woensdag 17 juni 2015

Stil verwateren

Ik zag op Facebook een illustratie uit het boek Stil Verwateren.

Het sprak me meteen aan. Soms heb je dat. Je weet meteen: dit heeft kwaliteit. En dat niet alleen, het komt ook uit dezelfde bron waar ik uit put. Ik had het niet kunnen,  maar wel willen maken.


En ik kocht het. Ik moest er even over denken, want het was niet goedkoop. Maar ik dacht: een boek waarvan een enkele illustratie al zo tot me doordringt, is het geld waard. 


En dat is het ook. 

Er staan duizend haiku’s in van Geert de Kockere en 71 illustraties gemaakt door Nelleke Verhoeff. 


Het ligt bij ons op de kast en ik blader erin, lees er af en toe een aan iemand voor. 


De haiku’s zijn mooi. Er staan prachtige, kleine observaties in en veel zijn erg herkenbaar. Heel knap hoe iemand in 5-7-5 lettergrepen een hele wereld op kan roepen. 


En de illustraties zijn dromerig en poëtisch. Dit is nu een prachtig en klassiek voorbeeld van hoe een illustratie echt iets toevoegt aan een tekst. Nelleke geeft er een eigen draai aan. Ik ben verliefd op haar manier van verbeelden, onverwacht en soms absurd. Nelleke Verhoeff is een échte illustrator. 


Het leuke is dat de eenvoud van een haiku inspireert. We gingen er alledrie spontaan van dichten. 


Die van mijn Lief wil ik u niet onthouden:

De koeien staan weer
in de wei, ik loop door het
hoge gras. Hai koe! 




maandag 20 april 2015

Lichtgroen

Voorzichtig groen licht voor Mislukt
Nog wel werk aan de winkel. 
Maar bij lichtgroen (zon)licht is dat geen straf.
Het is finetuning 2.0.


dinsdag 7 april 2015

Een ander

‘Er komt weer een nieuw boek van me uit! Hero, de Superheldenhulphond!’
‘Leuk. Maak je zelf de illustraties?’
‘Nee. De uitgever heeft Mark Janssen gevraagd en hij zei ja!’
‘Oh... Vind je het niet gek of vervelend dat een ander het doet?’
‘Nee, juist niet.’




Het is niet de eerste keer dat ik mijn verhaal niet zelf illustreer. Ik was erg benieuwd.

Toen ik de tekeningen in mijn mailbox ontving, was ik erg verrast. Niet alleen omdat het ontzettend goede tekeningen waren, maar vooral omdat ze zo anders waren dan ik het zelf zou doen.

En dat is goed.

Als ik mijn verhaal zelf zou hebben geïllustreerd, tap ik uit hetzelfde vaatje als waar mijn verhaal ook uit komt. Eén en één is dan gewoon twee. Niks mis mee, maar ook misschien wel veel van hetzelfde. Ik kan zelf niets extra’s toevoegen aan mijn verhaal. Een andere illustrator kan dat wel. Dan is één en één drie.

Door de illustraties van Mark werd mijn verhaal een ander verhaal. Niet 180 graden anders, maar wel anders. Hij voegt er een dimensie aan toe die ik niet in huis heb, omdat hij nu eenmaal een ander mens is.

De eerste keer dat ik me dat realiseerde was met De Gestolen Munt, dat geïllustreerd werd door Jan Lieffering. Na al 15 jaar zelf illustrator te zijn geweest, besefte ik toen pas voor het eerst wat een illustrator met een verhaal doet: hij maakt er een ander verhaal van. En dat is een hele verantwoordelijkheid.

Ik ben ontzettend blij en trots met het eindresultaat!

Edit: nu ik het boek in handen heb, bedenk ik me ook dat je bij je eigen illustraties altijd ziet wat er nog beter had gekund. Daardoor ben ik niet snel echt tevreden. En nu wel, want ik zie nu alleen maar hoe mooi ze zijn!



vrijdag 27 maart 2015

Mislukt

Twee jaar geleden schreef ik dit blog.



Er gebeurde veel. Zwaartekracht kwam uit, kreeg mooie recensies, ik schreef een aantal kinderboeken, illustreerde moeilijke boeken en ondertussen schreef ik verder aan dit nieuwe verhaal.

Het ging moeizaam, zal ik eerlijk bekennen. Met vlagen schreef ik hele hoofdstukken, maar dan lag het weer stil of twijfelde ik. Er was iets niet goed aan het verhaal. 
Ik veranderde de eerste persoon naar de derde, dat hielp wel iets, maar niet veel. 

