De huilende vrouw
Ik liep in de stad. Het zonnetje scheen, het was lekker weer. Ik wilde net naar huis gaan toen er vanaf de overkant van de straat iemand naar me zwaaide.
Het was een jonge vrouw met een grote gekleurde sjaal om haar nek. Tussen de geparkeerde auto's door kwam ze naar me toe lopen.
‘Hallo, hallo,' hijgde ze.’Ik ben zo blij dat ik u nog even zie.'
Ik keek haar aan.
‘Ik wilde u mijn excuses aanbieden voor mijn gedrag vanochtend,' zei ze. ’Normaalgesproken ben ik altijd erg vriendelijk tegen mijn klanten, heus, maar vanochtend...'
Toen zag ik wie zij was. Zij was het winkelmeisje van de bakker in de Lindestraat, waar ik vanochtend twee mueslibolletjes gekocht had.
‘Ik had nooit zo mogen uitvallen.’
'Ik heb er niets van gemerkt,' zei ik.’Echt niet.'
‘Gisteravond heb ik ruzie gehad met mijn vriend en vanochtend kreeg ik de wind van voren van mijn bazin. Zij kan zo onredelijk zijn.'
‘Ik heb niets aan u gemerkt, u was net zo vriendelijk als anders.'
‘Echt heel fout van me om me zo af te reageren op een klant. Ik had meteen al spijt toen ik u zo zag staan.'
Ze haalde haar neus op. Ik zag dat ze een traan wegveegde.
‘Maar luister, het is niet erg, we zijn allemaal maar mensen. U was echt buitengewoon vriendelijk, ik heb niets aan u gemerkt.'
Ik gaf haar mijn zakdoek die ze dankbaar aannam.
Snotterend zei ze:’U bent een goed mens. En ik heb nog wel zo rohohottig tegen u gedaan.. snif.'
Toen liep ze huilend weg, mijn zakdoek voor haar gezicht.
© Iris Boter