woensdag 28 augustus 2013

De kracht van de zwaarte


Na het verschijnen van Wish you were here, in oktober 2011, besloot ik een tijdje niet te schrijven. Gewoon niet.
Geen knagende ideeën of nachtelijke invallen.
Even rust.

Daar heb je als schrijver niet veel over te zeggen, zo blijkt. Een paar dagen na de boekpresentatie plopte er iets in mijn hoofd toen ik de krant las. Iets met facebook en hoe makkelijk je daarmee in contact kunt komen met mensen, maar ook hoe je je kunt verschuilen achter een foto of een imago.
Ik zag een meisje voor me, slim en eenzaam, dat in contact wil komen met iemand waarvan ze vermoedt dat hij haar wel begrijpt. En ik voelde ook meteen de sfeer van het verhaal. Grimmig.

Om van dit knagende idee af te komen (ik wilde tenslotte rust) besloot ik wat ik in mijn hoofd had op te schrijven, maar daar werd het alleen maar erger van.
Ik kon het niet ontkennen: ik was weer met een boek bezig.
Het verhaal ontvouwde zich onder mijn ogen.

Voor het eerst schreef ik in de derde persoon en dat was een goede zet. Zo stond de hoofdpersoon, Maren, verder van me af. Het werd een ander. Ze deed dingen die ik nooit zou doen en dat vond ik intrigerend.

Toen gebeurde er iets vreemds. Ik vermoedde al een tijdje dat ze iets ergs zou doen, en toen ik op zeker moment besefte wat dat dan was, schrok ik er zelf van. Echt.
En ik wist ook meteen dat ze dat echt zou doen.
Want zo ging het verhaal. 

Gek hoe dat gaat als je schrijft. Ik ben niet zo'n zwever, maar het lijkt af en toe echt alsof ik het verhaal niet verzin, maar alsof het zich door mij laat opschrijven.

Zo waren er meer ingevingen die zo mooi paste in het verhaal dat ik met verbazing toekeek hoe de eindjes zich aan elkaar knoopten. Deze ervaring heb ik tot nu toe bij elk boek gehad

Het verhaal werd proefgelezen, ik veranderde dingen, de redacteur ging er doorheen. Er werd een omslag gemaakt (waar ook nog een mooi verhaal aan vastzit).

Er kwam een trailer.





En bijna twee jaar na het eerste idee is mijn nieuwste boek een feit.

Met gepaste trots stel ik voor: ZWAARTEKRACHT!







En ja. Ik ben ook al weer met een nieuw verhaal bezig :-)

woensdag 21 augustus 2013

Twee schrijftips voor de prijs van een


Een Briljant Idee krijg je soms in een seconde, maar het uitwerken ervan is gewoon meters maken en zitvlees kweken.

Wat voor mij werkt is mezelf een haalbaar en concreet doel stellen. 

Bijvoorbeeld: ik ga om half negen 500 woorden schrijven aan dat en dat verhaal. 

Dat werkt nog beter dan een tijd, want 'een uur schrijven' kan ook betekenen 55 minuten voor je uit staren naar een wit scherm. 

500 woorden is 1 A4'tje, dat is te overzien. 

Negen van de tien keer kom ik in een flow,  waardoor het er meer dan 500 worden. 

Op vakantie besefte ik dat ik al mijn opdrachtgevers zeer serieus neem, behalve een. Mezelf. 
Ik heb een hoofd vol ideeën, een harde schijf vol halve verhalen, maar er komt veel minder uit mijn vingers dan ik zou willen, omdat ik mijn illustratiewerk (= concreet, met deadline en honorarium) voor laat gaan. Terecht ook wel, want dat is een deel van ons brood. 

Toch zat het me al tijden niet lekker en op de camping knaagde het stemmetje harder dan ooit. Waarom ren en vlieg ik voor iedereen en blijft mijn eigen werk liggen?

Ik nam een besluit. Hoe gek het ook klinkt voor mensen die mij kennen met een ochtendhumeur waar je U tegen zegt, mijn beste uren zijn die in de vroege ochtend. De hele dag nog voor me, ik hoef niet op de klok te letten, en gedachten aan wat eten we vanavond komen nog niet in me op. 

