zaterdag 18 mei 2013

Blog zonder foto

Die ene dag dat het mooi weer was zat ik in onze tuin en las een boek (Vallen, van Anne Provoost. Prachtig.) Mijn geliefde en onze dochter waren aan het badmintonnen tegen een door de Japanse kers rozegekleurde achtergrond terwijl de lentezon ons verwarmde.

Zielsgelukkig was ik zomaar opeens. 

Dit wil ik vastleggen, dacht ik. Dit mooie beeld voor altijd uit de tijd geknipt. Ik pakte het fototoestel, klikte en las weer verder. 
Maar toen dacht ik: nee. Ik doe iets fout. Niet de camera moet het onthouden, maar ik. 

Je ziet het vaak en ook ik maak me er soms schuldig aan. Foto's maken in plaats van het moment zelf beleven. Na het klikken meteen een andere kant op kijken, want het is toch vastgelegd. Op bijzondere momenten meer bezig zijn met je camera dan met wat er gebeurt.

Het kan ook anders. Gedachtenfoto's noem ik ze. Een moment intens op je in laten werken, en niet alleen het beeld, maar ook de geur en de geluiden. Vaak gaat dat vanzelf, maar je kunt het ook heel bewust doen. Zo herinner ik me een moment in de brugklas, bij meneer Timmerman, die geschiedenis gaf. Ik was 12 of 13 en zie nog de klas, het lokaal en het moet in de zomer geweest zijn, want mijn blote benen plakten aan de stoel en door het open raam kwam de geur van gemaaid gras. Ik weet niet waarom, maar ik besloot dit moment voor altijd in mijn geheugen te prenten. Misschien omdat ik voor het eerst besefte dat dingen voorbij gaan. 

De donkere ogen van mijn dochter, nog een baby, die in het holst van de doodstille nacht naar mij staart. En zij, acht jaar later, al badmintonnend met haar vader, op een van de eerste zonnige dagen, terwijl ik met mijn benen op tafel een mooi boek lees. 
Allemaal plaatjes uit mijn interne fotoalbum. 

woensdag 8 mei 2013

Echt gebeurd is geen excuus

Vorige week stak ik de drukke Europa-allee in Kampen over. In de middenberm raakte ik in een serieus gesprek met iemand die net iets heftigs aan het meemaken is.
Vlakbij die oversteekplaats ligt een groot weiland waar een circus stond en er liep een olifant los rond, tot in de berm van de weg waar wij stonden.


Dat zijn momenten waarop ik denk: dit had ik niet kunnen verzinnen: een serieus gesprek midden op een drukke weg met in de berm een loslopende olifant. Mijn redacteur had hier subiet een rode streep doorgezet met het commentaar: ongeloofwaardig! En dat terwijl het toch echt zo gegaan was.

En terecht. Een verhaal staat of valt met geloofwaardigheid. Geloof je 't niet, dan pakt het niet. En dan gaat het niet om wel of niet realistisch, want de verhalen van Harry Potter zijn ook geloofwaardig (denk ik, heb ze zelf niet gelezen.) Een verhaal kan van A tot Z van fantasie aan elkaar hangen, en toch geloofwaardig zijn. En dat bereik je door je verhaal binnen zichzelf helemaal te laten kloppen, ook al zijn er fictieve (natuur)wetten. Als je in een verhaal over omgekeerde zwaartekracht schrijft, moet die overal gelden.

Zo heb ik na het lezen van "Het Wonderlijke Verhaal van Hendrik Meijer" van Roald Dahl zelf ook geprobeerd om door kaarten heen te kijken, want Roald Dahl beschreef dat zo geloofwaardig dat ik ervan overtuigd was dat ik dat ook kon.

Het verhaal van de olifant in die berm had gekund, als ik het los lopen, het precies op dat moment aanwezig zijn van het circus, het tegenkomen van de kennis en de 'noodzaak' van het gesprek en de plek daarvan allemaal binnen het verhaal had verklaard. Verklaringen die ik in het echte leven niet had, want het was toeval.

Om een waargebeurd verhaal geloofwaardig te krijgen in een boek moet je verklaringen verzinnen, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt.

Vorige week zag ik  Pauw en Witteman met daarin Heleen van Royen die over haar nieuwe boek mocht vertellen.
Pauw merkte op dat het verhaal wel veel losse eindjes kent. Heleen zei toen, dat dat in het echte leven vaak ook zo is. En toen dacht ik: nu val je (echt) door de mand als schrijfster, want een onvolkomenheid in het verhaal mag nooit verklaard worden met 'zo is het in het echte leven ook'. Een verhaal is een nieuwe werkelijkheid waarbinnen alles moet kloppen.