Ik merkte dat het verhaal me begon tegen te staan. Het kostte me moeite om erachter te staan. Ik dacht: ik schrijf het gewoon af en dan stuur ik het op of gooi ik het weg. Niet alles wat je schrijft hoeft tenslotte een boek te worden, dacht ik bij mezelf. Er mag ook wel eens wat mislukken, toch? 

Maar op 13 november 2014 gebeurde er iets magisch. Ik las mijn dochter dit boek voor, dat ze voor haar verjaardag had gekregen en al tijdens de eerste regels wist ik: zo moet het. Deze toon. Licht magisch, wat ‘plechtiger' dan wat ik tot nu toe geschreven had. Iets sprookjesachtiger, en dat kon het verhaal ook wel hebben, want er komt een tijdreis in voor. 

Direct na het avondkusje kroop ik achter de computer en schreef de eerste bladzijde over in de nieuwe taal. 
En dat was het, ik wist het meteen. 

Omdat zo’n rigoreuze aanpassing in een bestaand document niet goed werkt, besloot ik alle tot dan toe geschreven 40.000 woorden over te typen. Het ging als een trein. Doordat elke zin opnieuw door mijn vingers kwam, kroop ik weer heel diep in het verhaal. Er kwamen als vanzelfsprekend nieuwe zinnen bij. 

En er gebeurde meer. Het verhaal ging zo voor me leven, dat me allerlei plotwendingen binnenvielen en belangrijke ontknopingen. Het verhaal kreeg me weer in zijn greep, wat een fantastisch gevoel is. 

Afgelopen maandag was het zover. Ik stuurde het manuscript op. Werktitel: Mislukt. 


Ik weet nog niets. Het kan natuurlijk afgewezen worden, om allerlei redenen. Maar ik sta wel achter dit verhaal. 

vrijdag 27 februari 2015

The making of...

Tijdens het tekenen vanochtend bedacht ik me hoe leuk het zou zijn als anderen eens konden zien hoe ik een tekening maak. Hoe lang ik soms zit te pielen op de juiste gezichtsuitdrukking, een voetje, een handje.

Voor ik begin met tekenen, zoals in het filmpje, heb ik al een heel proces doorlopen.
Van de opdrachtgever heb ik de tekst gekregen, het formaat, en weet ik of het in kleur mag of in zwart-wit.

Ik lees de tekst en kies het geschiktste moment om te illustreren. Dat is iets wat ik op gevoel doe en bijna niet uit kan leggen. Waar zit de meeste emotie? Of is het moment er vlak voor beter? Of het spannendste stukje? Of juist het grappigste?

Voor een omslagtekening is dit soms het gedeelte dat het meeste tijd in beslag neemt. Het is dan ook erg belangrijk.

Daarna moet ik nadenken over de compositie. Hoe krijg ik mijn idee het best in beeld? In dit geval zitten twee kinderen voor een terrarium. Als ik ze van de achterkant zou tekenen, zou je het terrarium wel heel goed kunnen zien, maar hun koppies niet. Zou ik ze van de voorkant tekenen, hoe krijg ik dan die bak goed in beeld? Half van de achterkant dus.

Soms weet ik al hoe de figuren eruit moeten zien, omdat ze bijvoorbeeld vaker voorkomen. Soms verzin ik het ook ter plekke.

Pas als ik dit allemaal weet, begin ik met tekenen. (En drukte ik vanochtend op ‘record’).

Ik maak een grove schets op een laag in Photoshop en ‘zie’ in gedachten al meteen of het werkt of niet. Heel gedetailleerd hoeft die schets niet te zijn, behalve als ik een opdrachtgever moet overtuigen.

Dan zet ik die laag op 20% dekking en zet er een nieuwe laag boven. Dat wordt als het ware mijn overtrekpapier.

Soms nog even googlen voor de details, in- en uitzoomen voor het overzicht en.. klaar!


Over deze illustratie heb ik in realtime ongeveer 30 minuten gedaan, en dan reken ik het lezen en nadenken niet mee.  




De Boogie Woogie wordt gespeeld door Johan Blohm

zondag 25 januari 2015

Tijdreis

Een van de mooiste boeken die ik de afgelopen jaren las was geen roman, maar het boek ‘Een kleine geschiedenis van Amsterdam’.  Dat overigens leest als een roman. Ik las het in de kerstvakantie, met op mijn ene been het boek, en op het andere mijn ipad. Ik zocht oude kaarten meteen op, straatnamen, bekende Amsterdammers en oude foto’s. Dat maakte het nog tien keer leuker.

