home
Iris Boter - korte verhalen, hersenspinsels en andere meetbare hersenactiviteiten van Iris Boter
Teennagels*
De trui*
Een korte wandeling langs zee
Onderweg
Winegums*
De bezem met eigendunk
Bailey's
De huilende vrouw
De tekencursus
Liefde is een leuk ding
De kapotte lamp
Het voorlampje
De tent
Het meisje met de gele jas
Jonathan
Rooie
Drie blikjes bier
Last Christmas
Het drogen der lakens
De botsing
De gebruikte pleister
De deerniswekkende man

De verhalen met een * zijn of worden gepubliceerd
De tent

De tent is nog van nog dunner materiaal gemaakt dan zijn regenjas. Als een deken die uitgeklopt moet worden, spreiden Chantal en hij de vormeloze lap.
"Hier?  vraagt hij.
Chantal kijkt even naar de doorgewinterde tent van de buren. Het is nog rustig op de camping, voor de tijd van het jaar. Er staan verderop een handjevol stacaravans en een paar trekkerstentjes.
"Iets verder naar links,  knikt ze.
Arme mieren en wormen, denkt Werner. Net een lekker plekje gevonden, worden ze weer geplet.
Binnen tien minuten staat de tent rechtop. Dat is net zo lang als de advertentie beloofde.
Nu is er een binnen en een buiten. Een driehoek van lucht is voor vier dagen van hen. Chantal versleept de zware weekeindtas naar binnen. Ze rolt hun slaapmatjes uit.
"Mooi ruim,  zegt ze opgetogen. Haar benen steken uit de tent. Een voorbijganger met badslippers en een opgerolde handdoek onder zijn arm knikt vriendelijk.

Werner steekt zijn hoofd in de tent.
"Kom erin,  zegt ze. Hij schuifelt op zijn hurken de tent in. Het ruikt er naar de lucht die uit fietsbanden komt.
Hij gaat op de slaapzak liggen. Chantal ordent haar kleding in de tas. Het lijkt wel of het hier stiller is dan buiten.
"Doe je de deur dicht?  vraagt ze.
De déur? denkt hij.
De rits maakt een geluid als een kwaaie mug.
"Raar hoe veilig je je toch voelt met zo’n dun lapje, vind je niet?  zegt Chantal. Ze doet haar ogen dicht. In de verte klinkt de megafoon van de badmeester. Het licht dat door het tentdoek valt maakt alles rood. Tas rood, slaapzak rood, voeten rood, Chantal rood.
Werner stelt zich voor dat er buiten de tent niets meer bestaat, alleen volstrekte leegte. De hele wereld is alleen nog maar hier. Het zou hem ook niets verbazen dat als hij zo de tent weer uitkwam, hij zich midden in het dinosauriërtijdperk bevond . Of in de middeleeuwen.
Na een tijdje rolt hij op zijn zij en kust Chantal op haar oor. Ze opent haar ogen en lacht.
"Ik wist het wel vunzerik,  zegt ze. "Kom hier."

Vlak voor het hoogtepunt klinkt er opeens een doffe klap, gevolgd door een golvende beweging van de tent. Iemand roept: "Pas op!  Er stuitert een bal.
Dan, vlakbij: "Volgens mij is er niemand thuis,  zegt een kinderstem.
Werner denkt: Thuis? thuis? alvorens hij enkele seconden helemaal niets meer denkt, of alles.
Chantal heeft zelfs aan de Kleenex gedacht.

Het duurt even voor Werner de rits van de tent weer opentrekt. Chantal is in slaap gevallen.Ergens verwacht hij een halve cirkel van mensen om de tent, een applaus. Maar er is niemand te zien. In de verte ruikt het naar barbecue.
Hij gaat voor de tent zitten en een rolt een shagje. De zon schijnt.
Zo, het ergste zit erop. Nu nog zorgen dat hij niet per ongeluk zoals thuis een scheet laat of boert. Hij zal zich wel vier dagen in kunnen houden.
Toch?

© Iris Boter