Echt gebeurd is geen excuus. (Gerard Reve)

vrijdag 3 mei 2013

Vermoord je liefje



De afgelopen weken legde ik de laatste hand aan mijn manuscript Zwaartekracht. Ik kreeg het per post terug van een redacteur van Van Goor, vol aanwijzingen en opmerkingen, die ik verwerkt heb.

Een discussie die ik vaak heb op bijvoorbeeld verjaardagen is dat mensen zich afvragen:
Is het nog wel jouw boek, als je de wijzigingen van zo'n uitgever verwerkt, en vind je het niet vervelend dat iemand zich bemoeit met jouw verhaal? Dat wil je toch zeker niet?
Of de onderhuidse aanname dat het dan toch wel niet zo'n goed verhaal zal zijn, als er zoveel opmerkingen bij staan. (Een gevoel dat mij ook wel eens bekroop toen ik de hoeveelheid balpenblauw op de prints zag, maar dat terzijde.)

Het antwoord is: ik ben zielsgelukkig met het bestaan van redacteuren. Elk (elk!) verhaal wordt beter als het gescreend wordt door iemand die verstand heeft van taal en verhaal. Sterker nog, aan het eind van het schrijftraject verheug ik me op de bemoeienis van een redacteur. Als je zo lang met je verhaal bezig bent geweest ben je blind voor je eigen stopwoorden, woordherhalingen, inconsequenties en ja, ook fouten. 

Een redacteur is geen vijand die mijn verhaal wil afbreken, zoals sommige verjaardagsgasten denken, maar een vriend die net als ik het verhaal zo goed mogelijk wil maken. 

Naast de vele taaldingetjes (wanneer schrijf je 'zo veel' aan elkaar?) wees een redacteur mij ook ooit op dit: ik beschreef een emotionele scene op een terras, nadat de hoofdpersoon een koffie besteld had. Ik was helemaal gefocust op die emotionele scene, waardoor ik niet zag dat de hoofdpersoon een thee met de ober afrekende. Al had ik het honderd keer gelezen, ik had het niet gezien. De redacteur wel.

En in Zwaartekracht stond een kringeltje onder deze zin: Hij had mij nog niet gezien en mijn schoenen ook niet. 

Een redacteur kun je vergelijken met een geluidstechnicus, die een band helpt met de opnames van hun cd. De creatieve input komt van de muzikanten, maar als hun nummers volledig uit balans op cd of podium te horen zou zijn, zouden mensen met de handen voor hun oren wegrennen, hoe mooi de liedjes ook. Een muzikant hoeft niet per se ook verstand te hebben van de techniek van het geluid. Als je daar een professional voor inhuurt wordt je muziek er beter van.

Soms is het wel lastig. Zo stond bij een stukje in m'n verhaal ergens de opmerking 'te mooi'. En  dat was in dit geval geen compliment.  Te geforceerd, bedoelde ze. 
Dat moet ik dan wel even laten bezinken. Het is dan niet zo dat ik die opmerking móet verwerken, die vrijheid heb ik wel. Voor mij is de vraag leidend: wordt het verhaal er beter van? Niet: krijgt mijn ego hier een deukje van? 
Na een paar dagen heb ik dat liefje vermoord. 
En een paar andere omcirkelde liefjes heb ik laten leven. 

maandag 15 april 2013

T.e.a.b.: Droom, 16 jaar oud, nauwelijks gebruikt.


Ergens in 1997 had ik een droom.

Ik had een boek geschreven dat een enorme bestseller werd. En toen ik wakker werd... wist ik het nog.
Snel noteerde ik de hoofdlijnen en het dagdromen kon beginnen. Dit boek ging ik schrijven, zoveel was zeker! Het voelde als een echte ingeving.

De eerste paar pogingen strandden bij gebrek aan ervaring en de ingewikkeldheid van het plot. Daarna werd ik in beslag genomen door mijn illustratiewerk en de eerste boeken die van mijn hand verschenen.
Maar het verhaal van mijn droom liet me niet los. Ik bleef erover nadenken en deed een paar serieuze pogingen het te schrijven. En toch strandde het steeds weer. 

Nu Zwaartekracht bij de uitgever ligt om te worden geredigeerd, achtte ik de tijd rijp om Het Verhaal te gaan schrijven. En dan nu écht.

Ik vond het zó bijzonder dat ik deze droom had, dat ik het echt een kans wilde geven. Zo 'uitgekozen' door een verhaal was ik nog nooit geweest. 

