dinsdag 18 juni 2013

Schiet een plaatje

Toen de eerste auto's op de straat verschenen leken die nog heel erg op koetsen, omdat dat nu eenmaal was wat we kenden. 

Toen de eerste digitale camera verscheen, was die niet van een analoge te onderscheiden. Al vrij snel verwachtte ik dat de vorm zou veranderen. 

Het is namelijk best vreemd en onnodig dat je zo'n ding nog altijd met twee handen moet vasthouden, en dat ie breder is dan lang, want die vorm is gebaseerd op het rolletje dat er in moest. 
Ik dacht: er komt vast heel snel een camera op de markt, die je met een hand kunt vasthouden, en die een beetje lijkt op een pistool. Zo eentje die je met één hand uit je binnenzak trekt, richt, en schiet.

Tot mijn verbazing is dat nog steeds niet het geval. 





Industrieel vormgevers en dergelijke figuren kunnen de details en mijn bankrekeningnummer bij mij opvragen.



@edit: het blijkt al te bestaan! Dankzij @ShadowmakerSdR Sander de Regt die mij hierop attendeerde:
Ik ga een rechtszaak aanspannen :-)

dinsdag 11 juni 2013

Vier wereldwonderen

Afgelopen donderdag om 5 uur 's nachts was het zestien jaar geleden dat het 'aan' ging met mijn echtgenoot. Het was meteen raak en ik wist: dit is 'm.
Niet heel lang daarna wisten we ook: we willen graag een kindje.

Toen dat niet meteen leek te lukken, zocht ik op internet advies en lotgenoten en ik leerde twee meiden kennen die in dezelfde situatie zaten. Het waren geen makkelijke tijden.
Wat hebben we onze mails volgehuild, onze harten gelucht,  geschreeuwd, gescholden en elkaar getroost en met elkaar meegeleefd. En ook in real life klikte het meteen, alsof we gewoon verder praatten waar onze laatste mail eindigde.

Afgelopen weekeind hebben we met z'n allen gekampeerd. Drie gezinnen, vier kinderen. Vier wereldwonderen.

Als we dat 13 jaar geleden geweten hadden, dat we nu deze foto zouden maken...



woensdag 5 juni 2013

Een lelijk ding dat ik nooit weggooi


Helemaal verkleurd is ie. Lelijk ook.
Toch zal ik 'm nooit wegdoen. Hij hangt al jaren boven mijn bureau. Het zal al zo'n 25 jaar zijn.



Het is de boekenlegger die ik kreeg van mijn engelse lerares op de havo, op het CCC in Zwolle, mevrouw Spelten. Ik kreeg die boekenlegger omdat ik voor Nederlands een opstel had geschreven dat zij gelezen had. Kennelijk was het in de lerarenkamer van hand tot hand gegaan. Ze vond het zo goed dat ze me er iets voor wilde geven.

En zo herinner ik me meneer Visscher, ook van engels, (niet de kleine, maar die met baard) die me in het laatste jaar, toen ik niet wist wat ik wilde, adviseerde mijn hart te volgen en te blijven schrijven. Wat me in al mijn puberale onzekerheid een enorme huilbui op de wc opleverde.

En meester de Ruiter, in klas 3 en 6, die mijn tekening prees: dit is geen zesdeklas zonsondergang, maar een zevendeklas, en die me zonder aarzelen in de schoolkrantredactie zette. En dat ik in de kerk de tekeningen mocht maken voor de kerstliturgie. En natuurlijk mijn ouders die vertrouwen in mij hadden.

Soms vraag ik me wel eens af of ik zonder al die bevestigingen ooit in mezelf geloofd had, ook al heeft dat heel lang geduurd, voor het echt zo was. Al deze dingen hebben een kiem gelegd in mijn wens en wil om te schrijven en te tekenen. Ik weet eigenlijk wel zeker dat het anders was gegaan zonder. 

Ik hoop dat kinderen nu ook dit soort bevestigingen krijgen. Ik weet nu dat het echt ontzettend belangrijk is. Daarom bedankt, meester en juffen. 


maandag 27 mei 2013

Kies of ik schiet

Er is zoveel wat ik nog wil lezen en er zijn nog zoveel films die ik wil zien. En zoveel exposities, lezingen, musea, steden, plekken. Ongelooflijk veel goede docu’s en interviews die ik allemaal nog wil zien.