Geert Mak kan zo goed schrijven, dat het net is alsof je erbij bent geweest. Ik zag de mensen in de middeleeuwen, ik rook de smerige gracht, ik zag de gruwelijkheden, ik voelde de kou van de strenge winters. Het was alsof ik een tijdreis maakte.

Geert Mak citeert uit het dagboek van Jacob Bicker Raye, een Amsterdammer die leefde in de 18e eeuw. Toen ik erop googelde, kwam ik erachter dat het complete dagboek online te lezen is! Weliswaar in een volgens Geert Mak bloedeloze vertaling, maar goed.

En er was een Amsterdammer, Jacob Olie, die vanaf 1860 foto’s maakte van het dagelijks leven. Uiteraard googelde ik daar ook op en ik had me voorgenomen om zoveel mogelijk oude foto’s van die man te verzamelen, toen ik ontdekte dat er een app van is! Duizend foto’s van eind 19e eeuw voor maar 99 cent.

Ik hou zo van oude foto’s. Een blik in een andere tijd, mensen die er allang niet meer zijn, maar die ik wel kan zien. Onwetend van mij, die ze na zoveel jaar nog kan bekijken. En niet in een museum of fotoboek, maar op een glazen plaat op schoot, zomaar vanuit het niets.

Die ene seconde van honderddertig jaar geleden vastgelegd. Alles wat er toen nog niet was gebeurd. Al die mensen met hun levens, hun zorgen, hun kinderen, hun dagelijkse dingetjes. Het heeft echt bestaan. Voorgoed verdwenen.



Foto

Nu wil ik natuurlijk heel graag een dag naar Amsterdam, om alle plekken te zien die in het boek genoemd staan. De Zoutsteeg waar een vrouw opgehangen werd in haar deuropening, de plek waar het mirakel van Amsterdam plaatsvond, het galgenveld waar de misdadigers (onder andere Elsje Christiaens, waar Margriet de Moor een boek over schreef, wat ik ook nog wil lezen...) tentoongesteld werden, (wat nu de Badhuisweg heet, bij het Eye in de buurt - zit daar geen mooi verhaal in?) enzovoort. Eerst wilde ik zelf een wandeling samenstellen, maar ook dat is al gedaan! In het boek 'Een kleine stadsgids' van Daniel Schipper.

Helaas is het nergens meer te verkrijgen. Als iemand het voor me heeft, ik zou het graag van je willen overnemen. 

dinsdag 13 januari 2015

BeginZinZin

Iedere lezer weet hoe belangrijk de BeginZin is. 
Die kan het verschil maken tussen lezen of dichtslaan.

Zelf waag ik me pas halverwege, of zelfs nog later aan het schrijven van die zin. Als ik weet wat ik wil vertellen. Als ik weet wat voor verhaal het is.

Als die beginzin me invalt weet ik meteen: dit is 'm.

De laatste dag dat alles nog gewoon was, was de eerste van het nieuwe schooljaar. (Wish you were here)

Soms weet je dingen voor je ze weet. (Zwaartekracht)

Ooit schreef ik bij wijze van experiment honderd beginzinnen. Dat inspireerde zo, dat sommige ervan tot een kort verhaal leidden of zelfs een hoorspel.

Een van die zinnen spookt nog altijd in mijn hoofd. Ik heb vaak geprobeerd om er een verhaal van te maken, dat is nog niet gelukt. Misschien is dit een één-zin-verhaal. Ook leuk.

De telefoonrekening was 95 cent hoger dan anders.

Heb je ook een leuke, intrigerende of spannende Beginzin? Doe mee met de wedstrijd en win een Verhalenmachine!

Uit het boekje: Ingeblikt, over avondwandelingen

maandag 12 januari 2015

Hoe een pianoleraar mijn verhaal redde

Al een tijd ben ik bezig met een nieuwe YA roman, naast de twee jeugdboeken die dit jaar uitkomen. 

Het gaat moeizaam, maar gestaag. Het komt vooral doordat het lang duurde voor ik de juiste toon te pakken had. Pas toen ik mijn dochter (op 13 november, ik weet het nog precies) uit een boek voorlas waar een vleugje fantasy in zat, wist ik: zo moet het. Diezelfde avond probeerde ik een stukje uit en eindelijk voelde ik weer dat het goed zat.