Na een eerste voortvarend begin liep ik toch weer vast. Uren wandelde ik, dacht na, las andere boeken. Ik kwam er niet uit. Het plot bleef grote gaten en (verboden) toevalligheden bevatten, of ik moest het zo veranderen dat de essentie van wat ik gedroomd had, er niet meer in zat. En dat wilde ik niet, want ik wilde die droom eer aan doen. Ik had het tenslotte niet voor niets gedroomd. Dus dat moest erin, maar het plot bleef rammelen.

Maar dat was het ergste niet.

Het ergste was, dat het niet goed voelde, dat verhaal. Het was te on-Iris. Te creepy. Ik betrapte mezelf erop dat ik er tegenop zag om bepaalde scenes te moeten schrijven.

En afgelopen vrijdagavond, in bad (ook zo’n onmisbaar schrijversattribuut) nam ik het besluit: ik ga het niet schrijven. Ik laat het verhaal los. Ik laat mijn droom los. Sorry, droom, ik was zeer vereerd, en zestien jaar heb ik je bij me gehad, maar je bent bij de verkeerde persoon terechtgekomen. Iemand anders moet je schrijven.

Dus als jij binnenkort een droom krijgt waarin je een bestseller schrijft (en het heeft iets te maken met van de trap vallen en reïncarnatie :-) : maak er wat moois van! Voelsprieten uit!

En prompt, in datzelfde bad, datzelfde moment, kreeg ik een ander idee voor een verhaal, dat in zeer lichte mate aan mijn droom doet denken, maar wel helemaal van mij is. Ik laat het nog even sudderen en broeien, maar het voelt al veel beter.

Heb jij ooit een betekenisvolle droom gehad, waarmee je in het echte leven iets wel of niet gedaan hebt?

dinsdag 9 april 2013

Het geluid van een boom


Mijn hele academietijd heb ik gezegd: de dag nadat ik mijn diploma heb ben ik weg uit Kampen. Suf vond ik het er. Ik wilde naar een stad waar alles gebeurde: Amsterdam, Arnhem, op zijn minst. Wij gaven af op die kunstenaars die waren blijven hangen en die je aantrof in ‘t Kroegje. We ontwikkelden zelfs een theorie: als je langer dan zeven jaar in Kampen woonde, veranderde er iets in je dna-structuur waardoor je wel kon verhuizen, maar altijd weer zou terugkeren naar Kampen.

Een paar weken voor de diplomauitreiking werd ik verliefd. Op iemand die hier was ‘blijven hangen’ en in Kampen woonde en werkte.

Nu zijn we bijna drie keer zeven jaar, een bruiloft en een dochter verder (en veel bezoekjes aan 't Kroegje) en ik woon nog steeds in Kampen.

En guess what? Ik wil hier nooit meer weg. De dna-verandering is een feit.

Kampen is een bijzondere stad. De historie dampt uit de stenen, het centrum ligt pal langs de IJssel (tussen twee winkels zie je opeens het water stromen) en het is zo klein dat het de voordelen van een dorp heeft (gemoedelijk, alles per fiets bereikbaar, binnen 5 minuten in het weiland) en de voordelen van een stad (een bioscoop, een bibliotheek, een Hema). Ik voel me hier thuis. 

Het is wel ongelooflijk zonde dat de kunstacademie, theaterschool en school voor journalistiek weg zijn. 
Maar Kampen is nog steeds bijzonder omdat er een grote groep creatievelingen is 'blijven hangen’. Ik heb ze nooit geteld, maar ik denk dat er minstens dertig professionele kunstenaars/ontwerpers/illustratoren/theatermensen actief zijn, waarschijnlijk veel meer. En dat in een relatief klein stadje. Er is een groot muzisch centrum en een musicalopleiding.  Ook is er opvallend veel muzikaal talent in Kampen.

Helemaal niet suf dus.
  
Afgelopen weekeind was hier Weg van Kunst. Een route door de stad waar je op zo’n 20 adressen kunst kon bekijken, niet in musea of galeries, maar op de plek waar kunst thuishoort: bij mensen thuis. Bewoners van de stad stellen hun huis open waar kunstenaars hun werk exposeren. In 2009 heb ik er zelf ook aan meegedaan.

Geweldig vond ik het. Het was mooi weer, en behoorlijk druk. Heel veel gezien.

Verreweg het mooiste en indrukwekkendste vond ik het geluid van een boom. Gerben en Esther Kokmeijer bonden een hooggevoelige microfoon op een boom en lieten de bezoekers luisteren. Je hoorde niet alleen het waaien van de takken en het contactgeluid (vogeltje op de takken) maar ook wat er in de boom klonk: het geluid van de sapstroom. Omdat het waaien overheerste, hoorde je alleen als je goed luisterde een regelmatig, ploppend geluid. Een beetje als een hartslag.