Mijn To-Read lijst en mijn To-See lijst groeit van onderen harder dan ie van boven slinkt. Veel harder. Voor elk boek dat ik lees, zijn er 100 die ik nog niet gelezen heb en dat geldt ook voor elke film.

Ik word er soms een beetje moedeloos van.
Was het Martin Bril niet die zei: je mist meer dan je meemaakt?
 
Soms denk ik: ik moet het aanbod beperken. Niet meer alles van iedereen willen lezen, maar bijvoorbeeld alles van één schrijver of kunstenaar. Of alleen zoeken in de hoek waar mijn interesse toch al ligt. Maar dan ben ik weer bang dat ik door die oogkleppen ontzettend veel mooie en toevallige dingen mis.

Soms denk ik: ik ga niet naar dingen op zoek, maar neem alleen wat op wat voor manier dan ook toevallig tot mij komt! Maar dat zit dan weer niet in mijn aard, ik vind het zoeken ook leuk. Bovendien komt er nog steeds ontzettend véél toevallig op mijn pad.

En me eerst eindeloos verdiepen in wat ik mogelijk ga zien vind ik ook stom, want soms is het geweldig om je open te stellen voor iets waarvan je geen benul hebt wat het is. 

Hoe kies je in dit enorme aanbod wat je gaat zien of lezen? Hoe pakken jullie dat aan?


zaterdag 18 mei 2013

Blog zonder foto

Die ene dag dat het mooi weer was zat ik in onze tuin en las een boek (Vallen, van Anne Provoost. Prachtig.) Mijn geliefde en onze dochter waren aan het badmintonnen tegen een door de Japanse kers rozegekleurde achtergrond terwijl de lentezon ons verwarmde.

Zielsgelukkig was ik zomaar opeens. 

Dit wil ik vastleggen, dacht ik. Dit mooie beeld voor altijd uit de tijd geknipt. Ik pakte het fototoestel, klikte en las weer verder. 
Maar toen dacht ik: nee. Ik doe iets fout. Niet de camera moet het onthouden, maar ik. 

Je ziet het vaak en ook ik maak me er soms schuldig aan. Foto's maken in plaats van het moment zelf beleven. Na het klikken meteen een andere kant op kijken, want het is toch vastgelegd. Op bijzondere momenten meer bezig zijn met je camera dan met wat er gebeurt.

Het kan ook anders. Gedachtenfoto's noem ik ze. Een moment intens op je in laten werken, en niet alleen het beeld, maar ook de geur en de geluiden. Vaak gaat dat vanzelf, maar je kunt het ook heel bewust doen. Zo herinner ik me een moment in de brugklas, bij meneer Timmerman, die geschiedenis gaf. Ik was 12 of 13 en zie nog de klas, het lokaal en het moet in de zomer geweest zijn, want mijn blote benen plakten aan de stoel en door het open raam kwam de geur van gemaaid gras. Ik weet niet waarom, maar ik besloot dit moment voor altijd in mijn geheugen te prenten. Misschien omdat ik voor het eerst besefte dat dingen voorbij gaan. 

De donkere ogen van mijn dochter, nog een baby, die in het holst van de doodstille nacht naar mij staart. En zij, acht jaar later, al badmintonnend met haar vader, op een van de eerste zonnige dagen, terwijl ik met mijn benen op tafel een mooi boek lees. 
Allemaal plaatjes uit mijn interne fotoalbum. 

woensdag 8 mei 2013

Echt gebeurd is geen excuus

Vorige week stak ik de drukke Europa-allee in Kampen over. In de middenberm raakte ik in een serieus gesprek met iemand die net iets heftigs aan het meemaken is.
Vlakbij die oversteekplaats ligt een groot weiland waar een circus stond en er liep een olifant los rond, tot in de berm van de weg waar wij stonden.


Dat zijn momenten waarop ik denk: dit had ik niet kunnen verzinnen: een serieus gesprek midden op een drukke weg met in de berm een loslopende olifant. Mijn redacteur had hier subiet een rode streep doorgezet met het commentaar: ongeloofwaardig! En dat terwijl het toch echt zo gegaan was.

