Mensen die mij kennen, zullen waarschijnlijk zeggen dat ik niet snel boos ben, of dat in elk geval niet snel laat merken.
Vandaag was ik dat wel.
Met Anne aan mijn hand liep ik door de Zwolse Diezerstraat. Er liepen straatwervers van Kika rond. Eentje sprak me aan.
Mag ik u wat vragen? vroeg hij.
Nee, bedankt, ik loop door, zei ik.
En toen zei hij: Maar u hebt zelf ook een kind!
Op de een of andere manier schoot me dat zo verschrikkelijk in mijn verkeerde keelgat. Wat weet die jongen van mij? Straatwervers doen dit werk niet (alleen) vanuit hun goede hart: het is gewoon een studentenbaantje. Misschien was ik wel allang donateur. Maar het ergste vond ik, dat hij mijn kind betrok in zijn poging mij over te halen donateur te worden. Woest werd ik, de vlammen sloegen me uit. Maar ik hield het nog beleefd. Ik zei: dat vind ik een ontzettend flauwe opmerking! Als ik wat wil geven, doe ik dat wel via de site, maar niet via jou!
Nog op de roltrap bij de V&D klopte mijn hart sneller. Ik was verbaasd over mijn eigen felle reactie en kan die nog steeds niet goed verklaren.
Ik had natuurlijk best wat kunnen geven (al moet je tegenwoordig meestal vaste donateur worden), maar ten eerste was het warm en druk en hadden we niet veel tijd. Ten tweede heb ik pas gelezen, dat je gemiddeld anderhalf jaar moet doneren, om de kosten van de straatwerver te betalen (zijn loon dus!). En ten derde heb ik er een hekel aan om op straat onverwacht met dit soort dingen overvallen te worden. Liever maak ik gewoon zelf iets over.
Wat ik dan nu ook ga doen.
dinsdag 6 augustus 2013
maandag 5 augustus 2013
Een droom in tachtig stukken
Zal ik het doen? vroeg hij. Het was april 2012.
Doe het, zei ik.
Jaren geleden vroeg ik hem: Wat wil je ooit nog in je leven doen?
Zelf een boot bouwen, zei hij.
Ergens in Nederland in een loods stond al ruim dertig jaar een bouwpakket van een Waarschip WB (Bruynzeel) uit 1981, onaangeroerd. De eigenaar kreeg opruimwoede, slingerde het op Marktplaats en Huib kwam ermee thuis. Het viel mee. Een pakket grofweg op maat gezaagde planken, een pak zeilen, een tas vol onderdelen en touwen. (Vasten, moet ik zeggen). Een stuk of 80 onderdelen.
Kon dat een boot worden?
Alsof het een roman was las Huib 's avonds de centimetersdikke handleiding. Op de eerste pagina stond: controleer voor u begint, of de deur in de bouwplaats groot genoeg is om het schip, als het af is, door te laten.
Eerst moest er een afdak komen voor de fietsen, zodat er genoeg ruimte in de garage kwam.
Daarna begon het zagen, lijmen, naaien, passen, meten, schuren, lakken. Met de precisie van een chirurg. Dat duurde een jaar.
Een boot bouwen is een goede conversation starter: we spraken alle buren en voorbijgangers als de garagedeur openstond.
Ik leerde allemaal nieuwe woorden. Fok, schoot, gijpen, loefgierig, roeidol, val, landvast, genua. Eindeloos brainstormden we over de kleur die het moest worden.
Afgelopen zaterdag reden we naar het Veluwemeer en lieten de boot te water. Omdat ik niet kan zeilen, ging Huibs zus mee. Ik maakte foto's van dit bijzondere moment, een droom die van 80 stukken een geheel was geworden.
woensdag 31 juli 2013
Onze vakantie: een antropologische studie
Wij zijn niet zo goed in vakantie regelen. Meestal weten we een paar dagen van te voren nog niet wat we gaan doen. Dit jaar boekten we maar liefst 6 weken van te voren een camping op aanraden van een collega van de Man.
