maandag 14 april 2014

Historische sensatie

Toen ik elf jaar was, vond ik in onze tuin in Wijhe een klei-achtig voorwerp. Ik wist niet wat het was, maar wel dat het iets bijzonders was. Tijdens een bezoek aan de Oudheidkamer ontdekte ik dat het een pijpekop was en dat die van mij ongeveer tweehonderd jaar oud was.

Tweehonderd jaar! Ik had iets in mijn handen wat andere mensen in een ander tijdperk ook vastgehouden hadden. Precies dit ding! Mensen die al lang niet meer leefden. Hun vingerafdrukken zaten er nog op. Het was alsof ik dwars door de tijd contact had met die mensen.

Ik werd bevangen door een gevoel waar ik pas onlangs een term voor las: een historische sensatie.

Lang heb ik archeoloog willen worden, maar dat is om allerlei redenen niet gelukt. Maar ik hou nog steeds van oude dingen en plaatsen. Het idee dat er mensen hebben geleefd, gewoond, gepraat op precies dezelfde plek als ik waar ik nu ben.

Ik ben trouwens pijpenkoppen blijven verzamelen, ook in Kampen heb ik er veel gevonden. Onderstaand de oogst van een middagje langs de Cellesbroeksweg.




Op facebook volg ik de pagina 'Kampen, wereldstad in een notendop.'  Er worden veel foto's van Oud- Kampen geplaatst. Ik ben er gek op, al zitten mijn wortels nog niet zo diep in de Kampense grond. In sommige foto's kan ik helemaal verdwijnen.

Op mijn hypermoderne computer in een verwarmd en verlicht huis heb ik een rechtstreeks kijkje in een vastgelegde milliseconde van een eeuw of meer geleden. Ik vind het een mirakel.

En niet zomaar een kijkje, maar beelden van de plekken waar ik dagelijks kom. De Vloeddijk, de Oudestraat, de IJssel. De autoloze straten, de stad die buiten de poorten ophield. Een markt op een doordeweekse dag. Al die mensen die er nu niet meer zijn.

bron: www.kampenonline.com

Wat deden die mensen? Wat dachten ze? Hoe leefden ze? 

Soms, als ik me maar lang genoeg concentreer op de foto, verbeeld ik me dat ik even, heel even deel uitmaak van dat moment. Dat ik daar zelf ben, en in de foto rond kan lopen., kan praten met die mensen, die soms nog geen twee oorlogen hadden meegemaakt, nog nooit een telefoon gezien hadden.

Als ik dan later die dag, weer in 2014, zelf op de Vloeddijk fiets of door de Oudestraat loop flitsen de beelden van toen af en toe door mijn hoofd. Ik zie ze als het ware door het heden heen.
Hier stond een huis, dit was een onverhard pad, hier was een kruidenier, hier hield de stad op en waar ik nu woon was een en al niks. En soms is er zo goed als niets veranderd.

Historische sensatie. Dat is precies het woord dat de lading dekt.  

dinsdag 1 april 2014

Eigenlijk zijn mijn illustraties allemaal fake

Ik kreeg mijn illustratiediploma in 1995.
Alles deden we toen analoog, zelfs letter- en lijntekenen heb ik nog als vak gehad.

Met de hand dus he? Met een trekpen (wat haatte ik dat ding) en inkt uit een potje.

We hadden op de academie een computerzolder waar een stuk of 20 van deze dingen stonden. Af en toe werkte ik erop, vol ontzag voor wat (anderen) er mee kon(den). 

Met enige regelmaat verscheen De Bom in beeld: een vastloper. Alles was je kwijt.