Het manuscript dat op dat moment 40.000 woorden telde, heb ik overgeschreven. Letterlijk. Nieuw document open naast het bestaande en schrijven maar. 
Elke zin opnieuw door mijn vingers. De nieuwe toon wekte ook nieuwe woorden tot leven en andere beelden. Het werd een nieuw verhaal.

Toch was het nog niet af. Er zaten nog veel gaten in. Ook had ik de plot nog niet glashelder. Ik schrijf niet van A-Z, maar bouw eerst het skelet en vul dat later op. 

Halverwege moest er nog een scene in met een pianoleraar. Ik had daar nog verder niet over nagedacht, maar op het moment dat ik de eerste regel typte, zag ik die man meteen voor me, in zijn huis, tot in detail, tot aan de brandende kaarsen aan toe. Ik zag zijn warrige haar, zijn bretels. Hij liep zelfs op sloffen, zag ik. Ik bedenk dat niet, ik 'zie' dat. 
Alsof de scene al ergens bestaat. Magisch, hoe dat werkt. 

Maar er was meer. 
Tot mijn verbazing zei de man iets. Iets wat de sleutel bleek te zijn tot de ontknoping van het verhaal. Ik kon verder! 

Dat vind ik nou zo fascinerend aan schrijven. Ze zeggen dat je het zelf bedenkt, zo'n verhaal. Maar zo voelt dat niet. Het voelt alsof ik het verhaal ontdek. 

Gelukkig hoef ik die pianoleraar geen royalties te betalen.

maandag 20 oktober 2014

O, o, Den Haag


Wij wilden in de herfstvakantie een paar daagjes weg. Waar Lief het meest houdt van water en weidse vergezichten (het liefst vanuit een boot), ontdek steeds meer dat ik echt een stadsmens ben.

En daarom werd het dit keer Den Haag. We boekten een hotelletje midden in de stad. Eerst zagen we een film in het omniversum, daarna dwaalden we rond op het Binnenhof.
Ik hou van zo'n grote stad. Er is zoveel te zien, zoveel mensen.

Het bed moest getest
Ik kan niet goed tegen drukte en lawaai, maar dat is vooral als er van alles van me verwacht wordt. Op een verjaardagsfeest of zo. In een stad zit ik in mijn eigen bubbel, ik hoef alles alleen maar te ondergaan.
Op de een of andere manier voel ik me er zo aangesloten op het leven.

Let op de knuffel in zijn rugzak

's Ochtends ontbeten we ergens, het hotel was zo goedkoop omdat het geen restaurant had.
Niet is zo leuk als wakker worden in een andere stad. Net of je die stad een heel klein beetje ingelijfd hebt.

We zaten vlakbij Panorama Mesdag, dat ik nog met geen enkel schoolreisje gezien had. Ik was er benieuwd naar, vooral omdat het zo beroemd is. Ik had verwacht dat het nogal suf zou zijn, omdat we natuurlijk ruim 120 jaar later visueel zo overprikkeld zijn met bioscoop en zelfs 3-D.

Maar ik vond het geweldig. Echt heel erg indrukwekkend. We stonden er zelfs even met zijn drietjes, de drukte moest nog komen. Vooral het licht maakte het ongelooflijk bijzonder. Boven het ronde schilderij van 28 meter doorsnede zit een lichtkoepel, waar het echte licht van die dag doorheen valt en je schaduwen van wolken ziet over een eenvoudig strandtafereel bij Scheveningen in 1881.


Hoe anders was dat toen we er een paar uur later in 2014 liepen. Hoge, lompe betonnen oostblok-achtige gevaarten, winkels die hun beste jaren in de vorige eeuw hebben gehad, troosteloze restaurants waarvan het schilderwerk ons om de oren waaide.
Maar dat maakte ons niet uit. Pootjebaden, zonder jas, op 17 oktober! Een bij een supermarkt gescoorde lunch in de zon!

Handig, zo'n stoel die iemand vergeten is

Op de terugweg zijn we bij Schiphol op het panoramadak wezen kijken.

Dat maakt drie keer panorama in twee dagen, realiseer ik me nu. Met mijn liefsten.

 







dinsdag 7 oktober 2014

Ruimte voor gedachten


Room for thought.

Een app op je telefoon die je een keer per dag op een willekeurig moment vraagt een foto te maken.

Geïnstalleerd.