De camping was op z'n zachtst gezegd niet helemaal ons ding. Te druk, te vol, iedereen stond hutje mutje en 's avonds na de bingo bonkte de dreunende bas van de disco over het park: de hartslag van de camping. We vergaten helemaal dat we in Duitsland zaten: alles en iedereen was Nederlands. Hadden we daar - voor ons doen - zo'n eind voor gereden?
Maar ons kind maakte massa's vriendinnen en mocht alleen naar het zwembad, dus wij kwamen helemaal aan onze rust toe. Ze won een CD van Johnny Valentino, die live optrad. Elke keer als we boodschappen haalden bij de Lidl of ergens anders naar toe reden moesten we die natuurlijk draaien. We kunnen er dus niets aan doen dat we een paar van zijn liedjes, waaronder de megahit "laat je lekker gaan" woordelijk mee kunnen zingen.
Onze stacaravan stond pal naast een pad richting het toiletgebouw, wij rekenden uit dat we zo'n 1000 gasten per dag voorbij zagen komen, die stuk voor stuk konden zien wat wij aten en lazen. Een beetje zoals een exotische diersoort in de dierentuin zich moet voelen.
Toen we eenmaal besloten hadden om ons verblijf te zien als een antropologische studie, werd het allemaal een stuk vermakelijker.
Het was veel te warm om ook maar iets anders te doen dan met de voeten in een emmer koud water boeken te lezen. En dat deed ik dus ook. Ik las niet alleen boeken, maar ook een enorme stapel tijdschriften die we mochten lenen van de camping-leen-bieb.
Aan mijn eigen definitie van vakantie kwam ik dus meer dan ooit toe: lezen en lekker eten terwijl man en kind zich ook vermaken.
Aan mijn eigen definitie van vakantie kwam ik dus meer dan ooit toe: lezen en lekker eten terwijl man en kind zich ook vermaken.
De eerste paar dagen gierde het nog wat rond in mijn hoofd, de inspiratie liet me niet los: ik schreef nog wat, ik bedacht nog wat. Maar naarmate de vakantie vorderde en de temperatuur toenam, kwam er ook in mijn hoofd rust en las ik alleen nog maar de relatieproblemen uit de Flair en de interviews in de Linda. Bij het inpakken op de laatste dag vond ik onderin mijn tas een mapje: mijn nieuwe verhaal dat ik voor vertrek uitgeprint had, met het idee dat ik daar zeker nog aan zou werken.
Geen letter.
vrijdag 19 juli 2013
Wat lome dagen doen
Vakantie is voor mij: een enorme stapel boeken lezen en lekker eten.
Meer niet. En als de man en het kind zich ook vermaken, heb ik niets meer te wensen. Ik hoef geen hoge bergen te beklimmen of op hete campings te hangen.
Helemaal verdwijnen in een boek is wel lastig als je zelf schrijft. Het is als de kok die ergens eet en zich voortdurend afvraagt wat er in het gerecht zit en hoe dat klaargemaakt is, en wat hij er zelf van vindt.
Erg? Aan de ene kant wel, want ik word steeds kritischer. Aan de andere kant stijgt mijn waardering voor goed geschreven boeken kwadratisch. Omdat ik weet hoe moeilijk het is.
Zo las ik onlangs Perfecte Stilte van Thomas Verbogt. Mooi en licht geschreven, maar ik kreeg een klap na, toen ik me realiseerde wat ik nou eigenlijk gelezen had. En ik las 'twee meisjes' van Siska Goeminne. Ontroerend mooi, klein verhaal. De kracht van de eenvoud.
Ik schreef het al eerder, maar nergens krijg ik meer inspiratie van dan van lezen. Dat is fijn, maar wakkert soms ook zo de schrijflust op, dat ik er onrustig van word. En dat terwijl ik me voorgenomen heb even niks te schrijven.
Maar juist in deze lome dagen krijgen (eerlijk gezegd denk ik: nemen) ideeën de ruimte. Het kan iets zijn wat dochterlief zegt, (ze wilde bijvoorbeeld ongebruikte woorden op Marktplaats zetten) of iets wat ik hoor of zie (er lopen twee mannen over straat met een deur. Stel dat je daar doorheen kunt en in een andere wereld terechtkomt) of zomaar een gedachte die de kop opsteekt (een workshop vrienden kleien) en er zit alweer een nieuw boek in mijn hoofd.
