De kapotte lamp
Die lamp moest nodig vervangen worden. Elke dag struikelde hij in de donkere gang over dozen en stapels kleren. Het zou misschien twee minuten kosten om er een nieuwe lamp in te draaien en een halve middag om de gang op te ruimen.
Hij vertikte het. Die rotzooi was niet van hem. En dat die lamp kapot was, was ook niet zijn schuld.
Hij was niet van plan tijd en energie te steken in iets waaraan hij part noch deel droeg.
Iedere avond als hij thuiskwam uit zijn werk klikte hij vergeefs op de schakelaar in de gang en stootte vervolgens zijn knie aan de eerste doos.
En dan werd hij boos. Stond dat spul er nu nog. Hij zette een kopje koffie en ging in zijn stoel voor de televisie zitten. De hele avond bleef hij daar zitten. Soms bakte hij een ei. Of bestelde een pizza. Als de deurbel ging dan moest hij door de gang en daar struikelde hij weer. Dus dat heeft hij maar een keer gedaan, een pizza besteld. Vaak at hij helemaal niets meer. Hij bleef op tot er alleen nog maar reclamefilmpjes te zien waren voor buikspieroefenapparaten. Daarna gaf hij de kat nog wat brokjes en ging naar bed.
'Rotkat, je hoort hier helemaal niet te zijn. Ik ben gek dat ik voor je zorg.' Het klonk niet onaardig. Hij aaide de kat over zijn rug en kriebelde het beest tussen zijn oortjes.
En zo ging het een paar weken door.
Tot hij op een dag thuiskwam, het licht aan wilde doen, wat niet lukte, en vervolgens echt heel hard zijn knie stootte. Hij vloekte ontzettend. De kat vluchtte weg. Hij greep alles wat hij kon pakken in het donker en smeet het door de gang. Dozen hield hij ondersteboven, dingen braken met verrukkelijk geweld. Papieren, hele vellen scheurde hij doormidden. Onbekende voorwerpen gooide hij met kracht tegen de muur.
'Eigen schuld!' Daar ging een rijtje cd's, een plant, boeken. Een lamp. Haar föhn. Haar spijkerbroek.
Uiteindelijk begon hij te huilen. Hij zat in het donker op de gang tussen de puinhopen en jankte, met gierende uithalen. Voorzichtig stak de kat zijn hoofd om de deur. Hij kwam ruiken aan zijn hand en likte aan zijn gezicht.
Onder de douche kalmeerde hij. De hete stralen op zijn rug waren aangenaam. Zijn knie was blauw. De plek had de vorm van een klein landkaartje. Hij zeepte zich helemaal in, waste zorgvuldig zijn haren en ging zelfs met een wattenstaafje in zijn oor.
Toen trok hij allemaal schone kleren aan. Zijn nieuwe hemd, nog maar een keer gedragen. Hij scheerde zich, en deed een luchtje op. Haar luchtje, gekregen met kerst, anderhalve maand geleden.
Hij keek naar zichzelf in de spiegel. Hij glimlachte, keek boos en daarna onverschillig. Hij wipte een wit stukje uit zijn oog. Poetste zijn tanden bijna twintig minuten.
Toen liep hij naar beneden en pakte de telefoon. Het nummer wist hij uit zijn hoofd, maar hij deed net alsof dat niet zo was en zocht het op in het telefoonboek.
Haar stem klonk net als anders, heel gewoon, veel te gewoon.
'Je moet de spullen op komen halen, ' zei hij. 'Het staat in de weg.'
Ze maakten een afspraak.
Hij draaide een nieuwe lamp in de fitting en meteen sprong het licht aan.
Hij schrok van de zooi. Zo snel mogelijk deed hij alle nog ongebroken spullen in dozen die hij van de supermarkt had meegenomen. Hij ruimde alles op. De schade bedroeg een kapotte spiegel, twee gebroken vazen en een aantal gescheurde tekeningen. De spiegel en de vazen gooide hij weg, die zou ze niet missen. De tekeningen rolde hij op, zo goed en kwaad als dat ging en stopte ze onder in een doos. Toen deed hij het licht weer uit en zette een kopje koffie. Hij ging op de salontafel zitten in de woonkamer. Hij zette de tv niet aan. Met zijn vingers trok hij langzaam een patroon in het stof op de beeldbuis.
Ze zag er goed uit. Ze kuste hem en liep meteen door naar binnen.
'Zorg je wel goed voor jezelf?' vroeg ze. Ze keek naar de spullen. Het leek ineens helemaal niet zoveel, zo alles bij elkaar. Niet zoveel om je zo druk om te maken.
'Waar is de spiegel?'
'Er is een ongelukje gebeurd. Het was zo donker in de gang.'
Ze keek hem aan en trok een doos open.
'Ik zie het. Net als toen, dat ongelukje met die lamp?' Ze wees naar de ganglamp.
Hij glimlachte met één mondhoek.
Ze nam een doos onder haar arm en wilde weer naar buiten lopen.
'Wacht,' zei hij. 'Wil je geen koffie? Of wijn, zullen we wijn drinken, het is tenslotte vrijdagmiddag.'
'Dat lijkt me niet verstandig. Help me liever met die spullen.'
Samen droegen ze alle dozen naar de achterklep van de Peugeot van haar vader, waarvan de achterbank neergeklapt was. Zwijgend zetten ze alle spullen in de auto. Het duurde enkele minuten voor alles uit de gang verdwenen was.
Hij vroeg nog eens of ze wat wilde drinken. Een biertje lustte ze wel. Ze gingen binnen zitten aan de tafel. Hij had haar nog nooit bier zien drinken, ze dronk het zo uit de fles.
Zwijgend zaten ze in de kamer. Er reed een auto voorbij, die hard remde op de hoek.
'Het klinkt hier anders,' zei ze.
'Dat komt doordat er zoveel weg is, dan weerkaatst het geluid anders.'
Hij durfde niet zo goed naar haar te kijken. Ze droeg oorbellen die hij nog nooit gezien had. Haar lippen bleven vochtig als ze een slok bier gedronken had.
'Wat doen we met Adelheid?' vroeg hij. Hij beet even op zijn lip. Wat doe jij met Adelheid, had hij moeten zeggen.
Ze keek hem aan. 'Zou jij voor hem willen zorgen tot ik andere woonruimte gevonden heb? Bij mijn ouders is er geen ruimte, bovendien houdt mijn vader er niet van.' Daar had ze al over nagedacht, dat kon je horen.
Hij knikte.
'Ik weet dat het best een zware opgave zal zijn. Met je werk en zo, en ook nog voor een kat zorgen. En het zal misschien best lang kunnen duren, want ik sta onder aan de wachtlijst bij de woningbouwvereniging. '
'Geen probleem,' zei hij.
'Ik zal elke maand wat geld overmaken, voor de kosten.'
'Een soort alimentatie.'
Ze lachten beiden kort. Toen ging ze weer weg. Hij luisterde naar het starten van de Peugeot en hoorde haar de bocht om gaan.
In de gang was goed te zien waar de zware dozen gestaan hadden.
De kat miauwde luid en liep voor zijn voeten. Hij tilde haar op en wiegde haar even als een klein kind.
'Ik zal es even lekker eten voor je maken,' zei hij. Hij liet haar weer lopen. Ze bleef klaaglijk miauwen tot hij wat blikvoer in haar bakje had gedaan. Toen liep hij naar de telefoon en bestelde een pizza.
© Iris Boter