dinsdag 16 februari 2016

maandag 18 januari 2016

Op en af

Acht jaar lang liep ik rond in de Van Heutskazerne aan de Oudestraat in Kampen. 
Twee studies. 
En al die dagen  heb ik door dit trappenhuis gelopen. Naar boven voor de lessen, naar beneden voor het winkeltje, de werkplaatsen of de uitgang, naar links voor de koppen koffie (in eigen mok), soep en broodjes kroket.

Een kwart miljoen gradaties aan emoties doorleefd op deze trappen. Schroom, frustratie, trots, woede, groeiend en afbrokkelend zelfvertrouwen, extatische verliefdheden en diep liefdesverdriet, verbijstering door het plotseling overlijden van mijn vader. 

Het is een zeefdruk. Ik kreeg het voor mijn verjaardag van Huib en het is gemaakt door Jet.  


maandag 23 november 2015

Jezelf als cadeau

Mijn Lief was jarig.

Nu vind ik cadeautjes bedenken voor hem altijd best lastig, maar nu helemaal. Want hij was niet zomaar jarig, hij werd 50.
Op de open dag van Quintus zag ik mijn 3-D print collega Gert-Jan Boom die naast allerlei technische en leuke dingetjes ook zijn gezin geprint had. En ik wist meteen: dat is het! Hij krijgt ons van ons!

Op een vrijdagmiddag togen we in onze mooiste kleding naar het bedrijf, waar we in een soort cabine om de beurt twee minuten stil moesten staan. Het werkte nogal op onze lachspieren en natuurlijk lukte het niet om voor mijn Lief geheim te houden waarvoor we kwamen, maar dat maakte niet uit.








Na een kleine week kon ik de geprinte mini-mensjes ophalen. De extra min-mini versie kregen we er als verrassing bij!


Afgelopen vrijdag was hij dan eindelijk jarig en konden we ze op de schoorsteenmantel zetten. Wat zijn we goed gelukt! Het is niet in kunststof geprint, zoals ik eerst dacht, maar in kalkzandsteen.



Ik stel me voor dat het ook zo gegaan is met de eerste foto. Toen moest je ook speciaal ergens naar toe in je mooiste kleding, twee minuten stilstaan en al het bezoek vergaapte zich vervolgens aan deze noviteit.

Over een jaar of 10 kun je vast op elk station even snel een 3-D selfie maken.



dinsdag 25 augustus 2015

raadgedicht



Soms komt er iets bijzonders op je pad.   

Door Rian Visser werd ik gevraagd of ik een gedicht ter beschikking wilde stellen voor haar project Raadgedicht. Dat had ik, maar het leek me ook een goede gelegenheid om nieuwe gedichten te verzinnen.

Een raadgedicht is een gedicht waarvan een woord afgeplakt is. Kinderen moeten proberen te raden welk woord er zou kunnen staan, en hoewel de dichter het woord natuurlijk kent, is een ander antwoord niet per se fout! Het is een erg leuke manier om met woorden bezig te zijn.

Gedichten schrijven is anders dan verhalen. In een verhaal gaat het om de gebeurtenis en in gedichten meer om een waarneming, een herinnering of een associatie. Het zijn kleinere momenten die je beschrijft in zo weinig mogelijk woorden. Nog sterker dan bij verhalen gaat het om de taal en de woorden, en niet alleen de betekenis maar ook de vorm en de klank ervan.

Ik begon meteen anders te denken toen ik op zoek was naar gedichten. Ik zag opeens hoe de stoep eigenlijk een gigantisch hinkelpad is en het web dat ik ‘s morgens aan mijn fiets vond inspireerde me ook tot een gedicht. Die het niet hebben gehaald, trouwens ;-)

En het mooie is, dat ik overal gedichten blijf zien. Er is iets in gang gezet. Nu helemaal nooit meer zonder notitieboek de deur uit!


Mijn gedicht is in de week van 19 oktober aan de beurt.