Na de vakantie zou ik elke dag beginnen met 500 woorden schrijven aan een van mijn verhalen. 

Het is nu de derde dag, en ik heb inmiddels dik 2500 woorden geschreven aan verschillende verhalen. Ik merk dat het rust geeft om al geschreven te hebben voordat ik aan mijn betaalde werk toekom, in tegenstelling tot wat ik eerst dacht. Dat knagende stemmetje is de hele dag tevreden. 

Ik combineer dit met schrijftip twee: ik blokkeer een uur lang alle social media sites met het programmaatje Selfcontrol.  

dinsdag 20 augustus 2013

Hoera, mijn boek is gejat!

Vroeger nam ik liedjes op van de radio op met een cassettebandje. Met de top 40 in mijn hand lette ik goed op tot de DJ uitgeleuterd was en drukte REC en PLAY tegelijk in. Aan het eind weer goed opletten. Het lukte nooit precies en de nummers begonnen met een laatste woord van de DJ of eindigden zeer abrupt. 




Mijn eerste LP kocht ik toen ik een jaar of 14 was: The Joshua Tree. Compleet in mijn nopjes was ik.

Een paar jaar geleden (ik denk 2009) kreeg ik een berichtje van iemand die mijn boek Reünie in Rome gelezen had. Op de ereader.
Ik was verbaasd, want bij mijn weten was dat boek nog niet als e-book verschenen. Toen ik ging zoeken, bleek het inderdaad te circuleren.
De uitgever wist ook van niks.
Ik ontdekte dat er scanners bestaan die in hoog tempo papieren boeken kunnen digitaliseren.

Inmiddels zijn er van bijna al mijn boeken illegale kopieën te vinden.
Op facebook stuurde iemand me een screenshot van de inhoud van een CD: 3000 boeken waarvan eentje van jou, Iris!
Ik heb 'm niet geliket.

Iemand zei: Er zijn vast schrijvers die er een lief ding voor over hebben om desnoods illegaal gedownload te worden. Kostbaar complimentje?

Nou, nee. Dat zou het in -dubieuze zin- wel zijn als iemand heel veel moeite zou hebben gedaan om speciaal mijn boek te pakken te krijgen. Maar dat is niet zo. Het is graaien wat je graaien kan.

Ook gehoord: Het is goed voor je naamsbekendheid.
Zal ik dat ook tegen de bakker zeggen, dat ie z'n brood moet laten jatten zodat hij meer klanten krijgt?

Nieuws, muziek, films, software en boeken. Er is een haast niet te bestrijden mentaliteit ontstaan dat dat allemaal gratis moet als het op internet staat.

Ik had met iemand een discussie op twitter, die zei dat alle informatie gratis moet zijn. Ook fictie. Een auteur moest maar op een andere manier zijn geld verdienen, met crowdfunding of sponsoring of zo. Elk mens heeft recht op gratis informatie. 

Dat de faciliteerders wel gewoon betaald krijgen (de internetprovider, de stroomleverancier, de computerleverancier, de ontwerper, producent, marketingfiguur, verkoper en de bezorger van de ereader) vond hij geen argument. Informatie moet gratis zijn.
Hij verwees hierbij naar de piratenpartij. 

In zekere zin vind ik daar wel wat inzitten, het moet niet zo zijn dat informatie of kennis alleen voor rijke mensen toegankelijk is. Maar wat met de mensen die die informatie verzamelen en opschrijven? Daar keihard voor aan het werk zijn?
Maar ik kreeg hem niet aan zijn verstand gepeuterd dat mijn boek net zo goed ambachtelijk werk is als een brood maken of een nieuwe uitlaat monteren.

Het kan digitaal, dus het moet gratis. 

Ik ben niet onschuldig. Als ik nu een nummer van The Joshua Tree wil horen, of van een muzikant waar ik zelf niets van bezit, zoek ik het op op youtube. Downloaden hoeft niet voor mij, als ik het online kan beluisteren. Maar betalen doe ik dus ook niet. Ik lees alleen de gratis nieuwssites. Films downloaden snap ik niet.

