home
Iris Boter - korte verhalen, hersenspinsels en andere meetbare hersenactiviteiten van Iris Boter
Teennagels*
De trui*
Een korte wandeling langs zee
Onderweg
Winegums*
De bezem met eigendunk
Bailey's
De huilende vrouw
De tekencursus
Liefde is een leuk ding
De kapotte lamp
Het voorlampje
De tent
Het meisje met de gele jas
Jonathan
Rooie
Drie blikjes bier
Last Christmas
Het drogen der lakens
De botsing
De gebruikte pleister
De deerniswekkende man

De verhalen met een * zijn of worden gepubliceerd
De gebruikte pleister

Toen ze bij haar geliefde aankwam stond het eten al klaar. Alleen het brood voor de volgende dag ontbrak.
'Zou jij dat nog even willen halen,' vroeg hij, terwijl hij haar tegen zich aandrukte.

Bij de bakker was het nog knap druk. Ze had haar handen in de zakken van haar spijkerjack gestoken. Het duurde lang. Iedereen stond zwijgend te wachten, in twee rijen van drie. Een man liet een dubbeltje vallen.

Terwijl ze stond te wachten voelde ze iets in de zak van haar jas. Ze keek naar wat ze in haar hand hield. Het was een gebruikt pleistertje. Maar niet van haarzelf. Zelf gebruikte ze heel andere pleisters. Hoe komt er nu een door iemand anders gebruikt en aan elkaar geplakt pleistertje in haar jaszak? Ze durfde hem niet weg te gooien met al die mensen hier en stak hem terug in haar zak.

Het meisje met rode wangen achter de balie schoof brood in een plastic zak. De vrouw die voor haar was had twee schuifspeldjes in haar haar.
'Heb je dat gehoord van de vader van Mollie?'  hoorde ze een van de jongens zeggen die net binnen waren komen lopen. 'Hij ging even een raam dichtdoen boven. Na een half uur dacht haar moeder; wat duurt dat lang. Lag tie dood voor het venster.'
De andere jongen kuchte.
'Net twee dagen met pensioen.'
Ze keek even achterom. De spreker was een lange jongen met een jas van knuffelbeertjesstof.
'Die jongen,' dacht ze. 'Waar ken ik die van.'
Toen ze de winkel uitliep met een halfje bruin was hij aan het ginnegappen met de andere jongen en keek niet naar haar.

Ze wist het weer. Hij had ooit in een zomer de hele nacht in haar oor gefluisterd. Ze had hem zelfs haar telefoonnummer gegeven, toen hij vroeg of ze zin had een keertje te komen eten.

Na de maaltijd dronken ze koffie en keken naar het avondnieuws. En na de liefde, 's avonds in bed, na het lievekusje, was bijna alles weer zoals het altijd was. Behalve dat ze niet kon slapen. Want waarom had die jongen in de knuffelbeertjesjas eigenlijk nooit gebeld?

© Iris Boter