En zelf ben ik vooral onder de indruk van het feit dat mijn naam zomaar tussen al die poëziegrootheden genoemd staat. Iris Boter, Annie van Gansewinkel, Diet Groothuis, Hans Hagen, Marco Kunst, Ted van Lieshout, Koos Meinderts, Corien Oranje, Jaap Robben, Edward van de Vendel en Rian Visser

Ben of ken je een docent in de bovenbouw van het basisonderwijs of onderbouw middelbare? Doe mee! Het kost niets. Uit betrouwbare bron weet ik dat groep 8b van de Dirk van Dijkschool in Kampen in elk geval meedoet :-)

www.raadgedicht.nl

donderdag 9 juli 2015

Met mijn meisje naar een heel oud meisje

Ik wilde mijn meisje graag het meisje van Yde laten zien. Bijna twee jaar geleden waagden we al eens een poging, maar net toen we in het museum van Assen waren viel de stroom uit en moesten we het museum verlaten. Gisteren deden we een tweede poging, die wel slaagde.


Ik mocht natuurlijk niet flitsen, daarom zo donker. Er zijn op internet betere foto's van haar te vinden.
Toen ik het meisje van Yde jaren geleden voor het eerst zag was ik verbijsterd en enorm onder de indruk. Iemand van bijna tweeduizend jaar geleden in het (weliswaar gekrompen, vervormde en verkleurde) gezicht kijken, onvoorstelbaar! Haar voeten, zelfs haar nagels zijn nog zichtbaar.



Ik vind dat zo fascinerend, dit contact met een andere tijd die voor ons onvoorstelbaar is. Ik zie allerlei beelden voor me van duistere moerassen, van eindeloze uitgestrekte, onaangeharkte natuur waar nu Hema’s en Mediamarkten staan. En ik zie mensen voor me die zo ongelooflijk anders in het leven staan. En het is misschien gek om te zeggen, maar ik heb op zulk soort momenten echt het gevoel dat ik ze zou kunnen begrijpen, en ik zou zo graag even in die tijd bestaan. En als ik me helemaal laat gaan ben ik er ook nog van overtuigd dat ik in mijn hoofd, in dat rare brein van mij, me echt kan voorstellen hoe het was om toen te leven en dat ik kan communiceren met die mensen en met dit meisje, dat ik kan horen wat ze te zeggen hebben. (Klinkt dit erg raar? Ja he?)

En ik wil daar dan iets mee dóen, met dat overweldigende gevoel. Een boek schrijven!

Ik weet dat er al veel over het meisje van Yde geschreven is, en ook een boek, maar het idee laat me niet los. In de museumwinkel vond ik niets over haar, wat ik een gemiste kans vond.

Mijn eigen meisje vond het ook allemaal interessant, en vooral leuk-griezelig.

Dit vond ik ook bijzonder grappig. Ik zag meteen voor me hoe de vinder en de veldwachter het lijk verdeelden en hoe de veldwachter met de voeten en een arm naar huis gaat. Zoiets verzin je toch niet?

Dit is die losse arm.



Daarna gingen we natuurlijk nog even Assen in. In de ontzettend leuke kinderboekenwinkel Rapunsel (waar we per ongeluk fluisterden omdat het zo stil was) zag ik mijn boek pontificaal in de kast staan! En ik kon het niet laten om dit boek te kopen van mijn collega-schrijfster Suzanne Wouda die ook gegrepen is door het historie-virus. Leesvoer voor in de vakantie, voor zowel mij als mijn meisje.  


woensdag 17 juni 2015

Stil verwateren

Ik zag op Facebook een illustratie uit het boek Stil Verwateren.

Het sprak me meteen aan. Soms heb je dat. Je weet meteen: dit heeft kwaliteit. En dat niet alleen, het komt ook uit dezelfde bron waar ik uit put. Ik had het niet kunnen,  maar wel willen maken.


En ik kocht het. Ik moest er even over denken, want het was niet goedkoop. Maar ik dacht: een boek waarvan een enkele illustratie al zo tot me doordringt, is het geld waard. 


En dat is het ook. 

Er staan duizend haiku’s in van Geert de Kockere en 71 illustraties gemaakt door Nelleke Verhoeff. 