En terecht. Een verhaal staat of valt met geloofwaardigheid. Geloof je 't niet, dan pakt het niet. En dan gaat het niet om wel of niet realistisch, want de verhalen van Harry Potter zijn ook geloofwaardig (denk ik, heb ze zelf niet gelezen.) Een verhaal kan van A tot Z van fantasie aan elkaar hangen, en toch geloofwaardig zijn. En dat bereik je door je verhaal binnen zichzelf helemaal te laten kloppen, ook al zijn er fictieve (natuur)wetten. Als je in een verhaal over omgekeerde zwaartekracht schrijft, moet die overal gelden.

Zo heb ik na het lezen van "Het Wonderlijke Verhaal van Hendrik Meijer" van Roald Dahl zelf ook geprobeerd om door kaarten heen te kijken, want Roald Dahl beschreef dat zo geloofwaardig dat ik ervan overtuigd was dat ik dat ook kon.

Het verhaal van de olifant in die berm had gekund, als ik het los lopen, het precies op dat moment aanwezig zijn van het circus, het tegenkomen van de kennis en de 'noodzaak' van het gesprek en de plek daarvan allemaal binnen het verhaal had verklaard. Verklaringen die ik in het echte leven niet had, want het was toeval.

Om een waargebeurd verhaal geloofwaardig te krijgen in een boek moet je verklaringen verzinnen, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt.

Vorige week zag ik  Pauw en Witteman met daarin Heleen van Royen die over haar nieuwe boek mocht vertellen.
Pauw merkte op dat het verhaal wel veel losse eindjes kent. Heleen zei toen, dat dat in het echte leven vaak ook zo is. En toen dacht ik: nu val je (echt) door de mand als schrijfster, want een onvolkomenheid in het verhaal mag nooit verklaard worden met 'zo is het in het echte leven ook'. Een verhaal is een nieuwe werkelijkheid waarbinnen alles moet kloppen.

Echt gebeurd is geen excuus. (Gerard Reve)

vrijdag 3 mei 2013

Vermoord je liefje



De afgelopen weken legde ik de laatste hand aan mijn manuscript Zwaartekracht. Ik kreeg het per post terug van een redacteur van Van Goor, vol aanwijzingen en opmerkingen, die ik verwerkt heb.

Een discussie die ik vaak heb op bijvoorbeeld verjaardagen is dat mensen zich afvragen:
Is het nog wel jouw boek, als je de wijzigingen van zo'n uitgever verwerkt, en vind je het niet vervelend dat iemand zich bemoeit met jouw verhaal? Dat wil je toch zeker niet?
Of de onderhuidse aanname dat het dan toch wel niet zo'n goed verhaal zal zijn, als er zoveel opmerkingen bij staan. (Een gevoel dat mij ook wel eens bekroop toen ik de hoeveelheid balpenblauw op de prints zag, maar dat terzijde.)

Het antwoord is: ik ben zielsgelukkig met het bestaan van redacteuren. Elk (elk!) verhaal wordt beter als het gescreend wordt door iemand die verstand heeft van taal en verhaal. Sterker nog, aan het eind van het schrijftraject verheug ik me op de bemoeienis van een redacteur. Als je zo lang met je verhaal bezig bent geweest ben je blind voor je eigen stopwoorden, woordherhalingen, inconsequenties en ja, ook fouten. 

Een redacteur is geen vijand die mijn verhaal wil afbreken, zoals sommige verjaardagsgasten denken, maar een vriend die net als ik het verhaal zo goed mogelijk wil maken. 

Naast de vele taaldingetjes (wanneer schrijf je 'zo veel' aan elkaar?) wees een redacteur mij ook ooit op dit: ik beschreef een emotionele scene op een terras, nadat de hoofdpersoon een koffie besteld had. Ik was helemaal gefocust op die emotionele scene, waardoor ik niet zag dat de hoofdpersoon een thee met de ober afrekende. Al had ik het honderd keer gelezen, ik had het niet gezien. De redacteur wel.

En in Zwaartekracht stond een kringeltje onder deze zin: Hij had mij nog niet gezien en mijn schoenen ook niet. 

Een redacteur kun je vergelijken met een geluidstechnicus, die een band helpt met de opnames van hun cd. De creatieve input komt van de muzikanten, maar als hun nummers volledig uit balans op cd of podium te horen zou zijn, zouden mensen met de handen voor hun oren wegrennen, hoe mooi de liedjes ook. Een muzikant hoeft niet per se ook verstand te hebben van de techniek van het geluid. Als je daar een professional voor inhuurt wordt je muziek er beter van.

