maandag 24 maart 2014

Geen tweede

Ons kind is geen type om enig kind te zijn.

Dat doet mij wel eens pijn.

Wij waren zo blij dat er toch een kind kwam dat we de wens voor een tweede nauwelijks in durfden te dienen.

We zouden het wel zien.

Er kwam er niet nog een.

Dus groeit Anne op als enig kind. Een enig kind dat geen type is om enig kind te zijn.

Je maakt haar niet gelukkiger dan met een speelkameraad. Alles wordt honderd keer zo leuk als er een vriend(innet)je bij is. En dat mag altijd natuurlijk. Maar het moet wel geregeld worden. En er is er niet altijd een voorhanden.

En zo'n vriendinnetje gaat ook weer naar huis.
Het is dan wel erg stil in huis. Dan zit ze in een huis met twee saaie, oude volwassenen die niet altijd zin hebben in een spelletje.

Ik had het anders voor ogen, toen we besloten een gezin te stichten. Een huis vol herrie, lol, rommel, gedoe, leven.




Nu zijn alle Eerste Keren tegelijkertijd Laatste Keren. Het gaat allemaal ongelooflijk snel voorbij.

Natuurlijk weet ik dat een broertje of zusje helemaal geen garantie is dat je leuk samen kunt spelen. Maar leg dat maar eens uit aan een verdrietig kind dat huilend thuis komt na een middag spelen bij een groot gezin.

Dat doe ik dus ook niet. Ze mag verdrietig zijn. Gelukkig duurt dat nooit lang. Ik ken geen vrolijker en opgewekter kind dan dat van ons.

Maar toch had ik haar graag een broer of zus gegund. 

Mijn grootste wens is in vervulling gegaan: ik ben moeder. Of het nu van een of meer kinderen is, heb ik nooit zo belangrijk gevonden. Maar voor haar is het anders. 

Als ze volwassen is, is er niemand om die hele specifieke herinneringen op te halen, zoals ik met mijn broer kan. En mocht er zorg voor ons nodig zijn, dan staat zij er uiteindelijk alleen voor. Hoewel er ook hier geen garanties zijn. Hoeveel mensen zijn er niet voor wie hun broer of zus een vreemde is?

Er is niets aan te doen. Zo gaat het gewoon.

Soms denk ik wel eens, hadden we niet wat meer ons best moeten doen? Niet toch de medische molen in voor een tweede?
Nee, dat hadden we niet. Een tweede had er mogen komen omdat die ongelooflijk welkom was geweest, maar niet alleen als speelkameraad voor de eerste.

Het is gegaan zoals het gegaan is en ik ben enorm trots op onze sociale, lieve, fijne meid. Zij redt zich wel.  

vrijdag 14 maart 2014

Ik hoor stemmen…

Mijn blog "Verboden blij te zijn" maakte wat los. Niet alleen bij anderen, maar ook bij mij.
Gek genoeg voelde ik me bevrijd.
Zo open en bloot had ik nog nooit verteld wat deze stem met me deed, (zelfs mijn eigen echtgenoot was verbaasd) en zoals vaker met schrijven: zodra iets woorden krijgt, wordt het concreet en kun je het makkelijker loslaten.

Vooral de reacties van mijn lieve tante Geesje (aunt Grace) uit Canada deden me goed. Het voelde alsof ze de kleine Iris van toen verdedigde tegen de zware woorden die tegen mij gezegd zijn.

Ook realiseerde ik me dat het in mijn aard zit om mijn best te doen, en dat die woorden daarom zo'n impact hadden. Dus dat oorzaak en gevolg in dit geval wellicht omgedraaid kunnen worden.

Al met al food for thought.

Innerlijke criticus

Ik kreeg ook reacties van andere mensen die kritische stemmen horen. De innerlijke criticus is een veelverguisde figuur die veel mensen het leven zuur maakt. Vooral bij creatieve mensen.

Zoals ik veel vaker merk vallen dingen vaak samen.
Ik doe de cursus "Lust in je leven door schrijven" van Geertje Couwenbergh. Die gaat over hoe je vanuit je hele wezen kunt schrijven, niet alleen met je brein. De derde les waar ik zojuist aan begonnen ben heeft als titel: de innerlijke criticus.