Het ligt bij ons op de kast en ik blader erin, lees er af en toe een aan iemand voor. 


De haiku’s zijn mooi. Er staan prachtige, kleine observaties in en veel zijn erg herkenbaar. Heel knap hoe iemand in 5-7-5 lettergrepen een hele wereld op kan roepen. 


En de illustraties zijn dromerig en poëtisch. Dit is nu een prachtig en klassiek voorbeeld van hoe een illustratie echt iets toevoegt aan een tekst. Nelleke geeft er een eigen draai aan. Ik ben verliefd op haar manier van verbeelden, onverwacht en soms absurd. Nelleke Verhoeff is een échte illustrator. 


Het leuke is dat de eenvoud van een haiku inspireert. We gingen er alledrie spontaan van dichten. 


Die van mijn Lief wil ik u niet onthouden:

De koeien staan weer
in de wei, ik loop door het
hoge gras. Hai koe! 




maandag 20 april 2015

Lichtgroen

Voorzichtig groen licht voor Mislukt
Nog wel werk aan de winkel. 
Maar bij lichtgroen (zon)licht is dat geen straf.
Het is finetuning 2.0.


dinsdag 7 april 2015

Een ander

‘Er komt weer een nieuw boek van me uit! Hero, de Superheldenhulphond!’
‘Leuk. Maak je zelf de illustraties?’
‘Nee. De uitgever heeft Mark Janssen gevraagd en hij zei ja!’
‘Oh... Vind je het niet gek of vervelend dat een ander het doet?’
‘Nee, juist niet.’




Het is niet de eerste keer dat ik mijn verhaal niet zelf illustreer. Ik was erg benieuwd.

Toen ik de tekeningen in mijn mailbox ontving, was ik erg verrast. Niet alleen omdat het ontzettend goede tekeningen waren, maar vooral omdat ze zo anders waren dan ik het zelf zou doen.

En dat is goed.

Als ik mijn verhaal zelf zou hebben geïllustreerd, tap ik uit hetzelfde vaatje als waar mijn verhaal ook uit komt. Eén en één is dan gewoon twee. Niks mis mee, maar ook misschien wel veel van hetzelfde. Ik kan zelf niets extra’s toevoegen aan mijn verhaal. Een andere illustrator kan dat wel. Dan is één en één drie.

Door de illustraties van Mark werd mijn verhaal een ander verhaal. Niet 180 graden anders, maar wel anders. Hij voegt er een dimensie aan toe die ik niet in huis heb, omdat hij nu eenmaal een ander mens is.

De eerste keer dat ik me dat realiseerde was met De Gestolen Munt, dat geïllustreerd werd door Jan Lieffering. Na al 15 jaar zelf illustrator te zijn geweest, besefte ik toen pas voor het eerst wat een illustrator met een verhaal doet: hij maakt er een ander verhaal van. En dat is een hele verantwoordelijkheid.

Ik ben ontzettend blij en trots met het eindresultaat!

Edit: nu ik het boek in handen heb, bedenk ik me ook dat je bij je eigen illustraties altijd ziet wat er nog beter had gekund. Daardoor ben ik niet snel echt tevreden. En nu wel, want ik zie nu alleen maar hoe mooi ze zijn!



vrijdag 27 maart 2015

Mislukt

Twee jaar geleden schreef ik dit blog.



Er gebeurde veel. Zwaartekracht kwam uit, kreeg mooie recensies, ik schreef een aantal kinderboeken, illustreerde moeilijke boeken en ondertussen schreef ik verder aan dit nieuwe verhaal.

Het ging moeizaam, zal ik eerlijk bekennen. Met vlagen schreef ik hele hoofdstukken, maar dan lag het weer stil of twijfelde ik. Er was iets niet goed aan het verhaal. 
Ik veranderde de eerste persoon naar de derde, dat hielp wel iets, maar niet veel. 