Soms is het wel lastig. Zo stond bij een stukje in m'n verhaal ergens de opmerking 'te mooi'. En  dat was in dit geval geen compliment.  Te geforceerd, bedoelde ze. 
Dat moet ik dan wel even laten bezinken. Het is dan niet zo dat ik die opmerking móet verwerken, die vrijheid heb ik wel. Voor mij is de vraag leidend: wordt het verhaal er beter van? Niet: krijgt mijn ego hier een deukje van? 
Na een paar dagen heb ik dat liefje vermoord. 
En een paar andere omcirkelde liefjes heb ik laten leven. 

maandag 15 april 2013

T.e.a.b.: Droom, 16 jaar oud, nauwelijks gebruikt.


Ergens in 1997 had ik een droom.

Ik had een boek geschreven dat een enorme bestseller werd. En toen ik wakker werd... wist ik het nog.
Snel noteerde ik de hoofdlijnen en het dagdromen kon beginnen. Dit boek ging ik schrijven, zoveel was zeker! Het voelde als een echte ingeving.

De eerste paar pogingen strandden bij gebrek aan ervaring en de ingewikkeldheid van het plot. Daarna werd ik in beslag genomen door mijn illustratiewerk en de eerste boeken die van mijn hand verschenen.
Maar het verhaal van mijn droom liet me niet los. Ik bleef erover nadenken en deed een paar serieuze pogingen het te schrijven. En toch strandde het steeds weer. 

Nu Zwaartekracht bij de uitgever ligt om te worden geredigeerd, achtte ik de tijd rijp om Het Verhaal te gaan schrijven. En dan nu écht.

Ik vond het zó bijzonder dat ik deze droom had, dat ik het echt een kans wilde geven. Zo 'uitgekozen' door een verhaal was ik nog nooit geweest. 

Na een eerste voortvarend begin liep ik toch weer vast. Uren wandelde ik, dacht na, las andere boeken. Ik kwam er niet uit. Het plot bleef grote gaten en (verboden) toevalligheden bevatten, of ik moest het zo veranderen dat de essentie van wat ik gedroomd had, er niet meer in zat. En dat wilde ik niet, want ik wilde die droom eer aan doen. Ik had het tenslotte niet voor niets gedroomd. Dus dat moest erin, maar het plot bleef rammelen.

Maar dat was het ergste niet.

Het ergste was, dat het niet goed voelde, dat verhaal. Het was te on-Iris. Te creepy. Ik betrapte mezelf erop dat ik er tegenop zag om bepaalde scenes te moeten schrijven.

En afgelopen vrijdagavond, in bad (ook zo’n onmisbaar schrijversattribuut) nam ik het besluit: ik ga het niet schrijven. Ik laat het verhaal los. Ik laat mijn droom los. Sorry, droom, ik was zeer vereerd, en zestien jaar heb ik je bij me gehad, maar je bent bij de verkeerde persoon terechtgekomen. Iemand anders moet je schrijven.

Dus als jij binnenkort een droom krijgt waarin je een bestseller schrijft (en het heeft iets te maken met van de trap vallen en reïncarnatie :-) : maak er wat moois van! Voelsprieten uit!

En prompt, in datzelfde bad, datzelfde moment, kreeg ik een ander idee voor een verhaal, dat in zeer lichte mate aan mijn droom doet denken, maar wel helemaal van mij is. Ik laat het nog even sudderen en broeien, maar het voelt al veel beter.

Heb jij ooit een betekenisvolle droom gehad, waarmee je in het echte leven iets wel of niet gedaan hebt?

dinsdag 9 april 2013

Het geluid van een boom


Mijn hele academietijd heb ik gezegd: de dag nadat ik mijn diploma heb ben ik weg uit Kampen. Suf vond ik het er. Ik wilde naar een stad waar alles gebeurde: Amsterdam, Arnhem, op zijn minst. Wij gaven af op die kunstenaars die waren blijven hangen en die je aantrof in ‘t Kroegje. We ontwikkelden zelfs een theorie: als je langer dan zeven jaar in Kampen woonde, veranderde er iets in je dna-structuur waardoor je wel kon verhuizen, maar altijd weer zou terugkeren naar Kampen.

Een paar weken voor de diplomauitreiking werd ik verliefd. Op iemand die hier was ‘blijven hangen’ en in Kampen woonde en werkte.