Ik snap ook wel dat er door internet een enorme verandering gaande is. We zullen anders om moeten gaan met vraag en aanbod, met de eenvoud waarmee films en boeken te downloaden zijn, met de mentaliteit dat het geen jatten is, 'want ik had het boek nooit gekocht, dus mist de maker geen inkomsten.' Of: 'ik leen ook boeken van vrienden, gratis, dat is toch hetzelfde?' Misschien zit er zelfs wat in, maar intussen slinkt het inkomen van een schrijver met rasse schreden. Wat te doen?

Er zijn zat initiatieven: misschien kan een Spotify voor boeken iets worden, of ebooks lenen die zich na 3 weken onleesbaar maken?  Of reclame op elke tiende pagina van een ebook zetten?

Ik heb geen pasklare oplossing. Ik weet het ook niet goed.  Maar ik volg alle ontwikkelingen met grote belangstelling. 

Kansen zijn er natuurlijk ook. Iedereen kan zijn eigen ebook maken en uitgeven. Daar schreef ik eerder al dit blog over.

vrijdag 9 augustus 2013

Foon hoom

Van sommige dingen die ik me voornam toen ik moeder werd, is niet of niet veel terechtgekomen. Zo staat de tv vaker aan dan me lief is en ben ik minder consequent dan ik zou willen zijn, minder geduldig, en ruim ik vaker achter haar kont op dan ik van plan was. 

Een van de dingen die wel gelukt is is voorlezen. Dat doe ik nog steeds, al is ze zelf inmiddels ook een boekenwurm, maar voor het slapen samen in bed een boek lezen, dat hou ik zou lang mogelijk vol. 

Niet eens stiekem druk ik daarbij mijn voorkeur door. De boeken die op mij als kind grote indruk maakten kwamen voorbij: Sjakie en de chocoladefabriek, Matilda, het grote boek van Madelief, Saskia en Jeroen, Pudding Tarzan. Al was het maar zodat ik ze zelf ook nog eens kan lezen :-)

Madelief vindt ze trouwens helemaal niet zo geweldig als ik toen en ook Saskia en Jeroen niet. En zo hoort het ook, want het is een andere tijd en een ander kind. 

En ik moet zeggen dat van sommige boeken de herinnering beter is dan het boek. Zo vond ik Matilda eigenlijk ook helemaal niet zo sterk meer. 

De liefde voor boeken hoef ik haar nauwelijks bij te brengen, die heeft ze genetisch van twee kanten geërfd. Maar iets wil ik haar wel doorgeven, iets van dingen die indruk op mij gemaakt hebben. 

Zo kocht ik toen ze nog maar 4 jaar was de hele serie Pippi Langkous en die heeft ze verslonden! Net als een boek van Richard Scarry. 

Een paar dagen geleden keken we ET.  Die moet ik zelf bij iemand op een videoband gezien hebben, want we gingen vroeger zelden naar de bioscoop. En die film maakte op haar minstens zoveel indruk als toen op mij. Aan het eind van de film zaten we allebei met zakdoekjes tussen de popcornkruimels.

Welke boeken of films wil jij je kind meegeven?


dinsdag 6 augustus 2013

Boos!

Mensen die mij kennen, zullen waarschijnlijk zeggen dat ik niet snel boos ben, of dat in elk geval niet snel laat merken. 

Vandaag was ik dat wel. 

Met Anne aan mijn hand liep ik door de Zwolse Diezerstraat. Er liepen straatwervers van Kika rond. Eentje sprak me aan. 
Mag ik u wat vragen? vroeg hij.
Nee, bedankt, ik loop door, zei ik. 
En toen zei hij: Maar u hebt zelf ook een kind!