Ik las in het boek "Je hebt iets moois over je" van Esther Gerritsen de column "Werklust." Volstrekt herkenbaar, inclusief het ongemak over onafffe en imperfecte documenten. Ik schreef aan de cursusleidster: "...stel dat ik nu dood neerval, dan is dit het laatste wat ik geschreven heb en het eerste wat ze vinden! Daarom zet ik er een wachtwoord op (noem me een neuroot… misschien ben ik het wel). Als ik dan inderdaad dood neerval kan ik vast nog wel even snel het document sluiten."

Deze column staat ook online dus ik kan 'm gelukkig linken:




Schrijf de kritiek op
De beste tip die ik kreeg over de innerlijke criticus is om hem met milde aandacht aan te horen. Schrijf zijn bezwaren op, maak ze concreet en leg ze naast je neer.

Dat deed ik met het manuscript waar ik momenteel aan werk.

Mijn innerlijke criticus zei: Je verhaal...

is te kort voor een boek
hinkt op 2 benen voor wat betreft doelgroep
is te sentimenteel
heeft een te eenduidige verhaallijn
Feitelijk gebeurt er niets. Er is geen moeilijkheid te overwinnen.
Het wordt maar een heel 'klein' verhaal.

Oke, dacht ik. Dit is dus wat hij zegt.

Dan maar een slecht boek
Het viel me mee. En misschien zit er wat in, maar ik ga het verhaal toch schrijven. Dan maar een klein verhaal. Dan maar sentimenteel. Zoals Esther Gerritsen schreef: "dan schrijf ik maar gewoon een slecht boek, schríjven zal ik het."

En ik schreef verder, en tot mijn verbazing lukte het een stuk beter. De bezwaren waren gehoord, en ja, ik neem ze mee tijdens het schrijven. Maar ik blokkeer er niet meer door.

maandag 10 maart 2014

Verboden blij te zijn

Ik ben 'light' gelovig opgevoed. Mijn ouders waren niet streng.
Ik ging mee naar de kerk (gereformeerd synodaal voor wie dat wat zegt) en heb daar goede herinneringen aan. De kindernevendienst, club, catechisatie (kattebak).
Ik mocht soms de omslag van de liturgie tekenen, heb eens iets voorgelezen. Ik voelde me gezien.

Toen ik rond mijn 12, 13e geen zin meer had om mee te gaan naar de kerk, deden mijn ouders daar niet moeilijk over.

Naar kattebak bleef ik wel gaan, want dat was met mensen van school en we voerden intellectuele discussies (vonden we zelf). En ook daar was ruimte voor alle opvattingen, zo rond mijn 17e was ik een zelfbenoemde atheïst geworden en ik herinner me geen enkele vorm van afkeuring of prekerij. Best bijzonder.

Na een aantal levenservaringen ben ik op een andere manier gelovig geworden. Ik geloof dat er een soort alomvattende energie om ons heen is, waar wij ook van gemaakt zijn en alles wat leeft, en dat je met die energie eenvoudig kunt communiceren (door stil te zijn).

Kort gezegd: vervang het woord God door Liefde.

Maar zo makkelijk gaat dat niet, blijkt. Steeds loop ik tegen een hardnekkige kwaal van mezelf aan: ik doe het nooit goed genoeg.

Altijd is er een stem die zegt: Het (en daar kun je alles voor invullen: werk, leven, koken, opvoeden, liefhebben, en vooral mens zijn) kan altijd beter. Je moet je best doen, het sober houden (hoezo veel geld voor jezelf uitgeven?), je nuttig maken (lezen terwijl je ook kunt werken?), verplicht je talenten uitbouwen, die heb je niet zomaar gekregen (denk aan de gelijkenis van de talenten), en luiwammesen is des duivels oorkussen. Enzovoort.

Herkent u de calvinist? Ik was een paar jaar geleden nog niet zover.

Op een mooie dag in de zomer ontdekte ik toen in een zeer goed gesprek met iemand waar die stem vandaan komt: van God. En wel de God die ik in mijn kinderjaren heb leren kennen.

Ja, die man op die wolk die alles ziet wat je doet en nooit tevreden is.

Dat was quite shocking, want ten eerste dacht ik dat ik volwassen was, en ik meende ook die God intussen vervangen te hebben door eentje van Liefde.

Niet dus. Hij was er nog, en hoe.

Die moet er op de basisschool ingeslopen zijn. Nee, geen strenge school, helemaal niet, maar wel een met bijbelverhalen en liedjes.