Nu zijn we bijna drie keer zeven jaar, een bruiloft en een dochter verder (en veel bezoekjes aan 't Kroegje) en ik woon nog steeds in Kampen.

En guess what? Ik wil hier nooit meer weg. De dna-verandering is een feit.

Kampen is een bijzondere stad. De historie dampt uit de stenen, het centrum ligt pal langs de IJssel (tussen twee winkels zie je opeens het water stromen) en het is zo klein dat het de voordelen van een dorp heeft (gemoedelijk, alles per fiets bereikbaar, binnen 5 minuten in het weiland) en de voordelen van een stad (een bioscoop, een bibliotheek, een Hema). Ik voel me hier thuis. 

Het is wel ongelooflijk zonde dat de kunstacademie, theaterschool en school voor journalistiek weg zijn. 
Maar Kampen is nog steeds bijzonder omdat er een grote groep creatievelingen is 'blijven hangen’. Ik heb ze nooit geteld, maar ik denk dat er minstens dertig professionele kunstenaars/ontwerpers/illustratoren/theatermensen actief zijn, waarschijnlijk veel meer. En dat in een relatief klein stadje. Er is een groot muzisch centrum en een musicalopleiding.  Ook is er opvallend veel muzikaal talent in Kampen.

Helemaal niet suf dus.
  
Afgelopen weekeind was hier Weg van Kunst. Een route door de stad waar je op zo’n 20 adressen kunst kon bekijken, niet in musea of galeries, maar op de plek waar kunst thuishoort: bij mensen thuis. Bewoners van de stad stellen hun huis open waar kunstenaars hun werk exposeren. In 2009 heb ik er zelf ook aan meegedaan.

Geweldig vond ik het. Het was mooi weer, en behoorlijk druk. Heel veel gezien.

Verreweg het mooiste en indrukwekkendste vond ik het geluid van een boom. Gerben en Esther Kokmeijer bonden een hooggevoelige microfoon op een boom en lieten de bezoekers luisteren. Je hoorde niet alleen het waaien van de takken en het contactgeluid (vogeltje op de takken) maar ook wat er in de boom klonk: het geluid van de sapstroom. Omdat het waaien overheerste, hoorde je alleen als je goed luisterde een regelmatig, ploppend geluid. Een beetje als een hartslag.

Ik vond het ontroerend. Het was alsof de boom eindelijk, eindelijk zijn geluid kon laten horen, na al die jaren.

Foto Nieke Jansen
foto Radboud Hafkamp























De bewoonster van het huis vertelde dat het niet zomaar een boom was: het was een zaailing van een boom aan de Keizersgracht in Amsterdam, die haar vader uit de dakgoot geplukt had.

Toen we naar huis gingen was ik er nog vol van. En dat op 10 minuten fietsen van ons huis.

donderdag 4 april 2013

Recepten voor Kookkluns gezocht


Twee dingen.

Ik wil vaker vegetarisch eten.

En:

Ik ben een kookkluns, oncreatief en gemakzuchtig, en niet geneigd nieuwe dingen uit te proberen. Wat betreft koken dan.
Het liefst draai ik al Wordfeudend een maaltijd in elkaar.

Vanavond zei ik nog tegen mijn echtgenoot, terwijl de vette aardappels op de houten vloer vielen en daar als stempels hun afdruk achterlieten: als ik alleen zou zijn zou ik nooit koken, maar alleen maaltijdsalades eten.
Hij zei: maar die moet je ook klaarmaken.
Ik: nee hoor, je hoeft alleen maar het folietje eraf te trekken.

Dat idee.

Uiteraard besef ik dat dat zo niet werkt. Mijn arsenaal aan eenvoudige vegetarische recepten is nogal beperkt, waardoor ik steeds terugval op wat ik al jaren maak.

Daarom ben ik op zoek naar uitbreiding van mijn vegetarische-recepten-verzameling. De enige voorwaarde die ik stel is dat het echt Zeer Eenvoudig moet zijn.

En daarmee bedoel ik maaltijden van het kaliber: maak macaroni met een pot pastasaus en vervang het gehakt door zongedroogde tomaatjes, zoals ik van de week deed, en wat prima te doen was. Zowel het koken als het eten:-)

Wat is jouw Zeer Eenvoudige Vegetarische Recept?

zaterdag 23 maart 2013

Hoe ik iets vond en daardoor ontdekte dat ik iets kwijt was

De tijd op de kunstacademie in Kampen was de spreekwoordelijke tijd van mijn leven. Nooit leerde en leefde ik meer.