Op de een of andere manier schoot me dat zo verschrikkelijk in mijn verkeerde keelgat. Wat weet die jongen van mij? Straatwervers doen dit werk niet (alleen) vanuit hun goede hart: het is gewoon een studentenbaantje. Misschien was ik wel allang donateur. Maar het ergste vond ik, dat hij mijn kind betrok in zijn poging mij over te halen donateur te worden. Woest werd ik, de vlammen sloegen me uit. Maar ik hield het nog beleefd. Ik zei: dat vind ik een ontzettend flauwe opmerking! Als ik wat wil geven, doe ik dat wel via de site, maar niet via jou!

Nog op de roltrap bij de V&D klopte mijn hart sneller. Ik was verbaasd over mijn eigen felle reactie en kan die nog steeds niet goed verklaren.

Ik had natuurlijk best wat kunnen geven (al moet je tegenwoordig meestal vaste donateur worden), maar ten eerste was het warm en druk en hadden we niet veel tijd. Ten tweede heb ik pas gelezen, dat je gemiddeld anderhalf jaar moet doneren, om de kosten van de straatwerver te betalen (zijn loon dus!). En ten derde heb ik er een hekel aan om op straat onverwacht met dit soort dingen overvallen te worden. Liever maak ik gewoon zelf iets over. 

Wat ik dan nu ook ga doen. 


maandag 5 augustus 2013

Een droom in tachtig stukken

Zal ik het doen? vroeg hij. Het was april 2012.
Doe het, zei ik. 

Jaren geleden vroeg ik hem: Wat wil je ooit nog in je leven doen? 
Zelf een boot bouwen, zei hij. 

Ergens in Nederland in een loods stond al ruim dertig jaar een bouwpakket van een Waarschip WB (Bruynzeel) uit 1981, onaangeroerd. De eigenaar kreeg opruimwoede, slingerde het op Marktplaats en Huib kwam ermee thuis. Het viel mee. Een pakket grofweg op maat gezaagde planken, een pak zeilen, een tas vol onderdelen en touwen. (Vasten, moet ik zeggen). Een stuk of 80 onderdelen.
Kon dat een boot worden?


Alsof het een roman was las Huib 's avonds de centimetersdikke handleiding. Op de eerste pagina stond: controleer voor u begint, of de deur in de bouwplaats groot genoeg is om het schip, als het af is, door te laten. 

Eerst moest er een afdak komen voor de fietsen, zodat er genoeg ruimte in de garage kwam. 

Daarna begon het zagen, lijmen, naaien,  passen, meten, schuren, lakken. Met de precisie van een chirurg. Dat duurde een jaar. 
Een boot bouwen is een goede conversation starter: we spraken alle buren en voorbijgangers als de garagedeur openstond. 

Ik leerde allemaal nieuwe woorden. Fok, schoot, gijpen, loefgierig, roeidol, val, landvast, genua. Eindeloos brainstormden we over de kleur die het moest worden.

Afgelopen zaterdag reden we naar het Veluwemeer en lieten de boot te water. Omdat ik niet kan zeilen, ging Huibs zus mee. Ik maakte foto's van dit bijzondere moment, een droom die van 80 stukken een geheel was geworden. 

woensdag 31 juli 2013

Onze vakantie: een antropologische studie

Wij zijn niet zo goed in vakantie regelen. Meestal weten we een paar dagen van te voren nog niet wat we gaan doen. Dit jaar boekten we maar liefst 6 weken van te voren een camping op aanraden van  een collega van de Man. 

De camping was op z'n zachtst gezegd niet helemaal ons ding. Te druk, te vol, iedereen stond hutje mutje en 's avonds na de bingo bonkte de dreunende bas van de disco over het park: de hartslag van de camping. We vergaten helemaal dat we in Duitsland zaten: alles en iedereen was Nederlands. Hadden we daar - voor ons doen   - zo'n eind voor gereden?

Maar ons kind maakte massa's vriendinnen en mocht alleen naar het zwembad, dus wij kwamen helemaal aan onze rust toe. Ze won een CD van Johnny Valentino, die live optrad. Elke keer als we boodschappen haalden bij de Lidl of ergens anders naar toe reden moesten we die natuurlijk draaien. We kunnen er dus niets aan doen dat we een paar van zijn liedjes, waaronder de megahit  "laat je lekker gaan" woordelijk mee kunnen zingen.