En nu een paar weken verder.
Een ongecensureerde doorsnede van mijn leven.
Soms op een moment dat ik dacht: waarom juist nu? Of: waarom niet juist nu?

Niet helemaal willekeurig: meestal staat het geluid uit en zie ik de ROOM-melding pas als ik de telefoon pak. Maar dan maak ik ook meedogenloos meteen een foto.

Wel veel computer, vind ik. Veel 'werk'.
En niet alles zou ik zomaar willen laten zien, maar zonder context is het neutraal genoeg, behalve voor mijzelf.





Room for thought.

woensdag 17 september 2014

Het boek dat ik alleen kon illustreren met radio 1 aan

Een tijd geleden kreeg ik een mailtje met daarin het verzoek een kinderboek te illustreren.
Het mailtje kwam niet van een uitgever, maar van een schrijfster.
Ik krijg wel vaker schrijfsels van mensen opgestuurd met de vraag of ik het wil illustreren. Wanneer ik mijn tarieven noem, hoor ik meestal niets meer.
En dat geeft niet, dat snap ik.

Helaas moet ik ook zeggen dat veel van die verhalen die niet via een uitgever bij mij in de mailbox belanden tamelijk beroerd geschreven zijn, en dat ik om die reden nee zeg.

Maar dit was anders. De tekst sprak me aan vanwege het onderwerp en de manier waarop het geschreven was. Het verhaal ging over kindermisbruik in het gezin. Het is geschreven voor kinderen in dezelfde situatie die in de hulpverlening zitten.


Ik heb een paar dagen nagedacht, maar eigenlijk wist ik het wel: dit ga ik doen.
Als ik met mijn werk echt iets kan betekenen voor deze kinderen, dan wil ik dat.
Ik hoef niet voor al mijn werk de volle mep te verdienen.


Ik heb wel gezegd: geen deadline, en ik wil voor dit verhaal een andere manier van illustreren uitproberen. Het verhaal leende zich bijzonder voor een wat meer abstracte, poëtische manier van verbeelden, en dat is wat ik zelf al een tijdje wilde.

Ik ben aan het werk gegaan. Het was een lastige klus, vond ik. Vooral de moeilijke scènes kon ik alleen maken met op de achtergrond radio 1, waarin broodnuchter over voetbal of economie werd gesproken.

En tegelijkertijd genoot ik: nieuwe dingen uitproberen, tekst op een andere manier verbeelden, veel minder letterlijk. Meer voelen, minder nadenken. Niet meer vooral tekenen, maar met papiertjes en patronen in de weer, dingen oproepen in plaats van weergeven. 

In de zomer was het af. Ik kreeg een enorme bos bloemen van de schrijfster en we hebben lang met elkaar aan de telefoon gesproken.

En een paar weken geleden was het zover: 'Kind van de Zon' ging de wereld in! Geschreven door Marianne Vollenhoven, uitgegeven bij Free Musketeers.



En het mooie is, ik ben nu bezig met deel twee: Kind van de Maan. Een soortgelijk verhaal, met soortgelijke illustraties. En dit keer krijg ik (door een fonds) normaal betaald.  




zondag 24 augustus 2014

Verhuisd!

In 2001 zegde ik mijn laatste bijbaantje (bij een drankenwinkel) op en vanaf dat moment werkte ik fulltime thuis.

In 2006, toen de bomen nog tot in de hemel groeiden, kochten we een ander huis. Een enorm huis. Met zijn drietjes hebben we zes slaapkamers (waarvan twee echt grote zolderkamers) te verdelen en het lag voor de hand dat de grootste zolderkamer mijn werkkamer zou worden.

Mijn werkdagen zijn al jaren hetzelfde.
Na het opstaan en aankleden zet ik een kopje koffie en klim de twee trappen op naar mijn werkkamer. Zeker nadat onze dochter naar school ging is mijn werkweek enorm gestructureerd, iets wat ik bijzonder plezierig vind. En ook zo'n beetje elke avond zit ik er te schrijven of wat te experimenteren. Ik breng dus echt heel wat uren door in die fijne grote werkkamer.

En toch, sinds een jaar of wat begon er wat te veranderen. Schilderen doe ik nooit meer en sinds een paar jaar werk ik nog uitsluitend digitaal. In die grote ruimte van acht bij vier meter zit ik dus alleen op dat ene stoeltje achter de computer. En wat nog belangrijker werd, is dat ik weliswaar naar buiten kan kijken, maar alleen de toppen van een paar bomen zie. Prachtige bomen met af- en aanvliegende vogels en schitterende wolkenluchten. 


