg. Waar maak je dat nog mee? Ik thuis al helemaal niet. 


Ik gaf een workshop schrijven in een boekhandel in het noorden van het land. Er was tot mijn verrassing heel wat volk op afgekomen. De tijd dat ik zo nerveus was dat ik nauwelijks sliep was gelukkig voorbij. Ik had er zin in en was goed op dreef. 
‘Je personage is het belangrijkste onderdeel van het verhaal,’ vertelde ik. De pennen kwamen in beweging. 
‘Is dat zo?’ vroeg een man. Hij was de enige die niet was gaan zitten. Hij leunde met zijn elleboog tegen een boekenkast vol kookboeken. 
‘Ja,’ zei ik. ‘Zonder personage heb je geen verhaal. Hij is degene die het allemaal meemaakt.’
‘Dus is het plot het belangrijkste,’ zei hij met een lach. 
Ik wilde een antwoord formuleren, maar hij was me voor. 
‘Jaha,’ zei hij triomfantelijk en keek het publiek rond. 
Ik vervolgde mijn praatje. ‘Je personage moet een wens hebben, een doel. Zonder dat krijgt je het verhaal niet in beweging.’
‘En de Avonden dan?’ vroeg de man. 'Die vent wil niks.'
‘Dat kan,’ zei ik. ‘Er zijn altijd uitzonderingen.’
‘Dat zijn de beste verhalen,’ zei hij. 
‘Je moet eerst de regels kennen voor je ze kunt overtreden.’ Ik wilde verder gaan met die regels, maar de man ging door. ‘Als de Beatles dat hadden gedacht, waren ze nooit zo groot geworden. Die zijn ik weet niet hoe vaak afgewezen. Als ze zich hadden geconformeerd, was iedereen ze vergeten.’
‘Je hebt helemaal gelijk,’ zei ik. Ik kreeg een bemoedigende knipoog van een van de andere deelnemers. 
‘Schrijf elke dag,’ ging ik verder. ‘Zo houd je contact met je verhaal, juist ook als je niet schrijft. In de Albert Heijn krijg je de beste ingevingen.’
‘Of in de Jumbo,’ zei de man.
‘Het kan ook in de Jumbo,’ zei ik. ‘Het kan zelfs in een boekwinkel.’


Het lukte me om mijn praatje met goed fatsoen af te ronden. Na afloop kochten gelukkig een heel aantal deelnemers mijn boek, ik kreeg complimenten en er ontstonden leuke gesprekken bij het signeren. 
Ik dacht dat die man al weg was, maar hij had staan wachten tot de meeste mensen weg waren. 
‘Zo Iris,’ zei hij. Hij haalde een boek uit zijn tas. De titel was: Duister geheim op de breuklijn tussen verleden en toekomst - een dystopische literaire thriller
‘Ruilen?’ vroeg hij. Hij wees op mijn eigen exemplaar van Buiten Bereik. ‘Ik jouw boek, jij het mijne?’
Mijn hersens schoten te kort om direct een afdoende antwoord te formuleren. En zo kwam het dat ik naar huis ging met een duister geheim in mijn tas. 

donderdag 20 juni 2019

Haarissues

Veel aandacht besteed ik niet aan mijn haar. Gelukkig ben ik gezegend met gekruld haar dat meestal vanzelf goed zit. Ik moet mezelf eraan herinneren naar de kapper te gaan, voor het een onontwarbare pluizebos wordt.
Toen ik een paar weken geleden langs een kapper liep dacht ik: als er plek is, laat ik het knippen. Twee minuten later zat ik onder een cape en vroeg de kapster hoe ik het hebben wilde. Ik had een overmoedige bui en zei meteen: “Ik wil het laten verven!”
Die door mijzelf geblondeerde plukken zaten me al langer dwars, mijn eigen haarkleur wordt donkerder en saaier en ik ontwaarde steeds meer grijze haren. Tijd voor een opfrisbeurt. Ik wilde het iets donkerder, maar dan zó subtiel, dat niemand van twee straten verder zou denken: die heeft d’r haar geverfd. De kapster wees een kleur aan in een boek. Ik vond het wat donker, maar ik liet me geruststellen.
Ze verfde mijn haar.
Het werd veel te donker, nog net geen zwart, terwijl mijn eigen kleur donkerblond is. Ik schrok me rot. En durfde er niets van te zeggen. Meteen bij thuiskomst waste ik het grondig. Het spoelwater was bruin dus ik had goede hoop. Maar het hielp niks.
Mijn huisgenoten reageerden gematigd positief, waarschijnlijk vooral om mij me niet al te stom te laten voelen. Wat niet lukte. Ik wist niet dat mijn haar toch zo belangrijk voor me was. Ik wilde niet iemand zijn die zo overduidelijk haar haar had geverfd en dan ook nog zo donker, wat mijn gezicht hard en oud maakte.
Maar het meeste dwars zat me dat ik niet naar mezelf luisterde toen de kleur uitgekozen werd. Ik schraapte al mijn assertiviteit bij elkaar en ging terug naar de kapper.
Tja, ik had de kleur zelf gekozen, zeiden ze. En gratis opnieuw verven deden ze niet zomaar. Maar dat wilde ik helemaal niet horen. Hun eerste reactie had moeten zijn: “Wat ontzettend vervelend voor je, en wat goed dat je langskomt!”
Toen duidelijk werd dat ik niks gratis wilde, maar er ook niets aan te doen was, kreeg ik wat adviezen. Op internet vond ik er nog meer. De dagen erna zat ik uren met mijn haar in olijfolie, waste het vaak met head&shoulders. Zelfs met groene zeep en waspoeder. Ik vertoonde me zo weinig mogelijk buiten, maar als ik toch boodschappen deed, riepen die mensen van twee straten ver: “Hé, jij hebt je haar geverfd!”
En ik zorgde natuurlijk dat ik nergens op een foto kwam. Na een week of twee werd het lichter, en intussen is het zo ongeveer zoals ik het hebben wilde. Ik heb er vrede mee. En ik laat mijn haar nooit meer verven.
Deze foto maakte ik vlak voor het gebeurde. Er bestaat géén na-foto.