Daarna volgde een man, een baan, en een kind en een groot huis.

Een groot huis heeft een groot nadeel: je verzamelt veel rotzooi. Omdat het kan.
Achter het schot op mijn grote werkzolder staan dozen vol kunstacademiewerk. Gelukkig deed ik illustratie, geen beeldhouwen:-)

Onlangs besloot ik er paar dozen uit te zoeken, op mijn dooie gemak.
 



 Het werk verraste me. Weliswaar zou ik veel dingen nu anders doen, maar veel vond ik toch best goed.

Sterker nog: ik ontdekte iets. In al die honderden tekeningen zag ik iets, wat ik nu kwijt ben.
Een losheid, iets frivools. Iets wat kinderen ook hebben: lol. De lol van het tekenen zelf, niet in het eindresultaat, want daar kijken ze zelden meer naar om.

Al lang teken ik niet meer ‘voor de lol’. Ik vind illustrator zijn geweldig, begrijp me goed, en ik zou nooit iets anders meer willen doen naast het schrijven.
Maar ik teken altijd in opdracht, en altijd met een bepaald concreet doel voor ogen. Een boek, een kalender, een website. Hier moet het over gaan, dit is de doelgroep, het moet dat en dat formaat en dan en dan af.
En ik vind dat echt, oprecht leuk.
Maar het gaat nooit meer om het tekenen zelf, om het ontdekken, om de lol van het doen. Om mijn lol.

Ik zou dat natuurlijk zelf kunnen doen, in mijn eigen tijd, zonder opdracht. En weet je, ik doe het soms ook. Zomaar even iets proberen, of iets schetsen. Maar ik ben iets kwijt. Iets lossigs, iets frivools. Lol. Ik ben te streng voor mezelf. Ik zie alle technische oneffenheidjes, ik zie scheve verhoudingen, composities die uit verhouding zijn. Ik merk het zelfs als ik een kleurplaat teken voor de schoolkrant, of een krabbeltje voor m’n dochter. Het moet Goed. Het moet Perfect. Het lijkt wel of ik niet anders meer kan. Tja, dat gaat ten koste van de lol.

Ik vond ook schrijfsels terug. En ook daar zag ik het: afgrijselijke teksten vol bombastisch zelfmedelijden, maar wel met een lef en een eigenheid waar ik met terugwerkende kracht van denk: wat jammer dat ik dát kwijt ben.

Daar is vast een naam voor. Dat je weliswaar technisch beter wordt, maar daardoor een bepaalde vrijheid verliest. Ik heb het acteurs ook wel eens horen zeggen, en schrijvers. Je bent na je eerste boek geen beginneling meer, en die naïviteit, die argeloosheid die je boek of tekening of kunstwerk zo treffend maakte, ben je voorgoed kwijt. Daarvoor heb je teveel geleerd.

Herkent iemand dit? En wie weet hoe dat heet?


zaterdag 16 maart 2013

De club van woorden die niet mogen


DCVWDNM

Je zal maar een woord zijn dat niet mag
zoals *** of ****.
Iedereen kijkt boos als ze je horen
wie **** zegt moet in de hoek of op de gang.

Ik hoorde van iemand die ****** zei
die moest zijn mond spoelen met zeep.

Een jongetje uit Abberdam zei ***
en toen werden zijn lippen op elkaar geniet.

Ergens zei iemand per ongeluk ***
en zij was meteen haar baan kwijt.

Dat is best onrechtvaardig
want deze woorden mogen er ook zijn.

Dus is opgericht:
De Club Van Woorden Die Niet Mogen

Iedereen mag hier van zich laten horen.
je mag helemaal je lelijke zelf zijn
zonder schroom en zonder kwaaie blikken
je hoeft niet vroeg naar bed en
ook geen zakgeld terug te geven.

Op het eerste clubfeest was 't meteen al raak:

Wat zei je? zei *** tegen ***.
Nee, zei ***. Ik riep ***, die achter je zit .
Wat? ***? Je bent zelf een ***!
En een hele dikke ******.
Let op je woorden ***, zei ****.
Wat de **** zijn we aan het doen?
**** omdat ******* ***
**** dus ****
**** *!! ****!!!
*** **** nog aan toe.
*** **** **** *****
**** ********

DCVWDNM bestaat niet meer.

maandag 4 maart 2013

Wat eten we vanavond?