Ik vond het ontroerend. Het was alsof de boom eindelijk, eindelijk zijn geluid kon laten horen, na al die jaren.

Foto Nieke Jansen
foto Radboud Hafkamp























De bewoonster van het huis vertelde dat het niet zomaar een boom was: het was een zaailing van een boom aan de Keizersgracht in Amsterdam, die haar vader uit de dakgoot geplukt had.

Toen we naar huis gingen was ik er nog vol van. En dat op 10 minuten fietsen van ons huis.

donderdag 4 april 2013

Recepten voor Kookkluns gezocht


Twee dingen.

Ik wil vaker vegetarisch eten.

En:

Ik ben een kookkluns, oncreatief en gemakzuchtig, en niet geneigd nieuwe dingen uit te proberen. Wat betreft koken dan.
Het liefst draai ik al Wordfeudend een maaltijd in elkaar.

Vanavond zei ik nog tegen mijn echtgenoot, terwijl de vette aardappels op de houten vloer vielen en daar als stempels hun afdruk achterlieten: als ik alleen zou zijn zou ik nooit koken, maar alleen maaltijdsalades eten.
Hij zei: maar die moet je ook klaarmaken.
Ik: nee hoor, je hoeft alleen maar het folietje eraf te trekken.

Dat idee.

Uiteraard besef ik dat dat zo niet werkt. Mijn arsenaal aan eenvoudige vegetarische recepten is nogal beperkt, waardoor ik steeds terugval op wat ik al jaren maak.

Daarom ben ik op zoek naar uitbreiding van mijn vegetarische-recepten-verzameling. De enige voorwaarde die ik stel is dat het echt Zeer Eenvoudig moet zijn.

En daarmee bedoel ik maaltijden van het kaliber: maak macaroni met een pot pastasaus en vervang het gehakt door zongedroogde tomaatjes, zoals ik van de week deed, en wat prima te doen was. Zowel het koken als het eten:-)

Wat is jouw Zeer Eenvoudige Vegetarische Recept?

zaterdag 23 maart 2013

Hoe ik iets vond en daardoor ontdekte dat ik iets kwijt was

De tijd op de kunstacademie in Kampen was de spreekwoordelijke tijd van mijn leven. Nooit leerde en leefde ik meer.

Daarna volgde een man, een baan, en een kind en een groot huis.

Een groot huis heeft een groot nadeel: je verzamelt veel rotzooi. Omdat het kan.
Achter het schot op mijn grote werkzolder staan dozen vol kunstacademiewerk. Gelukkig deed ik illustratie, geen beeldhouwen:-)

Onlangs besloot ik er paar dozen uit te zoeken, op mijn dooie gemak.
 



 Het werk verraste me. Weliswaar zou ik veel dingen nu anders doen, maar veel vond ik toch best goed.

Sterker nog: ik ontdekte iets. In al die honderden tekeningen zag ik iets, wat ik nu kwijt ben.
Een losheid, iets frivools. Iets wat kinderen ook hebben: lol. De lol van het tekenen zelf, niet in het eindresultaat, want daar kijken ze zelden meer naar om.

Al lang teken ik niet meer ‘voor de lol’. Ik vind illustrator zijn geweldig, begrijp me goed, en ik zou nooit iets anders meer willen doen naast het schrijven.
Maar ik teken altijd in opdracht, en altijd met een bepaald concreet doel voor ogen. Een boek, een kalender, een website. Hier moet het over gaan, dit is de doelgroep, het moet dat en dat formaat en dan en dan af.
En ik vind dat echt, oprecht leuk.
Maar het gaat nooit meer om het tekenen zelf, om het ontdekken, om de lol van het doen. Om mijn lol.

Ik zou dat natuurlijk zelf kunnen doen, in mijn eigen tijd, zonder opdracht. En weet je, ik doe het soms ook. Zomaar even iets proberen, of iets schetsen. Maar ik ben iets kwijt. Iets lossigs, iets frivools. Lol. Ik ben te streng voor mezelf. Ik zie alle technische oneffenheidjes, ik zie scheve verhoudingen, composities die uit verhouding zijn. Ik merk het zelfs als ik een kleurplaat teken voor de schoolkrant, of een krabbeltje voor m’n dochter. Het moet Goed. Het moet Perfect. Het lijkt wel of ik niet anders meer kan. Tja, dat gaat ten koste van de lol.