Nou was 'alles' relatief, want de floppydisks die we gebruikten konden niet meer dan 750 kb aan, later 1,5 mb. (Voor de mensen geboren in deze eeuw: een floppydisk is een soort platte usbstick)

Zo nu en dan printte ik een tekstje, meer was het niet.
Het was op de academie vooral een ding vooral voor grafisch ontwerpers. Maar dat niet alleen, het idee heerste ook dat werken met een computer machinaal was, zeer oncreatief en geestdodend. Trucjes waren het. Iets wat met de computer gemaakt was, kon nooit werkelijk origineel zijn.

De geur van papier, van inkt, van verf, het gekras van je penseel en potlood op papier. Dat was het echte werk.


Na de academie bleef ik op papier werken, met kroontjespen en oostindische inkt. Stapels illustraties heb ik naar het postkantoor gebracht, op hoop van zegen dat ze niet onderweg in de sloot zouden waaien of met de post kwijt zouden raken.


Op zeker moment baalde ik gigantisch van de kleine veranderingen die ik (van mezelf of de opdrachtgever) moest aanbrengen waardoor ik soms de hele tekening opnieuw moest maken. Dat moest toch eenvoudiger kunnen en vooral sneller.

Ergens in 2004/2005 besloot ik het erop te wagen. Ik had een pc, photoshop en een scanner. Ik maakte tekeningen op papier met kroontjespen en inkt, scande ze in, verving het mislukte hoofd door een goedgelukt hoofd en kon nog wat aan de compositie schuiven, en knutselde zo mijn tekeningen in elkaar. Daarna liet ik ze op hoge kwaliteit drukken en kleurde de prints in met waterverf en ecoline
zoals ik gewend was.


Zo was het nog 'echt' genoeg voor mijn gevoel en het scheelde een hoop werk.

Tot op een dag mijn vaste printmeneer een nieuwe, 'betere' printer kreeg en de lijnen van de prints niet meer zo zwart waren als eerst. Ook bij andere printshops kreeg ik het niet meer zoals ik het wou. Ik baalde als een stekker, maar ik had een deadline en het werk moest af.

Ik negeerde de nog altijd minachtende stemmen van mijn docenten in mijn hoofd: niet echt, computerwerk, nep, namaak, fake! en kleurde voor het eerst een ingescande tekening in op de computer. Ik kreeg er geen commentaar van de opdrachtgever over.




En ik raakte er volledig aan verslingerd. Wat een mogelijkheden! En omdat ik wist: als het fout gaat, is het met één CTRL-Z weer ongedaan gemaakt, durfde ik veel meer te proberen. Verschillende achtergrondkleuren, even iets lekker extreems proberen, verschillende versies maken: ik deed het allemaal en er ging een wereld voor me open. Ik kocht een drukgevoelig tekentablet, zodat je tijdens het kleuren variaties kunt aanbrengen. 

Net echt.


Toen kreeg ik de grootste klus van mijn leven: het illustreren van een praktijkboek voor logopedisten. Meer dan duizend illustraties moest ik maken en ik begon dapper met kroontjespen te tekenen. Maar het waren er zóveel en ik had er na het scannen nog zoveel werk aan, dat ik weer een besluit nam: ik maakte ook de lijntekeningen digitaal.

En dat beviel mij bovenmatig goed. Sinds dat moment heb ik geen kroontjespen meer aangeraakt. Geen inktvlekken meer op mijn vingers, geen penselen meer uitspoelen, geen papier meer kopen. Mijn werkkamer is opeens belachelijk groot nu ik alleen nog maar achter de (inmiddels) Mac zit.

Jammer? Ja, ergens wel.
Maar vooral: niet nep, niet fake en HEEL erg goed voor mijn creativiteit. Ik ben helemaal om.
Heel af en toe hoor ik dat stemmetje nog wel eens. Maar dat ben ik intussen wel gewend.



Ik heb me zelfs wel eens laten ontvallen dat ik denk dat ik geen illustrator meer zou zijn als ik alles nog met de hand zou doen.

Het gaat alleen echt niet sneller. Integendeel. Het is minstens zoveel werk. Maar dat vind ik geen probleem.