Laat mij een boek schrijven, een lezing geven voor 400 kinderen of 900 tekeningen maken voor een logopedieboek. Ik schud het zo uit mijn mouw.
 
Wat mijn leven een, zeg maar, extra uitdaging geeft, ligt op een heel ander vlak: de dagelijkse maaltijd. Ik ben gezegend met een man die graag en goed kookt, in het weekeind. Door de week ben ik de klos.
 
Zo halverwege de middag dringt de vraag zich op: Wat eten we vanavond? Mij zonder lijstje een supermarkt insturen staat gelijk aan een acute burnout door keuzestress. Dus ik neem een kop koffie en kauw op mijn pen.
Wat eten we vanavond is een vraag waar je niet zomaar uit bent als je zoals ik enigszins verantwoord in de wereld wilt staan: het moet biologisch, fairtrade, bewust, flexitarisch, vers en puur zijn, met zo weinig mogelijk toevoegingen, bewerkingen, verpakkingsmateriaal en vliegkilometers.
 
Als we dat allemaal gehad hebben moeten we de voorkeuren van de huisgenoten erbij optellen en aftrekken. Daarnaast moet het ook nog eens budgettair niet te bezwarend zijn. En mijn persoonlijke wensen liggen in de 'eenvoudig en snel' sfeer.
 
Je zou zeggen dat er zo weinig overblijft dat de keuze snel is gemaakt. En ja, dat is ook zo.
Gisteren.
Maar een mens moet óók nog eens afwisselend eten. Dus wat eten we vanávond?
 
Het meest ga ik gebukt onder de zelfdoe-maffia die dicteert: Alles Zelf Maken. Vanaf de basis. Likje mosterd op je zelfgedraaide kaas? Eerst mosterdzaadjes planten. Dat idee.
 
Ik heb eens een kookboek weggegooid omdat er in stond: De pasta? Vooruit. Die mag je voor één keertje vers kopen, maar líever maak je die natuurlijk zelf.
 
Mensen, ik brei mijn eigen trui toch ook niet?
 
Man en kind komen thuis, ik kan beginnen. Tijdtechnisch gezien had ik al begonnen moeten zijn, maar er is wordfeud, een telefoontje van een opdrachtgever, een mailtje dat beantwoord móet worden, twitter, facebook, krant, poep aan schoen.
 
De kaasburgers uit de diepvries (want ook dat staat op mijn lijstje: Dingen Binnen Drie Jaar Uit De Diepvries) zitten aan elkaar vast. In de pan wordt de buitenkant al zwart terwijl de binnenkant nog bevroren is. Als ze in de magnetron verder ontdooien, vergeet ik een deksel op de schaal te leggen en ik negeer de *plof* die na enkele minuten hoor, want ik ben bezig om aardappelschijfjes los te wrikken van de bodem van de pan.

De groente moet veel langer koken dan ik dacht en de vissticks die ik dochter beloofde zijn op, de saus blijkt niet in de pan te passen als ik de helft er al in gegoten heb, er valt een pot appelmoes in duizend stukken op de grond (leeg? Wat denk je zelf?) en het toetje blijkt houdbaar tot de 7e in plaats van de 17e.
 
Laten we veronderstellen dat het uiteindelijk toch lukt: Alles is tegelijk warm en gaar. Met mijn stralendste glimlach zwier ik de pannen op tafel, steek kaarsen aan en schep mijn hongerige huisgenoten op.
 
De ene heeft het binnen drie minuten op. De ander mummelt drie kwartier en vist zorgvuldig onbekende stukjes uit het eten.
 
 
En dit allemaal in het besef dat deze cyclus zich binnen 24 uur zal herhalen. 
 
Is er al een bezorgservice voor fairtrade, gezonde en flexitarische maaltijden met vissticks? Ik meld mij meteen aan.
Als ie tenminste niet uit Kenia of Egypte hoeft te komen:-)

(een volgende keer een stuk over het fenomeen boodschappen doen, wat een andere aanslag op mijn levensgeluk doet. Heb het nu vanwege de lengte buiten beschouwing gelaten.)