Onze stacaravan stond pal naast een pad richting het toiletgebouw, wij rekenden uit dat we zo'n 1000 gasten per dag voorbij zagen komen, die stuk voor stuk konden zien wat wij aten en lazen. Een beetje zoals een exotische diersoort in de dierentuin zich moet voelen.

Toen we eenmaal besloten hadden om ons verblijf te zien als een antropologische studie, werd het allemaal een stuk vermakelijker. 

Het was veel te warm om ook maar iets anders te doen dan met de voeten in een emmer koud water boeken te lezen. En dat deed ik dus ook. Ik las niet alleen boeken, maar ook een enorme stapel tijdschriften die we mochten lenen van de camping-leen-bieb.

Aan mijn eigen definitie van vakantie kwam ik dus meer dan ooit toe: lezen en lekker eten terwijl man en kind zich ook vermaken.





De eerste paar dagen gierde het nog wat rond in mijn hoofd, de inspiratie liet me niet los: ik schreef nog wat, ik bedacht nog wat. Maar naarmate de vakantie vorderde en de temperatuur toenam, kwam er ook in mijn  hoofd rust en las ik alleen nog maar de relatieproblemen uit de Flair en de interviews in de Linda. Bij het inpakken op de laatste dag vond ik onderin mijn tas een mapje: mijn nieuwe verhaal dat ik voor vertrek uitgeprint had, met het idee dat ik daar zeker nog aan zou werken. 

Geen letter. 

Goed he?



vrijdag 19 juli 2013

Wat lome dagen doen

Vakantie is voor mij: een enorme stapel boeken lezen en lekker eten. 

Meer niet. En als de man en het kind zich ook vermaken, heb ik niets meer te wensen. Ik hoef geen hoge bergen te beklimmen of op hete campings te hangen.

Helemaal verdwijnen in een boek is wel lastig als je zelf schrijft. Het is als de kok die ergens eet en zich voortdurend afvraagt wat er in het gerecht zit en hoe dat klaargemaakt is, en wat hij er zelf van vindt. 

Erg? Aan de ene kant wel, want ik word steeds kritischer. Aan de andere kant stijgt mijn waardering voor goed geschreven boeken kwadratisch. Omdat ik weet hoe moeilijk het is. 

Zo las ik onlangs Perfecte Stilte van Thomas Verbogt. Mooi en licht geschreven, maar ik kreeg een klap na, toen ik me realiseerde wat ik nou eigenlijk gelezen had. En ik las 'twee meisjes' van Siska Goeminne. Ontroerend mooi, klein verhaal. De kracht van de eenvoud.

Ik schreef het al eerder, maar nergens krijg ik meer inspiratie van dan van lezen. Dat is fijn, maar wakkert soms ook zo de schrijflust op, dat ik er onrustig van word. En dat terwijl ik me voorgenomen heb even niks te schrijven. 

En dan staat mijn ipad ook nog vol met boeken uit de vakantiebieb-app (aanrader!)
Maar juist in deze lome dagen krijgen (eerlijk gezegd denk ik: nemen) ideeën de ruimte. Het kan iets zijn wat dochterlief zegt, (ze wilde bijvoorbeeld ongebruikte woorden op Marktplaats zetten)  of iets wat ik hoor of zie (er lopen twee mannen over straat met een deur. Stel dat je daar doorheen kunt en in een andere wereld terechtkomt) of zomaar een gedachte die de kop opsteekt (een workshop vrienden kleien) en er zit alweer een nieuw boek in mijn hoofd. 

Ik heb me er bij neergelegd en ga de zomer tegemoet met een stapel boeken en mijn notitieboek. En mijn blote voeten op tafel.


zondag 14 juli 2013

Stoer Wijf


Zo af en toe kijkt De Man wel eens zo'n overlevingsprogramma, waarin een andere Stoere Man laat zien hoe hij in de jungle overleeft door levende kikkers te eten en hangend aan een touw te slapen ((tegen leeuwen en slangen). Of een die vrijwillig zes weken op een onbewoond eiland leeft met alleen een nagelknipper. (En een camera die het al die tijd doet). Met uitpuilende hongerogen laat hij zien hoe je vuur maakt met twee stokjes en hoe je dauw absorbeert met je overhemd zodat je dat overdag kunt drinken.