Ik merkte dat het verhaal me begon tegen te staan. Het kostte me moeite om erachter te staan. Ik dacht: ik schrijf het gewoon af en dan stuur ik het op of gooi ik het weg. Niet alles wat je schrijft hoeft tenslotte een boek te worden, dacht ik bij mezelf. Er mag ook wel eens wat mislukken, toch? 

Maar op 13 november 2014 gebeurde er iets magisch. Ik las mijn dochter dit boek voor, dat ze voor haar verjaardag had gekregen en al tijdens de eerste regels wist ik: zo moet het. Deze toon. Licht magisch, wat ‘plechtiger' dan wat ik tot nu toe geschreven had. Iets sprookjesachtiger, en dat kon het verhaal ook wel hebben, want er komt een tijdreis in voor. 

Direct na het avondkusje kroop ik achter de computer en schreef de eerste bladzijde over in de nieuwe taal. 
En dat was het, ik wist het meteen. 

Omdat zo’n rigoreuze aanpassing in een bestaand document niet goed werkt, besloot ik alle tot dan toe geschreven 40.000 woorden over te typen. Het ging als een trein. Doordat elke zin opnieuw door mijn vingers kwam, kroop ik weer heel diep in het verhaal. Er kwamen als vanzelfsprekend nieuwe zinnen bij. 

En er gebeurde meer. Het verhaal ging zo voor me leven, dat me allerlei plotwendingen binnenvielen en belangrijke ontknopingen. Het verhaal kreeg me weer in zijn greep, wat een fantastisch gevoel is. 

Afgelopen maandag was het zover. Ik stuurde het manuscript op. Werktitel: Mislukt. 


Ik weet nog niets. Het kan natuurlijk afgewezen worden, om allerlei redenen. Maar ik sta wel achter dit verhaal. 

vrijdag 27 februari 2015

The making of...

Tijdens het tekenen vanochtend bedacht ik me hoe leuk het zou zijn als anderen eens konden zien hoe ik een tekening maak. Hoe lang ik soms zit te pielen op de juiste gezichtsuitdrukking, een voetje, een handje.

Voor ik begin met tekenen, zoals in het filmpje, heb ik al een heel proces doorlopen.
Van de opdrachtgever heb ik de tekst gekregen, het formaat, en weet ik of het in kleur mag of in zwart-wit.

Ik lees de tekst en kies het geschiktste moment om te illustreren. Dat is iets wat ik op gevoel doe en bijna niet uit kan leggen. Waar zit de meeste emotie? Of is het moment er vlak voor beter? Of het spannendste stukje? Of juist het grappigste?

Voor een omslagtekening is dit soms het gedeelte dat het meeste tijd in beslag neemt. Het is dan ook erg belangrijk.

Daarna moet ik nadenken over de compositie. Hoe krijg ik mijn idee het best in beeld? In dit geval zitten twee kinderen voor een terrarium. Als ik ze van de achterkant zou tekenen, zou je het terrarium wel heel goed kunnen zien, maar hun koppies niet. Zou ik ze van de voorkant tekenen, hoe krijg ik dan die bak goed in beeld? Half van de achterkant dus.

Soms weet ik al hoe de figuren eruit moeten zien, omdat ze bijvoorbeeld vaker voorkomen. Soms verzin ik het ook ter plekke.

Pas als ik dit allemaal weet, begin ik met tekenen. (En drukte ik vanochtend op ‘record’).

Ik maak een grove schets op een laag in Photoshop en ‘zie’ in gedachten al meteen of het werkt of niet. Heel gedetailleerd hoeft die schets niet te zijn, behalve als ik een opdrachtgever moet overtuigen.

Dan zet ik die laag op 20% dekking en zet er een nieuwe laag boven. Dat wordt als het ware mijn overtrekpapier.

Soms nog even googlen voor de details, in- en uitzoomen voor het overzicht en.. klaar!


Over deze illustratie heb ik in realtime ongeveer 30 minuten gedaan, en dan reken ik het lezen en nadenken niet mee.  