Ik vond ook schrijfsels terug. En ook daar zag ik het: afgrijselijke teksten vol bombastisch zelfmedelijden, maar wel met een lef en een eigenheid waar ik met terugwerkende kracht van denk: wat jammer dat ik dát kwijt ben.

Daar is vast een naam voor. Dat je weliswaar technisch beter wordt, maar daardoor een bepaalde vrijheid verliest. Ik heb het acteurs ook wel eens horen zeggen, en schrijvers. Je bent na je eerste boek geen beginneling meer, en die naïviteit, die argeloosheid die je boek of tekening of kunstwerk zo treffend maakte, ben je voorgoed kwijt. Daarvoor heb je teveel geleerd.

Herkent iemand dit? En wie weet hoe dat heet?


zaterdag 16 maart 2013

De club van woorden die niet mogen


DCVWDNM

Je zal maar een woord zijn dat niet mag
zoals *** of ****.
Iedereen kijkt boos als ze je horen
wie **** zegt moet in de hoek of op de gang.

Ik hoorde van iemand die ****** zei
die moest zijn mond spoelen met zeep.

Een jongetje uit Abberdam zei ***
en toen werden zijn lippen op elkaar geniet.

Ergens zei iemand per ongeluk ***
en zij was meteen haar baan kwijt.

Dat is best onrechtvaardig
want deze woorden mogen er ook zijn.

Dus is opgericht:
De Club Van Woorden Die Niet Mogen

Iedereen mag hier van zich laten horen.
je mag helemaal je lelijke zelf zijn
zonder schroom en zonder kwaaie blikken
je hoeft niet vroeg naar bed en
ook geen zakgeld terug te geven.

Op het eerste clubfeest was 't meteen al raak:

Wat zei je? zei *** tegen ***.
Nee, zei ***. Ik riep ***, die achter je zit .
Wat? ***? Je bent zelf een ***!
En een hele dikke ******.
Let op je woorden ***, zei ****.
Wat de **** zijn we aan het doen?
**** omdat ******* ***
**** dus ****
**** *!! ****!!!
*** **** nog aan toe.
*** **** **** *****
**** ********

DCVWDNM bestaat niet meer.

maandag 4 maart 2013

Wat eten we vanavond?

Laat mij een boek schrijven, een lezing geven voor 400 kinderen of 900 tekeningen maken voor een logopedieboek. Ik schud het zo uit mijn mouw.
 
Wat mijn leven een, zeg maar, extra uitdaging geeft, ligt op een heel ander vlak: de dagelijkse maaltijd. Ik ben gezegend met een man die graag en goed kookt, in het weekeind. Door de week ben ik de klos.
 
Zo halverwege de middag dringt de vraag zich op: Wat eten we vanavond? Mij zonder lijstje een supermarkt insturen staat gelijk aan een acute burnout door keuzestress. Dus ik neem een kop koffie en kauw op mijn pen.
Wat eten we vanavond is een vraag waar je niet zomaar uit bent als je zoals ik enigszins verantwoord in de wereld wilt staan: het moet biologisch, fairtrade, bewust, flexitarisch, vers en puur zijn, met zo weinig mogelijk toevoegingen, bewerkingen, verpakkingsmateriaal en vliegkilometers.
 
Als we dat allemaal gehad hebben moeten we de voorkeuren van de huisgenoten erbij optellen en aftrekken. Daarnaast moet het ook nog eens budgettair niet te bezwarend zijn. En mijn persoonlijke wensen liggen in de 'eenvoudig en snel' sfeer.
 
Je zou zeggen dat er zo weinig overblijft dat de keuze snel is gemaakt. En ja, dat is ook zo.
Gisteren.
Maar een mens moet óók nog eens afwisselend eten. Dus wat eten we vanávond?
 
Het meest ga ik gebukt onder de zelfdoe-maffia die dicteert: Alles Zelf Maken. Vanaf de basis. Likje mosterd op je zelfgedraaide kaas? Eerst mosterdzaadjes planten. Dat idee.
 
Ik heb eens een kookboek weggegooid omdat er in stond: De pasta? Vooruit. Die mag je voor één keertje vers kopen, maar líever maak je die natuurlijk zelf.
 
Mensen, ik brei mijn eigen trui toch ook niet?
 
Man en kind komen thuis, ik kan beginnen. Tijdtechnisch gezien had ik al begonnen moeten zijn, maar er is wordfeud, een telefoontje van een opdrachtgever, een mailtje dat beantwoord móet worden, twitter, facebook, krant, poep aan schoen.
 
