Posts tonen met het label vriendinnen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vriendinnen. Alle posts tonen

zondag 1 december 2019

Het opgevangen gesprek in de Ikea


Mijn lief en ik waren onlangs in de Ikea en we besloten er een hapje te eten. Aan de tafel naast ons zaten twee vrouwen van een jaar of vijftig. Ze leken op elkaar, misschien waren het zussen. Wij hoorden het volgende gesprek:

‘Zeg, je gaat hier toch niet de braverik zitten uithangen?’
‘Hoe bedoel je?’
‘De fitgirl.’
‘Mm, die salades zijn best goed.’
‘Ik voel me bij jou gewoon dik.’
‘Dik?’
‘Waarom neem je niet ook gewoon die Zweedse balletjes? En die frietjes? We zijn niet elke dag samen uit.’
‘Ik wou gewoon die salade proberen. Sorry hoor.’
‘Ik schaam me gewoon bijna.’
‘Schamen? Waarom?’
‘Jij zit je hier gewoon heel netjes in te houden. Voor wie eigenlijk? Of doe je het om mij voor paal te zetten?’
‘Ik begrijp echt niet wat je bedoelt.’
‘Ik zit hier gewoon de dikzak te wezen met mijn friet en ballen. Als jij die nou ook neemt, dan val ik tenminste niet zo op.’
‘Overdrijf je niet een beetje? Ik wil wel een salade voor je halen.’
‘Daar gaat het niet om! Jij zit gewoon expres een salade te eten zodat ik dik en vadsig lijk en zonder zelfbeheersing!’
…..
Het bleef even stil. Alleen het tikken van het bestek klonk en oneindig geroezemoes uit de rest van het restaurant.
Mijn echtgenoot en ik zaten om het hardst te doen of we niets hoorden. Ik durfde hem niet aan te kijken uit angst deze poging te saboteren. Gelukkig lukte het ons om zo gewoon mogelijk te praten over de mogelijke aankoop die we zouden doen (nieuwe glazen en een slakom).
Toen zei de ene vrouw naast ons: ‘Weet je wat, ik haal straks twee toetjes. Twee dezelfde. Is dat goed? Dan zijn we weer even slecht.’ Ze grinnikte.
‘Nou, vooruit dan,’ zei de ander. ‘Eet jij die dressing niet op? Mag ik die?’



dinsdag 9 juli 2019

De foto



Mensen vragen me vaak waar de ideeën voor mijn boeken vandaan komen. Het antwoord is eenvoudig én waar: verhalen liggen op straat. Ik loop blijkbaar rond met voelsprieten en gevoelige ogen en oren en als ik iets zie of hoor, checkt een deel van mijn brein of het verhaalwaardig is. Dat begint vaak met de vraag: stel je voor dat?

Zojuist nog in een gesprek tussen puber en haar vriendinnen over doorstuur-appjes: ‘Ik ben dood en jij ook als je dit niet doorstuurt!’ Daar kan ik wel wat mee, dacht ik meteen. Stel je voor dat iemand zo’n appje krijgt en het negeert en dat er dan toch iets vreselijks gebeurt.
Dit voelsprieteren gaat de hele dag door. Soms wel vermoeiend. Als zo’n ingeving het eind van de dag haalt, komt die op mijn VerhaalIdeeLijst, die intussen aardig lang is.
Vier jaar geleden was ik op een verjaardag. Mijn Lief zou de dag erna op vakantie gaan en mijn schoonzus zei voor de grap: ‘Stel je voor dat hij niet terugkomt?’
En ik dacht: ja, inderdaad, stel je voor dat hij niet terugkomt.
Het liet me niet los. Dat werd mijn thriller Buiten Bereik.
Soms gebeuren er dingen die fantastisch zijn en haast onwerkelijk, zonder dat het (tot nu toe) boeken worden. Zo was ik een tijd geleden uit eten. Naast onze tafel zat een vriendinnengroep met veel lol. Op een gegeven moment kwam een van hen naar mij toe. Ze zei: ‘We hebben een vreemde vraag. Een van onze vriendinnen kon er vandaag niet bij zijn. Maar jij lijkt heel erg op haar. Zou je als stand-in met ons op de foto willen, zodat ze er tóch een beetje bij is?’
Dat wilde ik wel. Een ober maakte een foto terwijl ik tussen de vrouwen in stond, hun armen om mij heen.
‘Je lijkt echt heel erg op haar,’ zeiden ze toen ze de foto’s bekeken.
‘Weet je zeker dat je het niet bent?’ vroeg een ander en er barstte een lachsalvo los.
Het voorval liet me niet meer los. Dit zou een mooi begin zijn van een thriller, alleen hoe? Misschien blijkt de echte vrouw later te zijn vermoord. Of mijn aanwezigheid zou een alibi moeten zijn voor de moordenaar. Ik zou worden verdacht.
Of een griezelverhaal: de vrouw blijkt helemaal niet te bestaan.
Of ik blijk die vrouw op een onnavolgbare manier uiteindelijke wel te zijn. Of haar onbekende tweelingzus.
Ik ben er nog niet uit. Jullie ideeën?

zondag 30 juni 2019

Op de brommer

Lang geleden, en dan bedoel ik ook echt heel erg lang geleden, was ik verliefd. Het was op een jongen met een brommer. Ik heb hem nooit aan durven spreken, hij wist waarschijnlijk niet eens dat ik bestond.
Jaren later, ik was al getrouwd en moeder, was ik met een vriendin in een kroegje in Zwolle. En daar stond die jongen. Hij herkende me als afkomstig uit dezelfde woonplaats en we raakten aan de praat. Ik had genoeg biertjes op en voelde me zelfverzekerder dan ooit. En ik durfde.
‘Weet je,’ schreeuwde ik boven de muziek uit. ‘Vroeger was ik verliefd op je.’
‘Echt waar?’ schreeuwde hij terug.
Ik knikte. ‘Elke keer als ik een brommer hoorde, hoopte ik dat jij het was.’
‘Dat wist ik helemaal niet!’ riep hij en hij keek er wat teleurgesteld bij.
De volgende ochtend dacht ik: mijn hemel, heb ik het écht tegen hem gezegd? Nou ja, stelde ik mezelf gerust: als hij net zoveel gedronken had als ik, dan weet hij het vast niet meer. Bovendien zag ik hem waarschijnlijk nooit meer.
Maanden later was ik weer in die kroeg. En tot mijn schrik zag ik die jongen weer. Met succes ontweek ik hem enige tijd, tot hij plotseling naast me stond en naar me grijnsde.
Hij kwam met zijn gezicht naar mijn oor en riep: ‘Ik ben op de brommer.’

(eerder gepubliceerd - illustratie: Iris Boter)