Kicken!

Het zal wel een oerdingetje zijn, want Man vindt dat leuk om te kijken, maar ik kan alleen maar heel praktisch denken: waarom eet die man halfrauwe spinnenkoppen als je ook noten of bessen kunt eten? En als hij in zo'n muffe olifantenkeutel bijt, of een slakkenhuisje leegpeutert, dan zit die cameraman vast aan een Big Mac. 
Want ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat er vaak een tweede persoon bij is die alles opneemt. Hoe kun je jezelf anders opnemen als je met ware doodsverachting aan je schoenveter een kolkende rivier vol krokodillen overzwiert? En hoe komt die camera anders aan de overkant?


Maar de voornaamste vraag waarmee ik Manliefs kijkplezier vergal, maar die ik toch niet voor me kan houden is: Waarom dóet zo'n man dat? Hij hoeft dat toch niet te doen? Wat wil hij bewijzen? Als hij het zat is, kan hij bellen en wordt hij gehaald en krijgt hij vitaminepillen en kusjes. Niks oerinstinct. Niks afzien.

Watje. 

Vanmiddag schoot opeens door mijn hoofd: ik doe precies hetzelfde. Ik schrijf steeds een boek, ik kan het niet laten. Maar waarom doe ik dat toch? Ik hóef dat toch niet te doen? Wat wil ik bewijzen? Er zijn al zo allemachtig veel boeken, wat voegt mijn gedoe nog toe? Een dik jaar werk, veel gezucht en gesteun, niet eens uitgenodigd bij De Wereld Draait Door, niet in de Playboy en minder verdiensten dan wanneer ik al die tijd vakken had gevuld. 
En toch wil ik het. Omdat ... ik het wil. Net als die Stoere Man. 

En ik kan nog niet eens iemand bellen om me hiervandaan te halen. 


zaterdag 6 juli 2013

Pen of toetsenbord?


Een notitieboek is onmisbaar voor iemand die schrijft.

Ik heb er tientallen, want wegdoen kan ik ze niet en ik heb ook onbeschreven, omdat ze mooi zijn, of voor je weet maar nooit. Ik zie mezelf dan schrijven in café's of langs de IJssel of in de trein. En dat doe ik ook, maar het zijn altijd aantekeningen, schetsen, invalletjes, ideeën.

Pas als ik achter het beeldscherm zit en mijn vingers op het toetsenbord zet, voelt het als echt schrijven. Het onpersoonlijke van de Arial of de Times heb ik nodig om de woorden te zien zoals ze zijn: als woorden.

Als ik ze zelf schrijf, zijn ze nog teveel van mij, en kan ik het geschrevene niet lezen alsof het al zelfstandig is.

Ik vind dat soms best jammer, ik zou eindeloos willen schrijven langs de IJssel of in een café, maar schrijven in een notitieboek voelt nog teveel als schetsen, als vrijblijvend. Ik maak de zinnen niet af, want 'dat doe ik thuis wel' en schrijf veel vager en slordiger omdat ik weet dat ik het toch nog over moet typen. Daardoor kost het me meer moeite om in het verhaal te komen.

Gek vind ik dat. Waarom zou ik niet meteen voor het echie schrijven? Er zijn schrijvers die hun hele boek op papier schrijven en het zelf of door iemand anders laten overtypen.
En het is ook handig, want je kunt overal schrijven en het kost geen stroom of ruimte.

Ik vind het een vreemde gedachtenkronkel van mezelf die ik niet kan verklaren.



Mijn huidige notitieboek vol losse papiertjes en met verschillende afdelingen voor verschillende projecten, gescheiden door paperclips.

Schrijf jij liever op papier of op je computer? En waarom?


vrijdag 5 juli 2013

Gooi open dat hoofd!


