Posts tonen met het label pubermoeder. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pubermoeder. Alle posts tonen

donderdag 23 juli 2020

Het fijne van wachten

Mijn dochter liet me foto’s op haar mobiel zien die ze tijdens haar vakantie had gemaakt.
Haar eerste zonder ons en met alleen vriendinnen, trouwens. Maar daarover misschien later.

De laatste paar foto’s waren nog niet te zien, er stond alleen een symbool met de woorden ‘in progress’. Ik vroeg waarom dat was.
Het is de app David’s Disposable, zei ze. Een ouderwetse weggooicamera. Daarom moet je tot morgenochtend wachten tot je je foto’s kunt zien.

Toen ik daarover twitterde, bleek er ook een ouderwetse penvriend-app te bestaan: Slowly. Hoe verder weg je penvriend woont, hoe langer je op antwoord moet wachten.

Ik dacht daarover na. Alles gaat nu veel sneller dan toen ik jong was, en toen ging het allemaal al veel sneller dan toen mijn ouders jong waren. In hun begintijd konden zij elkaar niet eens bellen.
Maar blijkbaar is sneller niet altijd beter. Wachten is helemaal niet per se vervelend.
Ik schreef al eerder over het uitstel van weten of er iemand voor je gebeld heeft, en dat daardoor de hoop langer bestaat. Of de teleurstelling langer uitblijft.

Laatst kocht ik iets online. Geen boek natuurlijk, maar een ontzettend leuk jurkje. Het was onbekend wanneer het precies bezorgd zou worden, maar dat vond ik geen probleem. Sterker nog, ik betrapte me op de gedachte dat ik het fijn vond dat er ergens de komende dagen iets naar me onderweg was, en dat ik het helemaal niet erg vond om te wachten.

‘s Ochtends wakker worden met de gedachte ‘misschien vandaag!’ Verwachtingsvol mail checken, de track&tracecode volgen. Dat is niet vervelend, maar gewoon leuk.
Niet dat het een teleurstelling is als eenmaal de bel gaat, maar de voorpret is wel weg. En voorpret is ook pret.

Sommige bedrijven gaan er prat op dat ze de volgende dag bezorgen, en dat zal vast vele voordelen hebben, maar ik denk dat het belang van wachten onderschat wordt. Het geeft zin in datgene waarop gewacht wordt. Door afstand wordt verlangen groter.



dinsdag 16 juni 2020

Coronaleenhond

Als deze tijd voorbij is, zal deze herinnering hopelijk het sterkst blijven hangen: die aan de wandelingen met onze coronaleenhond. 


Toen de scholen dicht gingen zei een collega van Huib: ‘Je dochter mag onze hond wel uitlaten. Heeft ze wat te doen en zo kan ze een zakcentje verdienen.’ Dat liet ze zich geen twee keer zeggen. Haar hartenwens is al jaren een hond, maar helaas zien haar ouders dat niet zitten. 


‘Ik wil wel een keertje mee,’ zei ik. 

En dat mocht. Maar het was wel: haar hond, haar baantje, haar regels. Ik besefte dat niet meteen, maar toen het kwartje viel, voegde ik mij onmiddellijk. Zij heeft een heel natuurlijk gevoel voor de hond: die luistert dan ook opvallend goed naar haar en zij weet precies hoe ze met hem moet omgaan. Daar heb ik bewondering voor. Voor honden heb ik, net als soms voor kleine kinderen, een raar soort verlegenheid. 


En het zijn geen kattenpiswandelingen. Minstens een uur lopen we over de Zwartendijk. Al vanaf half maart bijna elke werkdag. De hond vindt het geweldig, de dochter ook. En ik ook. 

Het is dan ook een leuke hond, een vrolijk beest.


Ik wandel heel graag, maar nooit overdag. Dat voelt te veel als werktijd die ik niet mag verkwanselen. Maar als we nu om twaalf uur gaan lopen, zijn we om één uur terug en dan heb ik nog steeds de hele middag om te werken, maar dan wel met 5000 stappen op de teller en een frisse kop. Een eye-opener: overdag lopen is misschien nog wel fijner dan ‘s avonds. 