Ik heb me er bij neergelegd en ga de zomer tegemoet met een stapel boeken en mijn notitieboek. En mijn blote voeten op tafel.
Meer niet. En als de man en het kind zich ook vermaken, heb ik niets meer te wensen. Ik hoef geen hoge bergen te beklimmen of op hete campings te hangen.
Helemaal verdwijnen in een boek is wel lastig als je zelf schrijft. Het is als de kok die ergens eet en zich voortdurend afvraagt wat er in het gerecht zit en hoe dat klaargemaakt is, en wat hij er zelf van vindt.
Erg? Aan de ene kant wel, want ik word steeds kritischer. Aan de andere kant stijgt mijn waardering voor goed geschreven boeken kwadratisch. Omdat ik weet hoe moeilijk het is.
Zo las ik onlangs Perfecte Stilte van Thomas Verbogt. Mooi en licht geschreven, maar ik kreeg een klap na, toen ik me realiseerde wat ik nou eigenlijk gelezen had. En ik las 'twee meisjes' van Siska Goeminne. Ontroerend mooi, klein verhaal. De kracht van de eenvoud.
Ik schreef het al eerder, maar nergens krijg ik meer inspiratie van dan van lezen. Dat is fijn, maar wakkert soms ook zo de schrijflust op, dat ik er onrustig van word. En dat terwijl ik me voorgenomen heb even niks te schrijven.
| En dan staat mijn ipad ook nog vol met boeken uit de vakantiebieb-app (aanrader!) |
Ik heb me er bij neergelegd en ga de zomer tegemoet met een stapel boeken en mijn notitieboek. En mijn blote voeten op tafel.
zondag 14 juli 2013
Stoer Wijf
Zo af en toe kijkt De Man wel eens zo'n overlevingsprogramma, waarin een andere Stoere Man laat zien hoe hij in de jungle overleeft door levende kikkers te eten en hangend aan een touw te slapen ((tegen leeuwen en slangen). Of een die vrijwillig zes weken op een onbewoond eiland leeft met alleen een nagelknipper. (En een camera die het al die tijd doet). Met uitpuilende hongerogen laat hij zien hoe je vuur maakt met twee stokjes en hoe je dauw absorbeert met je overhemd zodat je dat overdag kunt drinken.
Kicken!
Het zal wel een oerdingetje zijn, want Man vindt dat leuk om te kijken, maar ik kan alleen maar heel praktisch denken: waarom eet die man halfrauwe spinnenkoppen als je ook noten of bessen kunt eten? En als hij in zo'n muffe olifantenkeutel bijt, of een slakkenhuisje leegpeutert, dan zit die cameraman vast aan een Big Mac.
Want ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat er vaak een tweede persoon bij is die alles opneemt. Hoe kun je jezelf anders opnemen als je met ware doodsverachting aan je schoenveter een kolkende rivier vol krokodillen overzwiert? En hoe komt die camera anders aan de overkant?
Maar de voornaamste vraag waarmee ik Manliefs kijkplezier vergal, maar die ik toch niet voor me kan houden is: Waarom dóet zo'n man dat? Hij hoeft dat toch niet te doen? Wat wil hij bewijzen? Als hij het zat is, kan hij bellen en wordt hij gehaald en krijgt hij vitaminepillen en kusjes. Niks oerinstinct. Niks afzien.
Watje.
Vanmiddag schoot opeens door mijn hoofd: ik doe precies hetzelfde. Ik schrijf steeds een boek, ik kan het niet laten. Maar waarom doe ik dat toch? Ik hóef dat toch niet te doen? Wat wil ik bewijzen? Er zijn al zo allemachtig veel boeken, wat voegt mijn gedoe nog toe? Een dik jaar werk, veel gezucht en gesteun, niet eens uitgenodigd bij De Wereld Draait Door, niet in de Playboy en minder verdiensten dan wanneer ik al die tijd vakken had gevuld.
En toch wil ik het. Omdat ... ik het wil. Net als die Stoere Man.
En ik kan nog niet eens iemand bellen om me hiervandaan te halen.
zaterdag 6 juli 2013
Pen of toetsenbord?