Ik was als jonkie zo ontvankelijk als een droge spons. En uiteraard niet in staat om het figuurlijke van het letterlijke te onderscheiden.
Ik herinner me dat de Meester en Juf (in die tijd toch een onaantastbare autoriteit) ons vertelden dat kinderen zondig geboren worden. Blij zijn met jezelf is dan ook hoogmoed.

Ik geloof dat ik dat het ergste vind: ik mag me niet tevreden voelen. Nooit. Voel ik iets van tevredenheid over mezelf? Alarmfase één. Hoogmoed op komst.

Je tevreden voelen over je eigen zondige zelf is een zonde op zich.

En God ziet alles, ook je kleinste gedachten. Alleen maar denken aan het pikken van een dropje is al een zonde. Laat staan van jezelf vinden dat je iets goed hebt gedaan.

Geen beginnen aan dus.

Ik weet niet waarom die bozige stem zich bij mij zo verinnerlijkt heeft en bij anderen uit die tijd volgens mij niet of minder. 

Maar nu ik weet waar de stem vandaan komt, herken ik hem sneller. Hij is nog niet uitgesproken, dat niet. En soms twijfel ik nog wel eens: stel dat die stem toch de ware is?

En in plaats van: wat vindt God dat ik moet doen, vraag ik: wat vindt Liefde dat ik moet doen? 

Ik ben aan het trainen mezelf lief te hebben, gewoon blij te zijn met wie ik ben en hoe ik het doe. Het is even wennen, maar ik doe mijn best.

Heel Erg mijn Best. Zoals het hoort.

zondag 2 maart 2014

Het mooie van kunst

Vorige week waren Anne en ik op de thee bij de beleidsmedewerker Cultuur van de Gemeente Noordoostpolder. Hij liet me een nog te realiseren kunstwerk zien dat gemaakt wordt in het Zwartemeer.

Pier en Horizon, onder andere gebaseerd op Pier&Ocean van Mondriaan.
Het kunstwerk wordt gemaakt door Paul de Kort www.pauldekort.nl

Prachtig vind ik het. Echt heel mooi. Het lijken wachtende schepen, of spijkers, of een vlucht vogels, maar het zijn beweegbare rietkraggen die op de wind reageren en met het stijgende en dalende water meezakken. Het komt te liggen tegenover een strekdam van voor de inpoldering.
Elke ochtend om half acht zal de zon zich altijd in een lijn bevinden met die niet meer bestaande strekdam, elke keer een stukje hoger. Een webcam zal elke dag een foto op internet plaatsen.

Het wordt een nieuw landschapskunstwerk in de polder, waarvan er nog zes zijn. Een wilde ik al heel lang graag zien: de Groene Kathedraal.

Vandaag maakten we een tocht door de polder, naar de Kathedraal. Bammetjes gesmeerd, fototoestel mee, en weg. Eventueel zouden we nog langs een van de andere zes rijden. We wisten niet precies wat we konden verwachten dus we hielden onze ogen open.

Onderweg zagen we een stenen afscheiding in het landschap. Is dat de kunst al? hoorden we van de achterbank en ze verwoordde mijn gedachte.



Ja, waarom eigenlijk niet?

Door kunst ga je anders naar de wereld kijken. Een gewoon hek of een reeks traag draaiende windmolens kunnen minstens zo fraai zijn.

Ik herinner me een van onze eerste vakanties, in Denemarken. Tegen zonsondergang reden we langs een glooiend veld waarop met regelmatige tussenruimtes enorme in plastic ingepakte poef-vormen lagen. Het zwarte plastic glom in de ondergaande zon. Mijn eerste reactie was: wat prachtig, op deze plek, hier, zo'n mooi kunstwerk.
Tot ik me realiseerde dat het natuurlijk gewoon ingepakt hooi was. Dat maakte de aanblik niet minder mooi, integendeel. Hoe mooi is het als je ook door gewone dingen gegrepen kan worden?

Dat was het moment dat ik besefte wat kunst kan doen. Je krijgt er een andere bril door.

De Groene Kathedraal is een bomengroep gebouwd op de plattegrond van de Kathedraal van Reims. Nu was het wat kalig, maar in de zomer schijnt het licht van bovenaf tussen de bomen (stel ik me zo voor) net zoals in de Kathedraal.

Een eindje verder is in het bos dezelfde plattegrond juist uitgespaard, zodat daar een open plek ontstaan is.

Ik kan niet wachten tot Pier en Horizon af is.