En we praten. Niet de hele tijd, dat hoeft ook juist niet. Gewoon samen. School, sport, vriendinnen, ons nieuwe huis, vakantie. 


Afgelopen week rolde de hond uitzinnig van blijdschap in een dode vis. De geur die hij daarna verspreidde was zo intens walgelijk dat we er bijna de slappe lach van kregen. Mijn superkleine beetje enthousiasme over misschien toch een hond werd direct de kop ingedrukt. Maar een leenhond: hartstikke leuk! 




zondag 16 februari 2020

Net als in de film...

Ik zit bij een theatergezelschap (waarover later meer). Een van ons had in de krant gezien dat er figuranten gezocht werden voor een film. De opnames zouden plaats vinden in het voormalig ziekenhuis in Emmeloord. Ze zochten patiënten en lijken.
Dat leek me wel wat! Ik gaf me op en werd uitgenodigd. Mijn dochter wilde ook graag mee, maar zij werd niet uitgenodigd, want er waren er genoeg. Op een zaterdagochtend om half acht moest ik me melden bij het ziekenhuis. Het was in de zomer. Er waren een stuk of 20 figuranten en net zoveel cameramensen, assistenten en regisseurs. Sommige van de figuranten hadden het al veel vaker gedaan en liepen zoveel mogelijk opnames af. In de film was er sprake van een grootschalige vergiftiging en tientallen, honderden mensen waren het slachtoffer. De scene van die dag was een hectische toestand in het ziekenhuis met rennende verpleegkundigen en stervende mensen. We werden gekleed en geschminckt en we kregen instructies. Ik moest struiptrekkend doodgaan. Ik werd wit gemaakt en kreeg baking soda met citroen in mijn mond, waarna je vanzelf gaat schuimbekken. Ook kreeg ik nepbloed in mijn mondhoeken. Anderen kregen nepkots (kwark met verkruimelde koekjes). We werden in een wachtkamer gezet en toen konden de opnames beginnen, eerst zonder draaiende camera om te zien of het praktisch haalbaar was. Daarna werd er echt gefilmd. Een cameraploeg van zo’n vijf mensen volgde de actrice, die verbijsterd in de wachtkamer moest kijken (en dat heel goed deed, alle acht keer). De regisseur veranderde nog wat, de jongen met de nepkots moest overtuigender kotsen. Een jongetje moest in paniek zijn opa door elkaar schudden. Het moest wel zo'n acht keer opnieuw en het werd vanuit verschillende hoeken gefilmd.
Ik was vooral onder de indruk van de ernst waarmee het hele team de scene maakte en de aandacht voor de details. Met zo’n veertig man zijn we de hele ochtend in de weer geweest. Aan het eind moesten we nog wat kreunende geluiden maken en paniekerig gillen, om later onder de beelden te monteren.

Daarna kregen we broodjes en koffie, en de helft van de figuranten mocht naar huis, waaronder ik. De andere helft ging door tot half zeven ‘s avonds. Ik vond het heel bijzonder om mee te maken. Pas eind januari was de film op televisie: King of the Road. Ik kon niet wachten tot hij uitgezonden werd en nam een proefabonnement op NPO-Start om de scene alvast te bekijken. Die zit helemaal aan het eind en duurt ongeveer 50 seconden. Minder dan een seconde ben ik zelf in beeld te zien. (1:33.21 om precies te zijn). De meeste andere figuranten zitten er niet meer in. Ook niet het paniekerige jongetje dat om zijn opa schreeuwt. Allemaal gesneuveld op de montagetafel. Wat een werk voor zo weinig beeld! Sommige andere figuranten waren er de hele dag en zijn toch niet te zien. En toch is het nodig, dat begrijp ik wel.