Maar toch. Ik miste een beetje menselijk leven, of nog dramatischer gezegd, contact met de buitenwereld. Ook als de anderen in huis lekker bezig waren voelde ik me soms wat al te hoog in mijn ivoren toren.

Dus kwam ter sprake om de boel intern te verhuizen. Ik zag nogal op tegen Het Gedoe, maar daar heb ik gelukkig een zeer praktische en vooral voortvarende en daadkrachtige echtgenoot voor. Toen ik zaterdagmiddag tegen hem zei: ik geloof dat ik het echt wil, stond zaterdagavond mijn bureau in de kleinste kamer van het huis, met uitzicht op onze straat.

Ik ben verhuisd! Een grootse verandering in mijn bestaan als thuiswerker. Ik kan naar buiten kijken, ik zie de buren af- en aanfietsen, de postbode, een buurman zwaait eens. En nog genoeg bomen over. In de kamer naast me hoor ik onze dochter spelen. En natuurlijk hebben we meteen een plekje gemaakt voor ons nieuwe huisgenootje.


De zolderkamer staat nog bomvol zooi. In acht jaar bewaart een mens heel wat, al was het maar omdat het kan. Dat moet ik de komende tijd gaan uitzoeken en dan wordt dat een puberkamer. Een enorme puberkamer.
Sentimentele drol die ik ben, zal ik dit soort prachtige januariochtenduitzichten nog wel missen. 

  



donderdag 21 augustus 2014

Striptips gevraagd!

Ik ben schrijver en illustrator, al bijna twintig jaar. Nog niet zo lang geleden stelde iemand mij de volkomen voor de hand liggende vraag: maak je ook wel eens strips?

Hoe absurd of ongeloofwaardig ook, ik had daar nog nooit over nagedacht.
Niet echt. 


Ik geloof dat ik niet speciaal van strips houd. Te recht toe recht aan, te oppervlakkig. Maar misschien vergis ik me, want behalve de Donald Duck lees ik er zelden een.


Een jaar of wat geleden ontdekte ik echter de graphic novel.In de bieb zag ik het boek 'Blauw is een warme kleur' van Julie Maroh staan en nam het mee. Een intieme en persoonlijk liefdesgeschiedenis. Na het gelezen te hebben kocht ik het meteen. Ik was er erg van onder de indruk. Wat me vooral opviel was de kracht van tekeningen. Het wordt er echt bijna een film van. Soms pagina's achter elkaar zonder tekst, alleen beeld, en om de lezer/kijker dan vast te houden, dat vind ik echt knap. Beeld komt op een andere manier binnen dan tekst en toch anders dan film. Dat komt misschien 
omdat ik zelf het tempo bepaal, en omdat elke scène één sterk beeld is.


Afgelopen zaterdag stond ik met mijn illustratiegenootschap op het Stripfestival in Kampen. Zo goed als niks verkocht, maar wel een leuke middag gehad.Ik ging zelf ook nog even langs alle kraampjes en hoewel ik me had voorgenomen niets te kopen, kwam ik thuis met de graphic novel 'Afspraak in Nieuwpoort'. Gesigneerd en met een tekening van de schrijver/tekenaar zelf!  Ivan Adriaenssens, een charmante Belg.




Op de een of andere manier trok het verhaal en de sfeer van het boek me meteen aan. 'Afspraak in Nieuwpoort' speelt zich af in WOI en gaat over 3 soldaten die afspreken elkaar over 10 jaar op dezelfde plek te treffen. Hoewel er wat houterigheidjes in de tekeningen zaten (die zie ik nou eenmaal meteen) vond ik het een mooi verhaal en erg sfeervol. Als het een roman was geweest had ik het verhaal denk ik wat mager gevonden, maar opnieuw net als bij Blauw is een warme kleur viel het me op hoe indringend een tekening kan zijn. Wat je niet in woorden kunt zeggen, kun je in beeld kwijt. 

Ik pakte Blauw ook weer uit de kast en het hele weekeind heb ik de twee boeken gelezen en ik besloot: ik hou van graphic novels.
Graphic novels (waarschijnlijk generaliserend gezegd) hebben de diepgang die ik bij gewone strips mis. 

Ik wil er zelf ook één maken! Maar eerst die zesduizend andere ideeën maar eens vormgeven.


Heeft iemand trouwens nog aanraders voor graphic novels of zelfs strips?