De Boogie Woogie wordt gespeeld door Johan Blohm

zondag 25 januari 2015

Tijdreis

Een van de mooiste boeken die ik de afgelopen jaren las was geen roman, maar het boek ‘Een kleine geschiedenis van Amsterdam’.  Dat overigens leest als een roman. Ik las het in de kerstvakantie, met op mijn ene been het boek, en op het andere mijn ipad. Ik zocht oude kaarten meteen op, straatnamen, bekende Amsterdammers en oude foto’s. Dat maakte het nog tien keer leuker.

Geert Mak kan zo goed schrijven, dat het net is alsof je erbij bent geweest. Ik zag de mensen in de middeleeuwen, ik rook de smerige gracht, ik zag de gruwelijkheden, ik voelde de kou van de strenge winters. Het was alsof ik een tijdreis maakte.

Geert Mak citeert uit het dagboek van Jacob Bicker Raye, een Amsterdammer die leefde in de 18e eeuw. Toen ik erop googelde, kwam ik erachter dat het complete dagboek online te lezen is! Weliswaar in een volgens Geert Mak bloedeloze vertaling, maar goed.

En er was een Amsterdammer, Jacob Olie, die vanaf 1860 foto’s maakte van het dagelijks leven. Uiteraard googelde ik daar ook op en ik had me voorgenomen om zoveel mogelijk oude foto’s van die man te verzamelen, toen ik ontdekte dat er een app van is! Duizend foto’s van eind 19e eeuw voor maar 99 cent.

Ik hou zo van oude foto’s. Een blik in een andere tijd, mensen die er allang niet meer zijn, maar die ik wel kan zien. Onwetend van mij, die ze na zoveel jaar nog kan bekijken. En niet in een museum of fotoboek, maar op een glazen plaat op schoot, zomaar vanuit het niets.

Die ene seconde van honderddertig jaar geleden vastgelegd. Alles wat er toen nog niet was gebeurd. Al die mensen met hun levens, hun zorgen, hun kinderen, hun dagelijkse dingetjes. Het heeft echt bestaan. Voorgoed verdwenen.



Foto

Nu wil ik natuurlijk heel graag een dag naar Amsterdam, om alle plekken te zien die in het boek genoemd staan. De Zoutsteeg waar een vrouw opgehangen werd in haar deuropening, de plek waar het mirakel van Amsterdam plaatsvond, het galgenveld waar de misdadigers (onder andere Elsje Christiaens, waar Margriet de Moor een boek over schreef, wat ik ook nog wil lezen...) tentoongesteld werden, (wat nu de Badhuisweg heet, bij het Eye in de buurt - zit daar geen mooi verhaal in?) enzovoort. Eerst wilde ik zelf een wandeling samenstellen, maar ook dat is al gedaan! In het boek 'Een kleine stadsgids' van Daniel Schipper.

Helaas is het nergens meer te verkrijgen. Als iemand het voor me heeft, ik zou het graag van je willen overnemen. 

dinsdag 13 januari 2015

BeginZinZin

Iedere lezer weet hoe belangrijk de BeginZin is. 
Die kan het verschil maken tussen lezen of dichtslaan.

Zelf waag ik me pas halverwege, of zelfs nog later aan het schrijven van die zin. Als ik weet wat ik wil vertellen. Als ik weet wat voor verhaal het is.

Als die beginzin me invalt weet ik meteen: dit is 'm.

De laatste dag dat alles nog gewoon was, was de eerste van het nieuwe schooljaar. (Wish you were here)

Soms weet je dingen voor je ze weet. (Zwaartekracht)

Ooit schreef ik bij wijze van experiment honderd beginzinnen. Dat inspireerde zo, dat sommige ervan tot een kort verhaal leidden of zelfs een hoorspel.

Een van die zinnen spookt nog altijd in mijn hoofd. Ik heb vaak geprobeerd om er een verhaal van te maken, dat is nog niet gelukt. Misschien is dit een één-zin-verhaal. Ook leuk.

De telefoonrekening was 95 cent hoger dan anders.

Heb je ook een leuke, intrigerende of spannende Beginzin? Doe mee met de wedstrijd en win een Verhalenmachine!