De kaasburgers uit de diepvries (want ook dat staat op mijn lijstje: Dingen Binnen Drie Jaar Uit De Diepvries) zitten aan elkaar vast. In de pan wordt de buitenkant al zwart terwijl de binnenkant nog bevroren is. Als ze in de magnetron verder ontdooien, vergeet ik een deksel op de schaal te leggen en ik negeer de *plof* die na enkele minuten hoor, want ik ben bezig om aardappelschijfjes los te wrikken van de bodem van de pan.

De groente moet veel langer koken dan ik dacht en de vissticks die ik dochter beloofde zijn op, de saus blijkt niet in de pan te passen als ik de helft er al in gegoten heb, er valt een pot appelmoes in duizend stukken op de grond (leeg? Wat denk je zelf?) en het toetje blijkt houdbaar tot de 7e in plaats van de 17e.
 
Laten we veronderstellen dat het uiteindelijk toch lukt: Alles is tegelijk warm en gaar. Met mijn stralendste glimlach zwier ik de pannen op tafel, steek kaarsen aan en schep mijn hongerige huisgenoten op.
 
De ene heeft het binnen drie minuten op. De ander mummelt drie kwartier en vist zorgvuldig onbekende stukjes uit het eten.
 
 
En dit allemaal in het besef dat deze cyclus zich binnen 24 uur zal herhalen. 
 
Is er al een bezorgservice voor fairtrade, gezonde en flexitarische maaltijden met vissticks? Ik meld mij meteen aan.
Als ie tenminste niet uit Kenia of Egypte hoeft te komen:-)

(een volgende keer een stuk over het fenomeen boodschappen doen, wat een andere aanslag op mijn levensgeluk doet. Heb het nu vanwege de lengte buiten beschouwing gelaten.)

zaterdag 23 februari 2013

Hoe Google de omslagfoto van mijn nieuwe boek vond


Zoals iedereen weet is het omslag van een boek enorm belangrijk. In het overweldigende aanbod van boeken moet ie opvallen, het kan het verschil zijn tussen verkoop of blijven liggen. Daar mag je als schrijver en uitgever dus gerust heel wat aandacht aan besteden.

De uitgever van Zwaartekracht had me gevraagd mee te denken en wat sfeerbeelden en ideeën voor het omslag aan te leveren. Omdat de zee een belangrijke rol speelt in het verhaal zou ik het mooi vinden als daar iets van te zien was. 
Met zoeken op "girl+ocean" vond ik ergens op een portugees weblog een foto, waarvan ik meteen wist: Dit is de foto. Het meisje, haar geruite blouse, haar houding, het haar dat voor haar gezicht waait, de zee op de achtergrond: dit wás het meisje waar ik Zwaartekracht over schreef! Voor de vorm zocht ik nog wat verder, maar ik wist het eigenlijk al.

Ik hoopte ontzettend dat de ontwerper, die het omslag uit eindelijk maakt, een soortgelijke foto zou vinden, want het probleem is dat je natuurlijk niet zomaar een foto van internet mag plukken, naast het feit dat de resolutie van de foto niet groot genoeg was.

Dat lukte niet, maar uiteindelijk maakte ze een pracht van een omslag met een heel andere foto. Ik was er helemaal blij mee, maar steeds als ik De Foto zag, knaagde het wel een beetje: dit was het meisje, dit was de foto.

Intussen kreeg ik bericht van de uitgever, dat uiteindelijk niet iedereen op de redactie enthousiast was over het omslag, en dat ze toch voor 'mijn' foto of iets soortgelijks wilden gaan.

Zou toeval bestaan? Een paar dagen later op een verjaardag hoorde ik van iemand dat er een nieuwe functie in Google bestaat: bij Google afbeeldingen kun je een foto uploaden, waarna google gaat zoeken naar dezelfde afbeeldingen. Dat deed ik en zo vond ik uiteindelijk de maakster van de foto. Het lukte de uitgever om contact met haar te leggen en tot overeenstemming te komen. We mochten de foto gebruiken!

Met trots onthul ik jullie het omslag van mijn nieuwe boek Zwaartekracht: 


De vijftienjarige Maren woont met haar vader in Oslo. Ze is eenzaam en voelt zich onzichtbaar, tot ze zich aanmeldt voor filosofieles. Maren is verbijsterd: Ole, de leraar, zegt wat zij denkt. Zij begrijpen elkaar, dat kan niet anders. Alleen: hij ziet haar niet staan.
Maren verft haar haar, bedenkt een nieuwe identiteit en zo ontstaat er iets moois tussen Ole en Maren. Dan komt hij erachter wie ze echt is....


zondag 17 februari 2013

Languit op de bank en keihard aan het werk


Van niets leer je als schrijver meer dan van lezen.

