Rooie
Bertram van Uffelen staat met zijn schort om de afwas te doen. Het is aan het eind van de middag, de zon maakt lange schaduwen in de kamer. De radio staat aan.
Hij laat de koekenpan het afwaswater inglijden. Van de Franse visschotel gisteravond. Jacquelien had gezegd dat ze het nog nooit zo heerlijk gegeten had. Dan gaat de telefoon.
"Met Bertram. Het is een tijd stil.
"Ja. zegt hij. Hij houdt de afwaskwast nog in zijn hand, het drupt op de vloer.
"Ja, zegt hij nog eens.
"Ik begrijp het. Wanneer zegt u? Dat is goed. Bedankt. Hij legt de hoorn weer op de haak. Hij loopt terug naar het aanrecht en schrobt verder in de pan. Pas na een paar minuten houdt hij daar even mee op. Hij knijpt zijn mond samen en kijkt uit het raam.
De sleutel wordt in het slot gestoken.
"Joehoe, ik ben er weer! Ze heeft rode wangen van de kou. "Je hebt al afgewassen, wat ben je toch een lieverd. Ze kussen elkaar kort.
"En wat eten we vandaag? Ze trekt een deksel van de pan en prikt met een vork een stukje vlees eruit. "Heerlijk!"
"Zou je je jas niet eens uit doen? Bertram draait een kurkentrekker in een fles rode wijn.
Jacqelien ploft op de bank en trekt de krant onder zich vandaan.
Bert zegt: "Ik kreeg net een telefoontje."
De deurbel gaat.
"Ik ga wel, zegt Jacquelien. Ze springt op.
Bertram hoort ingetogen gepraat aan de voordeur. Jacqs stem klinkt hoog. Met de fles wijn in zijn hand loopt hij naar de voordeur. Er staat een onbekende man op de stoep.
"Bert! zegt Jacquelien schor. "Deze meneer heeft de Rooie gevonden. Hij is aangereden. We moeten hem halen. Ze dendert de trap op.
"Ik kon er niets aan doen, zegt de man. "Het spijt me vreselijk."
"Waar is die schoendoos van jouw schoenen van vorige week? roept Jacq van boven.
"Bij het oud papier! roept Bert. Hij heeft ze aan, die nieuwe schoenen.
De man friemelt aan zijn sleutelbos. Er zit een bonuskaart aan. "Hij stak ineens over. Zo plotseling als katten dat kunnen. En toen was het Boem. Uw buren wisten dat het om uw kat Rooie ging."
"Waar ligt ie? zegt Jacquelien. Ze heeft de schoenendoos gevonden. Ze legt er een opgevouwen sjaal in.
"In de straat hierachter, zegt de man. "Misschien moet u ook een schop meenemen. Of iets waarmee u kunt schrapen."
Met zijn drieën lopen ze een straat verder. De auto van de man staat slordig in de berm geparkeerd. Bert ziet de rode vacht in het gras.
"Nee! Jacquelien valt op haar knieën. "Rooie!"
De kat is dood. Er ligt bloed op de stenen. Het begint al op te drogen.
"Rooie, zegt Jacq. Ze durft het beest niet op te pakken. Met een vinger aait ze over zijn kop. Bert hurkt naast haar. Rooie voelt warm en slap. Als een bonttasje gevuld met watten.
Ondertussen zijn de buren van nummer achtentwintig er ook bij komen staan.
"Het is wat! Al de zesde dit jaar! zegt hij.
"Ze zouden hier ook niet zo hard moeten mogen rijden. zegt zij. "Die van schuin hier tegen over hebben net een jong nest. Hij verdrinkt ze anders toch, dus daar mogen jullie vast een nieuwe uitzoeken."
Bert en Jacq leggen samen de Rooie in de schoenendoos. Zijn kop rolt gek naar achteren. Er blijft een bloederig stuk achter op straat. Bert schuift het met zijn voet de put in.
"Kan ik iets doen? zegt de onbekende man.
"Nee, ik geloof het niet. Bedankt dat u niet zo maar doorgereden bent, zegt Bert.
"Sterkte, zegt de man. Hij stapt in en rijdt weg.
"Wat moeten we nou met hem? vraagt Jacq. Ze lopen terug naar huis met de Rooie in de doos. ‘Dr. Martins AirWair with bouncing soles staat op het deksel.
"We begraven hem. In de tuin, zegt Bert. "Straks. Binnen ruikt het sterk naar prei. Bert zet de doos in de serre. Hij zet de pan op het kleinste pitje.
Dan schenkt hij twee glazen wijn in. Jacq neemt een slok. Ze bijt op de rand van het glas.
"Was dat niet die sjaal die je in Frankrijk hebt gekocht waar hij nou op ligt? vraagt Bert.
Jacq haalt haar schouders op. Ze zeggen een tijd niks.
"Dokter Peeters heeft gebeld vanmiddag, zegt Bert. "Met de uitslag van het zaadonderzoek."
Jacq trekt haar wenkbrauwen op en kijkt hem aan.
"Het was nog veel slechter dan de vorige keer. Hij zegt, de kans dat jullie zelf een kindje kunnen maken is vrijwel nihil."
Jacquelien tikt met haar nagel tegen het glas. In de schoenendoos op tafel verschijnt een donkerrode vlek.
© Iris Boter