Maar zelfs al zou ik helemaal niet in de film te zien zijn, dan nog had ik het niet willen missen. Het levert trouwens 35 euro per dag per persoon op. Nog een keer Ik was zo enthousiast dat ik de site waar ze figuranten zoeken nauwlettend in de gaten hield en na een tijdje was het raak. Ze zochten mensen voor de serie ‘Vliegende Hollanders’. De opnames vonden plaats op vliegveld Lelystad. En dochter en ik mochten samen komen! Alleen al daarom was het zo mogelijk nog leuker en bijzonderder. We werden in jaren 30-stijl gestyled. Oorbellen en stappenteller moesten af. Dochter werd gevraagd niet te lachen vanwege haar beugel. Er werden twee scenes opgenomen. In de ene moesten we langs het vliegveld lopen en geanimeerd praten (terwijl Fedja van Huêt, Daan Schuurmans en Anniek Pheifer het vliegveld op kwamen lopen). Ook dit moest zeker tien keer opnieuw. We kregen goed te eten en te drinken. Als iedereen er ‘jaren dertig’ uitziet schept dat al snel een band en de sfeer was heel gezellig. Ik herkende sommige figuranten van de vorige keer.


Hier mocht ze wel lachen gelukkig :-)

De tweede scene werd opgenomen in een spiegelzaal, tijdens een feestje met muziek. Er stond een band nep te spelen (‘is er iemand die gitaar kan spelen of net kan doen alsof?’ werd er omgeroepen). We moesten dansen of praten. Een man naast me wilde niet dansen dus we gingen praten. Tien keer opnieuw hetzelfde nepgesprek, ik was doodmoe op het laatst. Een van mijn theatergenoten had zelfs een edelfigurantenrol en wisselde een paar woordjes tekst met de genoemde acteurs. Pas om half tien ‘s avonds was het klaar en mochten we naar huis. Doodmoe. Deze serie wordt in oktober uitgezonden. Ik ben benieuwd wat er van de twee scenes te zien is. Hier alvast de trailer:
https://youtu.be/_3F-6CMDLgQ

dinsdag 5 november 2019

Hoe een 13yo mij over de drempel hielp

Ik wist natuurlijk allang dat ik vegetariër moest worden. Het viel niet langer goed te praten. 
Maar er stonden wat dingen in de weg. Zoals dat ik van vlees houd. Maar een belangrijker en grotere drempel was dat ik een Zeer Luie Kok ben. Ik heb een repertoire van zo’n tien gerechten die ik blind kan maken en daar wilde ik het graag bij laten. Ik hou niet van bedenken wat te koken, ik hou niet van boodschappen doen en koken vind ik een grote chaosveroorzakende bezigheid die vaak resulteert in moeten dweilen en een andere trui aantrekken vanwege vlekken. 

(Ik hou trouwens wel heel erg van lekker eten.)

Ik zag het dus bepaald niet zitten om mij te verdiepen in andere recepten, vervangende toestanden en een hoop geëxperimenteer met veel kans op mokkende gezichten aan tafel, waaronder (vooral) die van mij. En dus veranderde er niets. 

Tot vorig jaar zomer onze dochter van toen 13 aankondigde: ik eet geen vlees meer. Ik vond het een bewonderenswaardige keuze en dacht: we zullen zien wat er gebeurt als de frikandellen op tafel komen. 
Maar ze hield vol. In het begin kookte ik nog gewoon mijn standaardrepertoire en verving haar worstje door een vega-ding. Maar na verloop van tijd bleek het makkelijker (want in elk geval een pan minder) om zelf ook de vegaburgers te eten, waarvan een heel aantal echt prima te eten bleek. En van de weeromstuit verdiepte ik mij in andere vleesvervangers (champignons door de macaroni of nootjes door de stamppot enzovoort) en zelfs compleet nieuwe gerechten. De drempel was genomen, het obstakel overwonnen. 

Ik ben nog steeds geen hardcore vegetariër, maar we eten 90% van de maaltijden zonder vlees. Het kost me geen moeite meer, het gaat vanzelf. Als ik dat geweten had! 
En als onze dochter een keer niet mee-eet, kopen we soms, maar niet eens altijd, een goed stukje vlees of vis en genieten daar drie keer zo hard van.