Het meisje met de gele jas
Op straat kwam hij het meisje met de gele jas tegen. Ze glimlachte naar niemand in het bijzonder.
Bij de nootjeswinkel, waar hij twee ons pistachenoten kocht, dacht hij dat hij haar weer zag, maar dat was niet zo.
Met de nootjes in zijn borstzak liep hij naar de fietsenstalling.
En daar was hij ook gekomen als zijn oog niet was gevallen op het aanbiedingsrek van de platenzaak. Hij kon het niet laten. Even tik tik tik de plaatjes langsklappen. Hij had er al twee in zijn hand. En binnen was er nog meer. Het meisje achter de balie lachte vriendelijk naar hem. Ze droeg een strak citroengeel t-shirt, gemaakt van dezelfde stof waar zijn zwembroek ook van gemaakt was. Er stonden twee jongens te luisteren met een koptelefoon op hun hoofd. Die ene had zijn ogen gesloten en ging helemaal heen en weer.
Hij kocht twee cd's. Toevallig zag hij dat de stilstaande jongen dezelfde aan het luisteren was. Jonge smaak had ie toch, dat bleek maar weer.
Hij maakte een grapje tegen het meisje. Mooi gebit had ze, als ze zo lachte. Ze had de bekende blik in haar ogen. Soms was het zo makkelijk.
Toen hij het wisselgeld terugkreeg en zij even per ongeluk zijn hand aanraakte zag hij het meisje met de gele jas weer buiten lopen.
'Prettig weekeind, meneer!' zei het baliemeisje.
'Dag jongedame, tot de volgende keer,' en hij wierp haar een grimas toe die het midden hield tussen een knipoog en een een vriendschappelijk toeknijpen van twee ogen.
Op straat scande hij snel de mensen aan het eind van de winkelstraat. Daar ter hoogte van de fietsenmaker liep ze richting de Bank. Hij stak de ceedees in zijn jaszak, dat paste zowaar.
Hij zorgde dat hij snel achter haar kwam lopen en toen dat zover was hield hij zijn pas in en deed het lijken alsof hij haar zomaar per ongeluk inhaalde. Ze keek opzij toen hij nog per ongelukkiger haar arm aanstootte.
'Sorry,' zei hij. Zij keken elkaar aan en de muziek uit de kledingsjop op de hoek van de straat ondersteunde dit magische moment. Ze had mooie, stralende oogjes en inderdaad, nadat ze een tijdje zo hadden gestaan, verscheen ook in haar blik der wellust. Ook zij, Bertus?
'Zal ik je een sprookje vertellen?' vroeg hij.
Ze keek hem aan, eerst met een glimlach, toen verbaasd en vervolgens trok ze een vermoeid gezicht. Maar ze zei niks. Hij haalde diep adem alsof hij wilde beginnen aan het verhaal, schoot toen in de lach alsof hij zelf opeens het absurde van de situatie inzag. Zij lachte ook. Hij zag dat ze een licht geamuseerde blik in haar ogen kreeg. Of was het spottend? Anyway, hij had haar aandacht.
'Ergens is een stad waar zich maar liefst veertien kroegen bevinden en twee bloemenwinkels die 's nachts open zijn. Dat is dus voor als je te laat uit de kroeg komt, die bloemenwinkels, om het goed te maken. Of als je helemaal niet thuis bent gekomen. En uit een pas geleden gehouden enquete blijkt dat 54% van de mannelijke bevolking wel eens gebruik heeft gemaakt van deze slimme combinatie van marketing, en maar liefst 68% van de vrouwen.'
Ze had de hele tijd naar hem gekeken, naar zijn gezicht. Haar rode lippenstift stak af bij het wit van haar tanden als ze lachte.
'Je meent het, ' zei ze. Maar het klonk een stuk chagrijniger dan ze keek.
Hoe ze keek was de waarheid. Hoe ze zei wat ze zei was fatsoenshalve truttig.
'Wil je me ergens lid van maken of zo?'
'Neen, luister. Wat blijkt? Elke keer als nu een man bloemen meeneemt voor zijn vrouw, zoekt zij er iets achter. Zij denkt dan dat hij iets goed te maken heeft. Het aantal echtscheidingen sinds de opening van die nachtbloemenwinkels is gestegen met 34% en er is een wachtlijst voor de relatietherapeut ontstaan.
'Jeetje.'
'En de drankomzet stijgt geweldig. Het merendeel van de mensen met problemen zuipt zich gemiddeld 2,4 keer per week een stuk in hun kraag in de kroegen. En een deel van die winst wordt weer teruggesluisd naar de bloemenwinkels. Zo houdt het systeem zichzelf in stand.
'En wat wil je hier nu mee zeggen dan?'
Hij glimlachte.
'Vond je het een mooi verhaal?'
Ze haalde haar schouders op.
'Ga je mee ergens wat drinken?' Ze giechelde. Bingo.
© Iris Boter