maandag 12 januari 2015

Hoe een pianoleraar mijn verhaal redde

Al een tijd ben ik bezig met een nieuwe YA roman, naast de twee jeugdboeken die dit jaar uitkomen. 

Het gaat moeizaam, maar gestaag. Het komt vooral doordat het lang duurde voor ik de juiste toon te pakken had. Pas toen ik mijn dochter (op 13 november, ik weet het nog precies) uit een boek voorlas waar een vleugje fantasy in zat, wist ik: zo moet het. Diezelfde avond probeerde ik een stukje uit en eindelijk voelde ik weer dat het goed zat.


Het manuscript dat op dat moment 40.000 woorden telde, heb ik overgeschreven. Letterlijk. Nieuw document open naast het bestaande en schrijven maar. 
Elke zin opnieuw door mijn vingers. De nieuwe toon wekte ook nieuwe woorden tot leven en andere beelden. Het werd een nieuw verhaal.

Toch was het nog niet af. Er zaten nog veel gaten in. Ook had ik de plot nog niet glashelder. Ik schrijf niet van A-Z, maar bouw eerst het skelet en vul dat later op. 

Halverwege moest er nog een scene in met een pianoleraar. Ik had daar nog verder niet over nagedacht, maar op het moment dat ik de eerste regel typte, zag ik die man meteen voor me, in zijn huis, tot in detail, tot aan de brandende kaarsen aan toe. Ik zag zijn warrige haar, zijn bretels. Hij liep zelfs op sloffen, zag ik. Ik bedenk dat niet, ik 'zie' dat. 
Alsof de scene al ergens bestaat. Magisch, hoe dat werkt. 

Maar er was meer. 
Tot mijn verbazing zei de man iets. Iets wat de sleutel bleek te zijn tot de ontknoping van het verhaal. Ik kon verder! 

Dat vind ik nou zo fascinerend aan schrijven. Ze zeggen dat je het zelf bedenkt, zo'n verhaal. Maar zo voelt dat niet. Het voelt alsof ik het verhaal ontdek. 

Gelukkig hoef ik die pianoleraar geen royalties te betalen.

2 opmerkingen:

  1. Ja! Het is de inspiratie-engel die iets in je oor fluistert, denk ik wel eens.

    BeantwoordenVerwijderen