Een notitieboek is onmisbaar voor
iemand die schrijft.
Ik heb er tientallen, want wegdoen kan
ik ze niet en ik heb ook onbeschreven, omdat ze mooi zijn, of voor je
weet maar nooit. Ik zie mezelf dan schrijven in café's of langs de
IJssel of in de trein. En dat doe ik ook, maar het zijn altijd
aantekeningen, schetsen, invalletjes, ideeën.
Pas als ik achter het beeldscherm zit
en mijn vingers op het toetsenbord zet, voelt het als echt schrijven.
Het onpersoonlijke van de Arial of de Times heb ik nodig om de
woorden te zien zoals ze zijn: als woorden.
Als ik ze zelf schrijf, zijn ze nog
teveel van mij, en kan ik het geschrevene niet lezen alsof het al
zelfstandig is.
Ik vind dat soms best jammer, ik zou
eindeloos willen schrijven langs de IJssel of in een café, maar
schrijven in een notitieboek voelt nog teveel als schetsen, als
vrijblijvend. Ik maak de zinnen niet af, want 'dat doe ik thuis wel'
en schrijf veel vager en slordiger omdat ik weet dat ik het toch nog
over moet typen. Daardoor kost het me meer moeite om in het verhaal te komen.
Gek vind ik dat. Waarom zou ik niet
meteen voor het echie schrijven? Er zijn schrijvers die hun hele boek op papier schrijven en het zelf of door iemand anders laten overtypen.
En het is ook handig, want je kunt overal schrijven en het kost geen stroom of ruimte.
En het is ook handig, want je kunt overal schrijven en het kost geen stroom of ruimte.
Ik vind het een vreemde
gedachtenkronkel van mezelf die ik niet kan verklaren.
![]() |
Mijn huidige notitieboek vol losse papiertjes en met verschillende afdelingen voor verschillende projecten, gescheiden door paperclips.
|
Schrijf jij liever op papier of op je computer? En waarom?
vrijdag 5 juli 2013
Gooi open dat hoofd!
Je kunt niet in je hoofd tekenen. Niet écht.
Denken kan, je verbeelden, alles voor je zien.
Maar niet tekenen. Dat kan alleen met een potlood of een pen op papier.
Je kunt niet in je hoofd schrijven. Niet écht.
Denken kan, je verbeelden, alles voor je zien.
Mooi, mooier nog dan het ooit zal worden, misschien.
Maar schrijven is het niet.
Daar heb je echte woorden voor nodig, zwart op wit, op scherm of op papier.
zaterdag 29 juni 2013
Ik wil een stempel!
Als je
vroeger schrijver wilde worden, schreef je een verhaal en stuurde je
dat op naar een uitgever, die het beoordeelde, in 99 van de 100
gevallen afwees of er een boek van maakte.
Dat is
nog steeds zo. Maar tegenwoordig kan iedereen ook zijn boek laten
printen bij een zogenaamde Printing On Demand uitgeverij zoals er
veel zijn.
Voordeel:
999 van de 1000 aangeboden manuscripten wordt uitgegeven. Of meer. In
feite is een POD uitgeverij een kopieerwinkel.
Nadeel:
er wordt nauwelijks aan redactie of promotie gedaan. Je moet alles
zelf doen.
Gevolg:
zeer veel POD uitgaves zijn erg slecht geschreven en worden nog
slechter verkocht. Dat geldt ook voor boeken die in eigen beheer zijn
uitgegeven.
Veel.
Maar zeker niet alle. Er zit koren tussen het kaf. Maar waar? Hoe kom
je daarachter als lezer? Al die duizenden POD-uitgaves doornemen is onbegonnen
werk.
Na de
ophef her en der over Brave New Books dacht ik weer aan wat ik al eerder dacht:
Er
zou een soort club moeten zijn, een instantie, een jury, een
commissie, een delegatie die in het bezit is van een stempel waar
Kwaliteit op staat. Zij delen dat stempel uit als een boek aan bepaalde kwaliteitseisen voldoet. Zoals er nu
Querido of Lemniscaat of Van Goor op staat: je bent verzekerd van een
bepaald minimum niveau. Iedereen kan zijn boek (POD, eigen beheer,
epub) insturen (tegen betaling, dat is je investering) en hopen op
Het Stempel.