Uit het boekje: Ingeblikt, over avondwandelingen

maandag 12 januari 2015

Hoe een pianoleraar mijn verhaal redde

Al een tijd ben ik bezig met een nieuwe YA roman, naast de twee jeugdboeken die dit jaar uitkomen. 

Het gaat moeizaam, maar gestaag. Het komt vooral doordat het lang duurde voor ik de juiste toon te pakken had. Pas toen ik mijn dochter (op 13 november, ik weet het nog precies) uit een boek voorlas waar een vleugje fantasy in zat, wist ik: zo moet het. Diezelfde avond probeerde ik een stukje uit en eindelijk voelde ik weer dat het goed zat.


Het manuscript dat op dat moment 40.000 woorden telde, heb ik overgeschreven. Letterlijk. Nieuw document open naast het bestaande en schrijven maar. 
Elke zin opnieuw door mijn vingers. De nieuwe toon wekte ook nieuwe woorden tot leven en andere beelden. Het werd een nieuw verhaal.

Toch was het nog niet af. Er zaten nog veel gaten in. Ook had ik de plot nog niet glashelder. Ik schrijf niet van A-Z, maar bouw eerst het skelet en vul dat later op. 

Halverwege moest er nog een scene in met een pianoleraar. Ik had daar nog verder niet over nagedacht, maar op het moment dat ik de eerste regel typte, zag ik die man meteen voor me, in zijn huis, tot in detail, tot aan de brandende kaarsen aan toe. Ik zag zijn warrige haar, zijn bretels. Hij liep zelfs op sloffen, zag ik. Ik bedenk dat niet, ik 'zie' dat. 
Alsof de scene al ergens bestaat. Magisch, hoe dat werkt. 

Maar er was meer. 
Tot mijn verbazing zei de man iets. Iets wat de sleutel bleek te zijn tot de ontknoping van het verhaal. Ik kon verder! 

Dat vind ik nou zo fascinerend aan schrijven. Ze zeggen dat je het zelf bedenkt, zo'n verhaal. Maar zo voelt dat niet. Het voelt alsof ik het verhaal ontdek. 

Gelukkig hoef ik die pianoleraar geen royalties te betalen.

maandag 20 oktober 2014

O, o, Den Haag


Wij wilden in de herfstvakantie een paar daagjes weg. Waar Lief het meest houdt van water en weidse vergezichten (het liefst vanuit een boot), ontdek steeds meer dat ik echt een stadsmens ben.

En daarom werd het dit keer Den Haag. We boekten een hotelletje midden in de stad. Eerst zagen we een film in het omniversum, daarna dwaalden we rond op het Binnenhof.
Ik hou van zo'n grote stad. Er is zoveel te zien, zoveel mensen.

Het bed moest getest
Ik kan niet goed tegen drukte en lawaai, maar dat is vooral als er van alles van me verwacht wordt. Op een verjaardagsfeest of zo. In een stad zit ik in mijn eigen bubbel, ik hoef alles alleen maar te ondergaan.
Op de een of andere manier voel ik me er zo aangesloten op het leven.

Let op de knuffel in zijn rugzak

's Ochtends ontbeten we ergens, het hotel was zo goedkoop omdat het geen restaurant had.
Niet is zo leuk als wakker worden in een andere stad. Net of je die stad een heel klein beetje ingelijfd hebt.

We zaten vlakbij Panorama Mesdag, dat ik nog met geen enkel schoolreisje gezien had. Ik was er benieuwd naar, vooral omdat het zo beroemd is. Ik had verwacht dat het nogal suf zou zijn, omdat we natuurlijk ruim 120 jaar later visueel zo overprikkeld zijn met bioscoop en zelfs 3-D.

Maar ik vond het geweldig. Echt heel erg indrukwekkend. We stonden er zelfs even met zijn drietjes, de drukte moest nog komen. Vooral het licht maakte het ongelooflijk bijzonder. Boven het ronde schilderij van 28 meter doorsnede zit een lichtkoepel, waar het echte licht van die dag doorheen valt en je schaduwen van wolken ziet over een eenvoudig strandtafereel bij Scheveningen in 1881.