Dus als je mij aantreft op de bank met een boek, dan ben ik gewoon keihard aan het werk.
Van elk boek leer je wel iets. Ik las Karin Slaughter: wat een rijke, beeldende stijl van schrijven heeft ze. Wat zij heel goed doet is haar figuren niet zomaar ergens neer planten, maar ze altijd iets laten dóen. De hoofdpersoon logeert een paar dagen bij haar ouders: die scene begint ermee dat ze het leertje van de kraan vervangt. Daarmee zie je die hele scene in één keer voor je, en je zet meteen ook de karakters neer.

Ik las Franca Treur: een hele fijne, kleine manier van schrijven met prachtige observaties. Er gebeurt vrijwel niets, en toch las ik het boek in 1 keer uit. Hoe ze dat voor elkaar heeft gekregen, kon ik nog geen vinger achter krijgen. Nog eens lezen dan maar :-)

Ik las Willem Jan Otten, Vonne van der Meer, Peter Buwalda, Margriet de Moor. De eerste zet met één woord een heel leven neer, de tweede schrijft alsof ik een film zie en de derde heeft ook al zo'n volle, rijke stijl (af en toe zelfs te, vond ik), Margriet schrijft verhalen als gedichten. Edward van de Vendel: ogenschijnlijk zo makkelijk, zo licht, zo beeldend. Tim Krabbé. Zo levensecht. Floortje Zwigtman.
Allemaal voorbeelden voor mij. Als ik eens vast zit, neem ik een van de schrijvers in gedachten en hun boek in handen en denk: hoe zou hij/zij mijn verhaal schrijven? En vaak vind ik dan weer de goede toon.

Jatwerk? Nee, want ik schrijf niet zoals zij schrijven, maar zoals ik denk dat zij mijn verhaal zouden schrijven, en daarmee wordt het toch weer mijn verhaal. Bovendien is het maar een aanzetje, als ik eenmaal bezig ben volg ik mijn eigen spoor weer.

Ik leer niet alleen van wat ik goed vind van andere boeken. Soms loop ik tegen dingen aan waarvan ik meteen weet: zo wil ik het niet!

Nu lees ik Mensje van Keulen: Liefde heeft geen hersens. Een goed geschreven verhaal, maar wat mij tegen de borst stuitte was de tirade van de zoon, anderhalve pagina onafgebroken, over het eten van vlees. Zonder dat dit tot op heden (ik ben op de helft van het boek) functioneel blijkt.
Mij bekroop zeer sterk het gevoel dat ik niet de zoon, maar de schrijfster hoorde en na wat gegoogle kwam ik erachter dat Mensje van Keulen inderdaad bekend staat als vegetariër  Ik wil de stem van de auteur zelf niet horen tijdens het verhaal.

En zo'n ervaring neem ik mee als ik zelf schrijf: ik moet als persoon niet zelf aanwezig zijn in mijn verhaal. Dat stoort.

Een ander voorbeeld kwam ik tegen in het boek 'Het vergeten gezicht' van Elle van Rijn. Een matig geschreven verhaal, redelijk onderhoudend maar met een zeer ongeloofwaardig plot en een wat kinderlijke stijl. Daar was allemaal nog wel door te komen, tot ik één zin las die mij meteen uit het verhaal slingerde en waarna ik er ook niet meer in terugkwam. Halverwege het verhaal koopt de hoofdpersoon nieuwe kleren vanwege een afspraak met een man. Een verkoopster vraagt: Waar bent u naar op zoek? En de hoofdpersoon denkt: gaat je geen reet aan.

Dat kwam voor mij zó uit de lucht vallen. Nergens blijkt vooraf het humeur van de hoofdpersoon of een reden voor deze gedachte en het krijgt ook geen vervolg. Ik vloog uit het verhaal en las de rest met verbazing uit.

Mijn les: een personage moet geloofwaardig reageren. Is het nodig dat hij onverwacht heftig reageert, zorg er dan voor dat dit op de een of andere manier tóch geloofwaardig wordt.
Als je wilt schrijven, is mijn advies om niet alleen goeie boeken te lezen, maar ook slechte, en te onthouden wat je stoort en ergert, en dat mee te nemen naar je eigen werk. 

Ik lees dan ook altijd met twee boeken op schoot. Een volle en een lege. En een pen:-)


Keihard aan het werk

donderdag 7 februari 2013

Toon mij uw boekenkast...