Arbitrair?
Wellicht. Maar dat is het nu ook. Veel kwaliteit wordt niet
uitgegeven, en er komt ook veel rotzooi uit. Veel goede boeken
krijgen geen aandacht, sommige slechte juist veel.
Er
komen natuurlijk verschillende Stempels: Literatuur, Chicklit,
Thrillers, etc. Die boeken krijgen vanzelf meer aandacht, boekwinkels
durven ze in te kopen, mensen weten waar ze op moeten letten.
Ik
stel me zo voor dat die Jury uiteindelijk de schifting die vroeger
een reguliere uitgeverij deed, overneemt.
vrijdag 28 juni 2013
Diepe gedachten over zout
Zo af en toe heb ik wel eens gedachten over het ontstaan van het heelal, leven en dood en aanverwante zaken. Meestal raak ik er volledig mee in de knoop als ik aan de grenzen kom van wat ik onder woorden wil brengen (maar nog wel begrijp/denk te begrijpen).
Ooit las ik de theorie dat het heelal ontstaan is door een trilling. Toen ik dit filmpje zag, moest ik daar aan denken.
Door trilling ontstaat iets. En niet zomaar iets willekeurigs, maar symmetrische patronen die bij verandering van het geluid weer veranderen in symmetrische patronen. De zoutkorreltjes 'weten' wat ze moeten doen.
Ik vind dit oneindig fascinerend. Geluid verandert materie. Op een niet-willekeurige manier.
Als geluid dingen kan veranderen, wat doet muziek dan? Wat doen woorden? Wat doen....gedachten? En wat doet licht? Wat doet een groengeverfde muur? Radio Oost als ik aan het werk ben?
(Er zijn hierover op YouTube oneindig veel meer filmpjes te vinden.)
zaterdag 22 juni 2013
Vlieg op!
Er vloog steeds een vlieg tegen het raam.
Zzzzz…baf.
Zzzzzzzzz… baf.
Ik bewonderde zijn doorzettingsvermogen.
Hij moet gedacht hebben: ik zie wolken, ik zie afstand, licht, lucht, gaan met die banaan.
Na enige tijd en nadat mijn bewondering zich begon om te zetten in irritatie - ik was tenslotte aan het werk - zette ik het raam open en hij vloog weg.
Hij moet gedacht hebben: zie! Als je maar volhoudt, lukt het. En hij liet een spoortje trots achter.
Ik was nog niet uitgedacht.
Ik dacht: die vlieg heeft geen idee wat de werkelijke reden is dat hij ontsnapt is. Dat hij nu is waar hij zijn wil dankzij mij. Hij is zich totaal onbewust van een wezen dat zijn bedoeling begreep, zijn moeilijkheid zag, en hem een handje hielp.
Misschien geldt dat ook voor mij, dacht ik. Ik ben tenslotte ook maar een stipje in het heelal. Misschien is er wel iemand die mij ziet ploeteren en er soms op het goeie moment voor zorgt dat ik kom waar ik wezen wil. Noem hem God. Of Kosmos. Maakt mij niet uit.
Iemand die op een slechte dag een krant oprolt.
dinsdag 18 juni 2013
Schiet een plaatje
Toen de eerste auto's op de straat verschenen leken die nog heel erg op koetsen, omdat dat nu eenmaal was wat we kenden.
Toen de eerste digitale camera verscheen, was die niet van een analoge te onderscheiden. Al vrij snel verwachtte ik dat de vorm zou veranderen.
Het is namelijk best vreemd en onnodig dat je zo'n ding nog altijd met twee handen moet vasthouden, en dat ie breder is dan lang, want die vorm is gebaseerd op het rolletje dat er in moest.
Ik dacht: er komt vast heel snel een camera op de markt, die je met een hand kunt vasthouden, en die een beetje lijkt op een pistool. Zo eentje die je met één hand uit je binnenzak trekt, richt, en schiet.
Tot mijn verbazing is dat nog steeds niet het geval.