Je kunt niet in je hoofd tekenen. Niet écht.
Denken kan, je verbeelden, alles voor je zien.
Maar niet tekenen. Dat kan alleen met een potlood of een pen op papier.

Je kunt niet in je hoofd schrijven. Niet écht.
Denken kan, je verbeelden, alles voor je zien.
Mooi, mooier nog dan het ooit zal worden, misschien.
Maar schrijven is het niet.

Daar heb je echte woorden voor nodig, zwart op wit, op scherm of op papier.





Dus pak die pen, grijp dat toetsenbord. En begin. 

zaterdag 29 juni 2013

Ik wil een stempel!


Als je vroeger schrijver wilde worden, schreef je een verhaal en stuurde je dat op naar een uitgever, die het beoordeelde, in 99 van de 100 gevallen afwees of er een boek van maakte.

Dat is nog steeds zo. Maar tegenwoordig kan iedereen ook zijn boek laten printen bij een zogenaamde Printing On Demand uitgeverij zoals er veel zijn.

Voordeel: 999 van de 1000 aangeboden manuscripten wordt uitgegeven. Of meer. In feite is een POD uitgeverij een kopieerwinkel.

Nadeel: er wordt nauwelijks aan redactie of promotie gedaan. Je moet alles zelf doen.

Gevolg: zeer veel POD uitgaves zijn erg slecht geschreven en worden nog slechter verkocht. Dat geldt ook voor boeken die in eigen beheer zijn uitgegeven.

Veel. Maar zeker niet alle. Er zit koren tussen het kaf. Maar waar? Hoe kom je daarachter als lezer? Al die duizenden POD-uitgaves doornemen is onbegonnen werk.

Na de ophef her en der over Brave New Books dacht ik weer aan wat ik al eerder dacht:

Er zou een soort club moeten zijn, een instantie, een jury, een commissie, een delegatie die in het bezit is van een stempel waar Kwaliteit op staat. Zij delen dat stempel uit als een boek aan bepaalde kwaliteitseisen voldoet. Zoals er nu Querido of Lemniscaat of Van Goor op staat: je bent verzekerd van een bepaald minimum niveau. Iedereen kan zijn boek (POD, eigen beheer, epub) insturen (tegen betaling, dat is je investering) en hopen op Het Stempel.

Arbitrair? Wellicht. Maar dat is het nu ook. Veel kwaliteit wordt niet uitgegeven, en er komt ook veel rotzooi uit. Veel goede boeken krijgen geen aandacht, sommige slechte juist veel.

Er komen natuurlijk verschillende Stempels: Literatuur, Chicklit, Thrillers, etc. Die boeken krijgen vanzelf meer aandacht, boekwinkels durven ze in te kopen, mensen weten waar ze op moeten letten.

Ik stel me zo voor dat die Jury uiteindelijk de schifting die vroeger een reguliere uitgeverij deed, overneemt. 

vrijdag 28 juni 2013

Diepe gedachten over zout

Zo af en toe heb ik wel eens gedachten over het ontstaan van het heelal, leven en dood en aanverwante zaken. Meestal raak ik er volledig mee in de knoop als ik aan de grenzen kom van wat ik onder woorden wil brengen (maar nog wel begrijp/denk te begrijpen).

Ooit las ik de theorie dat het heelal ontstaan is door een trilling. Toen ik dit filmpje zag, moest ik daar aan denken.



Door trilling ontstaat iets. En niet zomaar iets willekeurigs, maar symmetrische patronen die bij verandering van het geluid weer veranderen in symmetrische patronen. De zoutkorreltjes 'weten' wat ze moeten doen.

Ik vind dit oneindig fascinerend. Geluid verandert materie. Op een niet-willekeurige manier.

Als geluid dingen kan veranderen, wat doet muziek dan? Wat doen woorden? Wat doen....gedachten? En wat doet licht? Wat doet een groengeverfde muur? Radio Oost als ik aan het werk ben? 


(Er zijn hierover op YouTube oneindig veel meer filmpjes te vinden.)