Drie blikjes bier
De man was nog nooit dronken geweest. Zijn vrouw had het hem altoos verboden.
Maar ze was nu toch dood. Hij kocht bij het tankstation drie blikken Heineken
en een groot blik cola, voor de nadorst en de kater waarover hij zijn vrienden
vaak zo enthousiast had horen klagen.
Nou, vríenden, dacht hij na het eerste blik dat hij voor zichzelf in een glas
geschonken had. Eigenlijk heb ik helemaal geen vrienden. Mooie vrienden dat ik
hier in mijn eentje dronken zit te worden.
Hij schonk het tweede blik in.
Is dit nou dronken worden, dacht hij.
Het derde blik ging het snelst. Hij lustte er nog wel een.
De kroeg durfde hij niet in, stel je voor, ruikend naar bier.
Mien, ik mis je zo, huilde hij opeens.
© Iris Boter