Mijn echtgenoot en ik leven al ruim vijftien jaar in een behoorlijke staat van harmonie met elkaar. We zijn op elkaar ingespeeld en weten wat onze sterke en minder sterke kanten zijn en ieder heeft, daarmee rekening houdend, zijn taken in huis.

Zo gaat hij grotendeels over de inrichting van het huis aangezien ik daar geen gevoel voor heb, en hij wel. Ik heb de tandarts-/ gynaecologenstoel nog weten te weren in onze kamer, maar voor de rest mag hij zijn gang gaan.
Echter! Er is één ding waar ik op sta en dat is: de boekenkast moet in de woonkamer.

Niet boven in de stuud, of liever nog in dozen op de zolder. De gruwel.

(dit is vermoedelijk ongeveer de helft: verspreid in stapeltjes liggen er nog enkele tientallen door het huis (sorry Huib, je wist waar je aan begon :-) en op mijn werkkamer staat ook een boekenkast)
Mijn boeken zeggen iets over wie ik ben. En dat niet alleen tegen de buitenwereld-kijk-mij-eens-belezen zijn, maar vooral tegen mijzelf. Mijn boeken zijn met mij meegegroeid, ik heb er veel herinneringen aan. Van veel weet ik nog wanneer ik het kocht, of van wie ik het kreeg. Af en toe blader ik er weer eens doorheen, sommige boeken zal ik nooit meer lezen, andere staan al jaren op de To Read lijst. Allemaal horen ze bij mij. Slechts heel af en toe doe ik er eentje weg. Misschien zelfs, hoewel ik aarzel om het te zeggen, misschien hou ik zelfs van mijn boeken.

En daar kom ik nog even op mijn vorige blog terug: dat zal ik nooit over een ebook zeggen. Een boek is écht meer dan alleen het verhaal. Voor ik de ereader kreeg had ik daar nooit zo bij stilgestaan. Er zit veel meer liefde in een boek dan in een ebook (de liefde van de vormgever, de fotograaf, de zetter, de drukker, de uitgever) en dat voel je.

Een ding pleit echter zeer voor de ereader: in bed leest ie stukken fijner dan een dik boek waar je altijd voor een van de twee pagina's het hele boek op moet tillen waardoor je één koude arm krijgt en een stijve nek (als je op je zij ligt) of twee koude armen en een klagende echtgenoot over het dekbed teveel aan een kant. Dat dan weer wel. 

woensdag 6 februari 2013

En plein public


Jaren deed ik het niet of met de grootst mogelijke moeite en tegenzin: Een praatje houden op een school over mijn werk. Ik lag er een halve of langere nacht van wakker (letterlijk) en voelde me op weg naar een school als een lam ter slachtbank.

Wat had ik nou te vertellen? En wat als ze het niet leuk vonden? Ik vond mezelf nog zo’n ongelooflijke beginneling. Schrijven wilde ik, en tekenen, dat was wat ik kon, maar erover vertellen en een klas een uur geboeid houden is echt een heel ander vak, dat ik niet onder de knie had.  Vond ik. Al die ogen op je gericht, al die verwachting. Ik kon het niet goed handelen. Laat mij als introverte schrijver maar lekker achter de schermen aan mijn boeken werken.
Vooraf dacht ik altijd: ik doe dit nooooit weer. En na afloop dacht ik altijd: ik moet dit veel vaker doen. Zo leuk! Ook al voelde ik me tien jaar ouder. Dus ergens vond ik het toch wel leuk, alleen ik zag er zo geweldig tegenop. Ik had het er niet meer voor over om een nacht echt slecht te slapen en niet te kunnen eten van de zenuwen.
Ik heb zelfs mijn ‘beschikbaarheid’ bij de SSS (een stichting die bemiddelt tussen auteurs/illustratoren en scholen) een paar jaar on hold gezet omdat ik het niet meer wilde.
Sinds een jaar of wat is de knop om. Is het de leeftijd, is het zelfvertrouwen? 
Opeens kwam het besef: het gaat helemaal niet om mij, het gaat om wat ik te vertellen heb. En heb ik dat? Ja. Dat heb ik. Het is misschien een beetje wazig, maar ik zag opeens hoe de energie moest stromen: niet van het publiek naar mij, maar van mij naar het publiek. Ik moest uitgaan van mijn kracht, en niet van de verwachting van het publiek. En dat werkte.
De eerste twee maanden van dit jaar al vier (waarschijnlijk vijf) presentaties over mijn werk op verschillende plekken en met verschillend publiek, en vijf workshops. 10 keer optreden! Meer dan ik het hele vorige jaar gedaan heb.
Wat is jouw overwinning?!