Industrieel vormgevers en dergelijke figuren kunnen de details en mijn bankrekeningnummer bij mij opvragen.
@edit: het blijkt al te bestaan! Dankzij @ShadowmakerSdR Sander de Regt die mij hierop attendeerde:
@edit: het blijkt al te bestaan! Dankzij @ShadowmakerSdR Sander de Regt die mij hierop attendeerde:
Ik ga een rechtszaak aanspannen :-)
dinsdag 11 juni 2013
Vier wereldwonderen
Afgelopen donderdag om 5 uur 's nachts was het zestien jaar geleden dat het 'aan' ging met mijn echtgenoot. Het was meteen raak en ik wist: dit is 'm.
Niet heel lang daarna wisten we ook: we willen graag een kindje.
Toen dat niet meteen leek te lukken, zocht ik op internet advies en lotgenoten en ik leerde twee meiden kennen die in dezelfde situatie zaten. Het waren geen makkelijke tijden.
Wat hebben we onze mails volgehuild, onze harten gelucht, geschreeuwd, gescholden en elkaar getroost en met elkaar meegeleefd. En ook in real life klikte het meteen, alsof we gewoon verder praatten waar onze laatste mail eindigde.
Afgelopen weekeind hebben we met z'n allen gekampeerd. Drie gezinnen, vier kinderen. Vier wereldwonderen.
Als we dat 13 jaar geleden geweten hadden, dat we nu deze foto zouden maken...
Niet heel lang daarna wisten we ook: we willen graag een kindje.
Toen dat niet meteen leek te lukken, zocht ik op internet advies en lotgenoten en ik leerde twee meiden kennen die in dezelfde situatie zaten. Het waren geen makkelijke tijden.
Wat hebben we onze mails volgehuild, onze harten gelucht, geschreeuwd, gescholden en elkaar getroost en met elkaar meegeleefd. En ook in real life klikte het meteen, alsof we gewoon verder praatten waar onze laatste mail eindigde.
Afgelopen weekeind hebben we met z'n allen gekampeerd. Drie gezinnen, vier kinderen. Vier wereldwonderen.
Als we dat 13 jaar geleden geweten hadden, dat we nu deze foto zouden maken...
woensdag 5 juni 2013
Een lelijk ding dat ik nooit weggooi
Helemaal verkleurd is ie. Lelijk ook.
Toch zal ik 'm nooit wegdoen. Hij hangt
al jaren boven mijn bureau. Het zal al zo'n 25 jaar zijn.
Het is de boekenlegger die ik kreeg van
mijn engelse lerares op de havo, op het CCC in Zwolle, mevrouw
Spelten. Ik kreeg die boekenlegger omdat ik voor Nederlands een
opstel had geschreven dat zij gelezen had. Kennelijk was het in de
lerarenkamer van hand tot hand gegaan. Ze vond het zo goed dat ze me
er iets voor wilde geven.
En zo herinner ik me meneer Visscher,
ook van engels, (niet de kleine, maar die met baard) die me in het
laatste jaar, toen ik niet wist wat ik wilde, adviseerde mijn hart te
volgen en te blijven schrijven. Wat me in al mijn puberale
onzekerheid een enorme huilbui op de wc opleverde.
En meester de Ruiter, in klas 3 en 6,
die mijn tekening prees: dit is geen zesdeklas zonsondergang, maar
een zevendeklas, en die me zonder aarzelen in de schoolkrantredactie
zette. En dat ik in de kerk de tekeningen mocht maken voor de
kerstliturgie. En natuurlijk mijn ouders die vertrouwen in mij
hadden.
Soms vraag ik me wel eens af of ik
zonder al die bevestigingen ooit in mezelf geloofd had, ook al heeft
dat heel lang geduurd, voor het echt zo was. Al deze dingen hebben
een kiem gelegd in mijn wens en wil om te schrijven en te tekenen. Ik weet eigenlijk wel zeker dat het anders was gegaan zonder.
Ik hoop dat kinderen nu ook dit soort bevestigingen krijgen. Ik weet nu dat het echt ontzettend belangrijk is. Daarom bedankt, meester en juffen.
Abonneren op:
Posts (Atom)