Hoe anders was dat toen we er een paar uur later in 2014 liepen. Hoge, lompe betonnen oostblok-achtige gevaarten, winkels die hun beste jaren in de vorige eeuw hebben gehad, troosteloze restaurants waarvan het schilderwerk ons om de oren waaide.
Maar dat maakte ons niet uit. Pootjebaden, zonder jas, op 17 oktober! Een bij een supermarkt gescoorde lunch in de zon!

Handig, zo'n stoel die iemand vergeten is

Op de terugweg zijn we bij Schiphol op het panoramadak wezen kijken.

Dat maakt drie keer panorama in twee dagen, realiseer ik me nu. Met mijn liefsten.

 







dinsdag 7 oktober 2014

Ruimte voor gedachten


Room for thought.

Een app op je telefoon die je een keer per dag op een willekeurig moment vraagt een foto te maken.

Geïnstalleerd.

En nu een paar weken verder.
Een ongecensureerde doorsnede van mijn leven.
Soms op een moment dat ik dacht: waarom juist nu? Of: waarom niet juist nu?

Niet helemaal willekeurig: meestal staat het geluid uit en zie ik de ROOM-melding pas als ik de telefoon pak. Maar dan maak ik ook meedogenloos meteen een foto.

Wel veel computer, vind ik. Veel 'werk'.
En niet alles zou ik zomaar willen laten zien, maar zonder context is het neutraal genoeg, behalve voor mijzelf.





Room for thought.

woensdag 17 september 2014

Het boek dat ik alleen kon illustreren met radio 1 aan

Een tijd geleden kreeg ik een mailtje met daarin het verzoek een kinderboek te illustreren.
Het mailtje kwam niet van een uitgever, maar van een schrijfster.
Ik krijg wel vaker schrijfsels van mensen opgestuurd met de vraag of ik het wil illustreren. Wanneer ik mijn tarieven noem, hoor ik meestal niets meer.
En dat geeft niet, dat snap ik.

Helaas moet ik ook zeggen dat veel van die verhalen die niet via een uitgever bij mij in de mailbox belanden tamelijk beroerd geschreven zijn, en dat ik om die reden nee zeg.

Maar dit was anders. De tekst sprak me aan vanwege het onderwerp en de manier waarop het geschreven was. Het verhaal ging over kindermisbruik in het gezin. Het is geschreven voor kinderen in dezelfde situatie die in de hulpverlening zitten.


Ik heb een paar dagen nagedacht, maar eigenlijk wist ik het wel: dit ga ik doen.
Als ik met mijn werk echt iets kan betekenen voor deze kinderen, dan wil ik dat.
Ik hoef niet voor al mijn werk de volle mep te verdienen.


Ik heb wel gezegd: geen deadline, en ik wil voor dit verhaal een andere manier van illustreren uitproberen. Het verhaal leende zich bijzonder voor een wat meer abstracte, poëtische manier van verbeelden, en dat is wat ik zelf al een tijdje wilde.

Ik ben aan het werk gegaan. Het was een lastige klus, vond ik. Vooral de moeilijke scènes kon ik alleen maken met op de achtergrond radio 1, waarin broodnuchter over voetbal of economie werd gesproken.

En tegelijkertijd genoot ik: nieuwe dingen uitproberen, tekst op een andere manier verbeelden, veel minder letterlijk. Meer voelen, minder nadenken. Niet meer vooral tekenen, maar met papiertjes en patronen in de weer, dingen oproepen in plaats van weergeven. 

In de zomer was het af. Ik kreeg een enorme bos bloemen van de schrijfster en we hebben lang met elkaar aan de telefoon gesproken.

En een paar weken geleden was het zover: 'Kind van de Zon' ging de wereld in! Geschreven door Marianne Vollenhoven, uitgegeven bij Free Musketeers.



En het mooie is, ik ben nu bezig met deel twee: Kind van de Maan. Een soortgelijk verhaal, met soortgelijke illustraties. En dit keer krijg ik (door een fonds) normaal betaald.